Nieuwste onderwerp

BEGIN

 illustratie: Martijn van der Linden, klik voor grotere versie

Thom---Martijn-vd-Linden-300-dpiJPG

 

1.

Er groeien basketballen in de gaard, zegt mama, basketballen verkleed als sinaasappels. De vruchten zijn enorm. De bomen kunnen ze nauwelijks dragen. ’s Nachts, als de jongens in de stad me welterusten hebben gewenst en ik mijn telefoon op het nachtkastje leg, hoor ik ze vallen. Eerst het geruis van de bladeren – de oranje sloopkogel duwt alles wat op zijn pad komt aan de kant – en daarna de doffe klap van de sinaasappel op de aarde. Als je heel goed luistert, kun je de boom horen zuchten. Hij is opgelucht. Hij is weer een basketbal lichter.

Wanneer we overdag in de gaard staan te plukken, vallen de sinaasappels niet. Ik denk dat de bomen bang zijn voor mama. Ze waakt over de bomen als een hond over zijn mensengezin. Ze kent iedere sinaasappelboom, weet hoeveel hij kan produceren. Exemplaren die het door haar bepaalde quotum vanwege ziekte of ouderdom niet meer halen, worden omgehakt en vervangen. De bomen weten dat en houden zich koest in haar aanwezigheid. Pas als het donker wordt, durven ze zich van hun ballast te ontdoen. Zodra mama de gordijnen sluit, laten ze de sinaasappels los. De vruchten barsten open op het dorre gras en vullen de avondlucht met hun weeïge geur.

2.

Zoals alle dagen van het oogstseizoen staat mama ook vandaag om kwart voor vijf naast mijn bed. Ze wil zo vroeg mogelijk beginnen, zodat we op tijd klaar zijn en niet in de stroperige middaghitte hoeven te werken. Ik ga rechtop zitten om te voorkomen dat ik weer wegdommel. Mijn ogen doen pijn als ik knipper. Ze dichtdoen biedt weinig verlichting, ook dan voelt het alsof de binnenkant van mijn oogleden is gemaakt van schuurpapier. Het is mijn eigen schuld. Ik heb vannacht niet meer dan vier uur geslapen. Ik weet wel dat ik ‘s avonds eerder moet gaan slapen, maar het lukt me niet. Ik weet niet hoe. Hoe kun je slapen als er zoveel jongens zijn die met je willen praten? Hoe kun je slapen als jongens je vertellen dat je mooi bent en dat ze je willen aanraken? Ik ben nog nooit door een jongen aangeraakt, althans niet op de manier waarop de jongens van het chatprogramma me willen aanraken. Hoe kun je slapen totdat je weet hoe het voelt, totdat een jongen je op die manier heeft aangeraakt?

Ik wrijf nog een keer in mijn ogen en sta op. Bij de wasbak maak ik een kom van mijn handen en gooi ik water in mijn gezicht. Ik poets mijn tanden, trek mijn werkkleren aan en loop de trap af, eigenlijk nog slaapdronken. Mama zit al aan tafel. Er is sinaasappelsap en brood met sinaasappeljam.

Tijdens het eten praten we niet. Ik kijk naar mama. Boven haar wenkbrauwen ligt een diepe lijn. Ze maakt zich zorgen. Ze spreekt er niet over, maar toch weet ik wat er in haar hoofd speelt. Ik heb haar gisteravond horen bellen met Jorge, de oude varkensboer die onze sinaasappels naar de markten in de stad brengt. Hij zei dat ze slecht verkopen. De mensen vinden haar sinaasappels te groot. Ze passen niet in hun elektrische citruspersen en ook niet in hun broodtrommels of in de kleine handjes van hun kinderen. In hun perfect afgemeten stadslevens is er geen plaats voor sinaasappels ter grootte van basketballen. Jorge raadde mama aan om vandaag minder te plukken, maar dat wilde mama niet. Ze zei dat als ze de vruchten nog langer laat hangen, ze alleen maar groter zullen worden en dan wil helemaal niemand ze meer hebben. Niemand behalve de sinaasappelsapfabriek. Maar daar is mama te trots voor. Haar sinaasappels zijn geen gewone sinaasappels. Die horen niet in een fabriek.

Als we klaar zijn, haalt mama de oogstzakken uit de schuur. Ik loop naar het keukenraam en kijk naar de velden, groen en oranje zover het oog rijkt.

Ik schrik wakker als mama de zak om mijn schouder probeert te binden. Ik weet dat het hard werken is, zegt ze en ze legt haar hand op mijn schouder.

3.

Mama weet niet dat het mijn schuld is dat de sinaasappels blijven groeien. Het komt door wat ik haar nog niet heb verteld. Als ik het niet snel doe, zullen de sinaasappels nog groter worden. Totdat ze zo groot zijn als meloenen en dan zullen de bomen één voor één onder het gewicht bezwijken en omvallen en dan hebben we helemaal niks meer. Geen gaard, geen sinaasappels en geen geld om nieuwe bomen te planten en brood en melk te kopen terwijl we wachten tot de sinaasappels weer rijp zijn en Jorge ze op de markt kan verkopen.

Ik heb een paar jongens op het chatprogramma verteld over het probleem met de sinaasappels, maar ik geloof niet dat ze het begrijpen. Eén jongen zei dat mijn moeder misschien uien kon gaan verbouwen. Die willen mensen altijd hebben. Bij uien maakt de grootte trouwens niet zoveel uit. Een ander zei dat je lekker kunt masturberen in een uitgelepelde sinaasappel. Een derde zei dat ik, in het geval dat het allemaal zover komt, wel bij hem mocht intrekken. Ik had geen idee of hij het meende, maar ik bedankte hem toch. Hij was niet zo knap als de andere twee. Toch dacht ik aan hem toen ik even later in slaap probeerde te vallen.

4.

In de sinaasappelgaard lijkt vanochtend geen temperatuur te zijn. Het is alsof we de dag zijn ingelopen terwijl hij nog aan het opstarten is en bepaalde elementen nog vorm moeten krijgen. Ik probeer ervan te genieten. Het wordt snel warm tussen de bomen en het feit dat ik loodzware zakken moet rondslepen helpt niet.

Ik begin aan mijn eerste boom. Mama is achter me aan het werk. Ze heeft de ladder tegen de stam gezet en plukt de sinaasappels uit de kruin, stopt ze in haar buidel. Ze werkt altijd van boven naar beneden. Ik werk liever van beneden naar boven, ook al zegt mama dat dat langzamer gaat en dat de kans groter is dat er een sinaasappel op je hoofd valt. Sommige vruchten hebben nou eenmaal kwaad in de zin.

Ik besluit dat dit niet het moment is. Ik kan het mama niet vertellen als ze met haar rug naar me toegekeerd staat. Bovendien zit ze zo hoog, dat ik zou moeten schreeuwen en dan nog loop ik de kans dat ze me niet verstaat. En dan vraagt ze: wat zeg je? En dan moet ik het nog eens zeggen en dan héél hard.

Ik leun naar voren en trek de sinaasappels met twee handen naar me toe. Ze vallen meteen in de zak. Kloksgewijs draai ik om de boom heen en pluk ik de takken kaal. Als de zak bijna vol is, pak ik hem aan de zijkanten vast en hobbel ik naar het ronde vat dat verderop staat. Het sap dat op mijn handen is opgedroogd, verstevigt mijn grip op de juten zak. Ik til de zak op en zet hem op de rand van het vat. Aan de bovenkant zit een haakje dat ik losmaak en waardoor de bodem van de zak losschiet. De sinaasappels rollen het vat in alsof het een race is die gewonnen moet worden.

Ze zijn weer groter, zegt mama. Ze staat tegenover me en lacht een beetje in zichzelf. Ik heb haar niet horen aankomen.
Basketballen, zeg ik.
Ja, basketballen. Ze missen alleen de lijnen nog. En het gaatje voor de lucht.

Mama zet haar gewicht tegen de onderkant van haar oogstzak en heft hem over de rand. Ze maakt het haakje los. De sinaasappels vallen in het vat. We kijken samen naar de vruchten totdat ze allemaal een plekje hebben gevonden en stil blijven liggen. Dan begint mama te neuriën. Het is een van haar gebruikelijke wijsjes. Ze vouwt de zak tegen haar middel, gaat op de rand zitten en pakt met twee handen een sinaasappel op. Ze kijkt naar de sinaasappel en wrijft met haar handpalmen over de bultige huid. Dan kijkt ze me aan en zegt: toen je uit me kwam, was je hoofd precies zo groot.

Ik veeg mijn plakkerige handen af aan mijn broek en volg haar voorbeeld door op de rand van het vat te gaan zitten. In mijn mond vormt zich het eerste woord.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rina Sawayama

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine