Nieuwste onderwerp

Nachtbrakers (2)

‘Waarom doe je nou zo? We hebben het toch leuk gehad vanavond?’ De lippenstift is grotendeels van haar mond afgesleten en op de kaak van de man beland. Hij lijkt zich er niet druk om te maken.

‘Je wordt verliefd als je blijft slapen, zo gaat dat nou eenmaal. En dat moet ik niet hebben. Over twee weken ga ik naar Europa.’

‘Europa?’ Het is niet de vrouw die roept, zij kijkt nukkig naar haar afkoelende kop koffie. Walter heeft geschrokken de naam van het continent herhaald, alsof de man zojuist heeft aangekondigd een enkeltje naar de hel te hebben geboekt. Leonard voelt het bloed uit zijn wangen wegtrekken.

‘Ga je het leger in?’

De man knikt, ernstig maar ook een beetje trots en slaat de laatste teug drank achterover. Zijn mondhoeken trekken strak van de sterke smaak.

‘Ze hebben ons nodig daar,’ zegt hij. Nu Leonard langer naar hem kijkt, ziet hij dat hij jonger is dan hij in eerste instantie dacht. Om zijn ogen zitten nog geen kraaienpoten, onder zijn stoppels is zijn huid roze en glanzend als een appeltje.  Maar met veel bravoure – misschien wel te veel – haalt hij zijn portemonnee uit zijn binnenzak en legt een paar briefjes op de bar.

Keep the change.’ Hij knikt kort naar  Walter, pakt dan de vrouw weer bij haar arm. ‘Kom, schatje. Ik breng je naar huis.’

Als de deur achter ze is dicht geslagen, schuift Walter hoofdschuddend hun lege glazen over de bar naar zich toe en zet ze in de wasbak met sop. ‘Arme jongen,’ zegt hij. ‘Bijna nog een kind, zag je dat? Er blijft niks van hem over daar. Ik ben blij dat ik alleen dochters heb.’

‘Walt.’ Leonards hoofd hangt, zijn nek een geknakt bloemsteeltje, zijn ogen gericht op zijn lege glas alsof hij zichzelf erin wil verdrinken. ‘Ik moet ook.’

‘Waar heb je het over?’

‘Het leger in. Ik moet ook naar de oorlog.’

Walter gniffelt met grote ogen, zoekend naar bevestiging dat zijn vriend een grapje maakt. ‘Wat lul je nou, je bent te oud! We zijn toch allebei te oud?’

‘Nieuwe regel. Mannen tussen de zevenendertig en vierenveertig worden ook opgeroepen. Jouw verjaardag was in september, je valt er net buiten, maar ik –’ Zijn stem stokt. Uit de binnenzak van zijn jas haalt hij een brief, nu al viezig in de vouwen van het vele herlezen. Walter pakt het papier aan zonder zijn sophanden af te vegen. Zijn ronde ogen bewegen in haastige bewegingen over de tekst, als een hert dat op de uitkijk is voor een wolf. Na een paar minuten smijt hij de brief op de bar neer en vloekt herhaaldelijk.

‘Het is niet te geloven. Niet te geloven!’ Hij heeft zich omgedraaid, Leonard kan alleen zijn smalle rug zien, de vingers die in het al dunnende haar grijpen. Hij knijpt zijn ogen dicht.

‘Leonard, je gaat daar dood,’ zegt Walters stem in het donker, ineens kalm en dof, een feit waar hij zich in razendsnel tempo bij heeft neer gelegd. Leonard opent zijn ogen weer, kijkt nog steeds alleen tegen het achterhoofd aan. Walters armen hangen slap langs zijn lichaam. Het is harder gaan regenen, de druppels tikken gewelddadig tegen de grote ruiten, een lamp flikkert alsof het bliksemt.

‘We gaan allemaal dood, Walt.’

‘Ja,’ zegt Walter. ‘Maar jij eerst. En ik blijf achter.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Knielen op een bed violen - Jan Siebelink

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood