Nieuwste onderwerp

Celan (8)

Op 6 september 1965 begint Celan te Freiburg aan een gedicht dat hij in de dagen daarna, zo schrijft hij aan zijn vrouw, hoopt af te maken. Het gaat om ‘Frankfurt, september’ (eenzelfde soort titel als ‘Tübingen, januari’, Celans gedicht over Friedrich Hölderlin). Het uiteindelijke gedicht klinkt zo:

FRANKFURT, SEPTEMBER

Blind, licht-
baardig wandrek.
Beschenen
door een meikeverdroom.

Daarachter, gerasterd
door klachten,
rijst Freuds kop op,

de buiten
hardgezwegen traan
schiet tot kristal met de zin:
‘Voor de laatste
keer psycho-
logie.’

De nep-
kraai
ontbijt.

Het afgeknepen
strottenhoofd
zingt.

Het gedicht valt me op omdat ik het citaat, ‘Voor de laatste keer psychologie!’, herken; het is nummer 93 van de pakweg honderd aforismen die Kafka in 1920 selecteerde uit oudere aantekeningen. (Later streepte Kafka ‘m weer door, wie zal zeggen waarom.) Celan hield sinds zijn jeugd al van Kafka, wilde initieel, in Parijs, zijn scriptie over hem schrijven.

Op de dag dat Celan in Frankfurt aankwam, schreef hij in een schrift over een ‘reusachtig beeld van Freud’ in het gebouw van zijn uitgever daar, ‘die vanuit de lobby naar je kijkt.’ (In diezelfde lobby hing precies de foto van Celan waarvan hij de verdere verspreiding verboden had.)

In ‘Frankfurt, september’ lijkt Celan dus, net als in ‘Todtnauberg’, te vertrekken vanuit de eigen waarneming; het gedicht begint opnieuw als een door connotaties en associaties verrijkte reeks “autobiografische memo’s.”

De ‘meikeverdroom’ is een van de dromen uit Freuds De droomduiding, waarin een vrouw droomt dat ze twee meikevers in een doosje heeft zitten, die ze bevrijden moest, anders zouden ze stikken. Ze opent het doosje en ziet de uitgeputte meikevers. Één ervan vliegt door een open raam, de ander wordt (later?) door het raam geplet, wanneer ze het, nadat iemand anders daarom vraagt, sluit.

Diezelfde meikever duikt op in het titelverhaal van Kafka’s Huwelijksvoorbereidingen op het land – een bundeling nagelaten werk waarin ook het psychologie-aforisme te vinden is. Daarin hallucineert de hoofdpersoon in zijn bed te liggen, in ‘de gedaante van een grote kever, een vliegend hert of een meikever geloof ik.’ (Wat natuurlijk doet denken aan Kafka’s bekendere verhaal, ‘De gedaanteverwisseling’ – al heeft Kafka het daar expliciet niet over een kever, maar over een ‘ondier.’)

Via Kafka’s naam (die ‘kauw’ betekent), komen we vervolgens bij de ‘nep- / kraai’ aan.

Het ontbijten schijnt weer samen te hangen met een citaat van Walter Benjamin.

Helpt dit me, vraag ik me af, het gedicht te lezen? Celans gedichten lijken soms vooral kruispunten, waarop een ontiegelijke hoeveelheid verwijzingen samenkomen. Je kunt alle kanten op, het gedicht laat niet zozeer een ‘lezing’ als een hoeveelheid richtingen toe.

Het ‘wandrek’ kan, in de context van de psychoanalyse, doen denken aan een scherm dat het onderbewuste verbergt. (Vandaar dat, erachter, Freuds kop ‘door klachten gerasterd’ oprijst.) De uitgeverslobby doet, in dat geval, meteen ook dienst als metafoor voor het psychoanalytische begrip van het menselijk bewustzijn.

Ik kom er verder niet meteen uit. Ik weet dat de ‘licht- / baard’ uit de eerste twee regels ook opduikt in het Hölderlingedicht, ‘Tübingen, januari.’ Dat is uitgebreider besproken – misschien heeft het zin om daar te beginnen, later bij Freud en Kafka aan te komen. Het gaat ten slotte om een dichter die, tegen het eind van zijn leven, zijn verstand verloor.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Dickinson, Kafka, Celan

Wat kijk ik?

Jarmusch, Ozu, Sorrentino

Wat schreef ik?

Een zoon van (najaar 2020), In het vlees (2020), Het woedeboek (2018), Het leven zelf (2017), Constellaties (2014)

Quote

To die would simply be to surrender a nothing to the nothing. The meaning of life is that it stops.
Next week: Banoffee pie!
Tom Gauld, Baking with Kafka