Nieuwste onderwerp

Hert

Met statige passen komt de koning de wei op gewandeld. Hij loopt langzaam, elke stap is nadrukkelijk maar niet overdreven. Heel bewust is het hert, bewust van hoe hij loopt; bewust dat de vrouwtjes op de wei zien hoe hij loopt. Hij loopt langzaam om de hindes te laten zien dat hij geen haast heeft. ‘Ik ben er al,’ lijkt hij te zeggen. ‘Ik ben er al, ben al de koning. Dit is mijn weide, en kiezen jullie mijn weide dan maakt dat jullie mijn hindes. Maar ik heb geen haast, ik heb alle tijd van de wereld. Dus kom maar bij me, als jij klaar bent.’

Een kalf komt langs gehuppeld. Ze speelt een spelletje met een vlinder die om haar heen cirkelt. Vrolijk springt ze door het gras, achtervolgt ze deze merkwaardige vliegende boterbloem die ze gevonden heeft, steeds dichter richting de rand van het woud…

De koning schrikt op als één van de hindes loeiend alarm slaat. ‘Monster!’ roept ze. Hij draait zich om, kijkt wat er aan de hand is, en eerst ziet hij niets. Er is alleen het gras, het kalf dat in elkaar gedoken zit en met wijd opengesperde ogen om zich heen kijkt. Het hert voelt ook angst in zich opwellen als hij de tranen ziet in de ogen van het kalf. Dan wordt opeens duidelijk wat er aan de hand is. Een wolf! Het hert ziet hem op het moment dat hij uit het gras tevoorschijn gesprongen komt en met zijn hongerige tanden ontbloot op het kalf af begint te rennen.

AAAAH!

Een halve seconde heeft het hert nodig om de situatie in zich op de nemen en te beslissen wat hij doet. Een moment dat voorbij is in een flits, maar een eeuwigheid lijkt te duren. Het hert ziet zichzelf, als de laatste hoek van de driehoek waar de wolf en het kalf ook deel van uitmaken. Straks wordt het kalf aan stukken gescheurd en het hert wil dat niet. Toch blijft het hert bevroren staan: hij wil niet, ook hij is bang voor wolven. Het hert gaat niet, wel, niet, wel, wel! Zonder dat het brein er nog iets bij kan denken beginnen de benen te rennen.

Het hert rent, rent, sprint zo hard als hij sprinten kan en dan schept hij met zijn gewei de wolf van de grond. Hij schreeuwt, de diepste oerbrul die het hert kan produceren. ‘Weg, monster!’ roept het hert. De wolf maakt een boogje door de lucht en met een doffe klap land hij weer. Hij bloedt, hij huilt en met de staart tussen de poten vlucht hij het woud in. Het hert staart hem na, en knippert als er een bloeddruppel zijn oog in loopt. Eén van de stekels van zijn gewei is bij de wolf gebleven, maar terwijl zijn hart zo klopt, zijn ademhaling zo wild op en neer gaat, voelt hij daar helemaal niks van.

Het kalf blijft nog lang nahuilen, totdat alle schrik weer uit zijn lichaam verdwenen is.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Alles van Fitzgerald tot Faberyayo, en nooit genoeg

Wat luister ik?

Ik luister naar Kendrick Lamar, Mac Miller, Chance the Rapper, De Jeugd van Tegenwoordig, Braz en naar mezelf (Mars de Rapper)

Wat denk ik?

Dat je het leven het beste kunt vergelijken met een spelletje.

Quote

"The difference in mind between man and the higher animals, great as it is, certainly is one of degree and not of kind." – Charles Darwin