Nieuwste onderwerp

BEGIN

illustratie: Niels Egidius, klik voor grotere versie

WILLEMIJN - illustratie Niels Egidius

 

Dit is het huis waar mijn vader is opgegroeid en ik erfde het toen hij overleed. Ik heb hem de laatste twintig jaar van zijn leven niet gezien en toch heeft hij me dit allemaal nagelaten. Nu is het verkocht.
Vanaf hier, vanaf buiten, lijkt het alsof het parket in brand staat, alsof het huis van binnen gloeit. Het is een heldere, donkere nacht. Koud en aangenaam. Er ligt tien centimeter sneeuw, het soort dat onder je voeten knispert alsof je op kleine snoeppapiertjes loopt. Als er heksen bestaan, vrouwen die rituelen uitvoeren om het patriarchaat omver te werpen, zijn dit de nachten waarin ze dat doen. De kilte heeft iets magisch, alle geluiden zijn gedempt, lichten worden door het wit weerspiegeld. Er is weinig verkeer op straat.
Ik loop een rondje om het huis, de bomen lijken langgerekte gestaltes die me goedkeurend bekijken. Op hun takken balanceert een witte deken.
Mijn voeten worden koud en stijf, ik had schoenen aan moeten doen, maar dat voelde niet goed. Ik wil de grond die al zolang in mijn familie is nog een laatste keer aanraken. Mijn buik deint met elke stap die ik zet op en neer. Ik laat een boer en proef mijn avondeten. Rodekool met stoofpeer en gehaktbal.
Ik loop langs het grote raam van de woonkamer en het fietsenschuurtje. In het schuurtje staan oude barrels waar al niet meer op gefietst kon worden toen ik geboren werd. Het dakje zakt steeds verder in. Wanneer het heeft geregend liggen er regenplasjes op waar merels in baden.
Vroeger fietste er altijd een man met me mee als ik uit pianoles kwam. Mijn moeder wilde niet dat ik door het donker fietste. De man zei dat vrouwen niet kunnen trappen en sturen tegelijk en toen ik een keer over een kikker fietste en wilde stoppen, gaf hij een harde trap tegen mijn bagagedrager en riep: ‘Doorrijden, kleine dwerg.’
Ik loop verder, de hoek om. Naast het huis is een oude vijver die overgenomen is door een grote wilg. Hij laat zijn slierten in het bevroren water hangen. Ik trek mijn badjas uit, mijn natte sokken, broek en grote trui. Ik hou mijn ondergoed aan en stap tussen de waterplanten het ijs op. Het zakt door en ik voel de drassige bodem. Het is heel ondiep, ik had verwacht verder weg te zakken, maar alleen mijn enkels worden opgeslokt. Ik ga door mijn knieën, verplaats mijn gewicht en ga liggen. Mijn hoofd rust op een boomstronk.
Mijn onderbroek zuigt zich vol water en het huis torent boven de aarde uit; een lichtgevend spook. Ik zie de schaduwen van het kaarslicht flikkeren op de lege wanden. Het is januari, net nieuwjaar geweest. Dit is het jaar dat ik met pensioen ga.

‘Ik groet mijn vader,’ zeg ik. Ik kijk naar de sterren. De wind zucht als antwoord.
‘Zie je mij?’
En dan: ‘Deze vijver is door opa gegraven, ik denk aan hem.’
Mijn lichaam begint te tintelen van de kou, het is alsof er iets aan mijn haren trekt. Ik denk dat ik langzaam aan het bevriezen ben.
Ik sta op, er loopt bruine derrie langs mijn benen. Ik kijk om me heen, de tuin voor en achter me, het huis nog steeds troostrijk verlicht.
Ik vraag: ‘Kun je me vergeven?’ en wacht geduldig op een antwoord, maar het blijft stil.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

A.M. Homes, Marijke Schermer, Nicolien Mizee

Quote

‘Dit is het, dacht ik. Dit is nu. Dit is het leven al. Ik ga niet meer wachten op wat nog komen moet. Het is maandag, ik heb buikpijn, en ik ga toch nog een kop koffie bestellen. Dit is het. Er gaat niets groots gebeuren. Ik ga nergens meer op wachten. Dit is het leven al. De zon zal nog wel eens gaan schijnen, ik zal nog weleens een vriendin krijgen, of niet, maar het doet er niet toe. Dit is alles al.’ - Nicolien Mizee