Nieuwste onderwerp

Nachtbrakers (1)

Manhattan, januari 1942

 

Het gaat weer slechter met Walters vrouw. Leonard ziet het aan de manier waarop hij glazen staat af te drogen, traag en voorzichtig, alsof ze zomaar uit elkaar barsten als hij te veel druk geeft met de smoezelige, vochtige theedoek. Het is bijna middernacht, er zijn geen klanten, Walter is alleen. Even blijft Leonard kijken naar zijn vriend, eenzaam in die felverlichte bar, slechts omringd door enorme ruiten, een oude, zielige beer in een dierentuin. Leonard loopt naar de deur, waar in neonletters Walter’s Diner boven staat, en doet zijn best om zo normaal mogelijk te klinken.

‘Walter, ouwe jongen. Hoe gaat het ermee?’

Hij tilt kort zijn hoed van zijn hoofd, gaat zitten op zijn vaste plek aan de bar. Walter lijkt blij hem te zien, of in elk geval blij dat hij iets anders kan doen dan in stilte afdrogen. Hij pakt een glas, schenkt een royale laag goudbruine whisky in en zet het neer.

‘Goed, goed, mag niet klagen. Met jou? Late dienst gehad?’

Leonard knikt. De whisky smaakt naar vloeibare rook en brandt in zijn keel. Het is koud vannacht, onderweg hier naartoe is er ijzige regen in zijn nek gevallen. De drank valt zwaar op zijn maag en pruttelt daar als een kacheltje.

‘Lust je wat te eten? Spiegelei? Een broodje? Zo gepiept, hoor. Je moet niet drinken op een lege maag.’

‘Ik heb geen honger, Walt, dankjewel.’ Leonard draait het whiskyglas rond in zijn hand en wacht tot Walter weer verder gaat met afdrogen. ‘Hoe is het met je vrouw?’

Walter kijkt niet op, maar zijn magere schouders lijken nog verder te gaan hangen. ‘De dokter zegt dat het niet lang meer duurt.’

Nog voor Leonard heeft kunnen bedenken wat hij terug moet zeggen, wordt de deur open gegooid. Een stel stommelt naar binnen, samen met een vlaag natte, koude lucht en het lawaai van verkeer. De twee zijn jong, ergens in de twintig, allebei erg aantrekkelijk, half-doorweekt en dronken. De vrouw wankelt op haar hakken naar een krukje toe, haar metgezel helpt haar om haar lange, camelkleurige jas uit te trekken.

‘Kan ik iets voor jullie doen?’ Walter is in zijn werkmodus geschoten, er is geen verslagenheid meer in zijn gezicht te zien, zijn rug is recht. De man bestelt een borrel voor zichzelf, een kop koffie voor de dame, en gaat dan naast haar zitten. Onmiddellijk slaat ze haar armen om zijn hals en kust zijn kaak met haar rood-gestifte lippen. Haar blonde haar, uitgezakt van de regen, hangt plakkerig langs haar gezicht.

Leonard probeert ze te negeren. Hij wil het gesprek met Walter weer oppakken, hem geruststellen en tegelijkertijd het nieuws brengen waar hij zo tegenaan hikt, maar hij wordt steeds afgeleid. De vrouw is op een zoete, kirrende toon aan het zeuren of ze met de man mee naar huis mag.

‘Niet vanavond, lieverd. Dat is geen slim idee.’

‘Heel even maar, ik zal niet blijven slapen. Ik pak een taxi.’

‘Drink je koffie, schatje.’

Walter heeft zich met zijn rug naar zijn klanten toegedraaid en grijnst naar Leonard. Leonard gniffelt, hopelijk overtuigend. Hij zoekt naar de juiste woorden, vindt ze niet, drinkt de rest van zijn whisky op en vraagt om een nieuw glas.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Knielen op een bed violen - Jan Siebelink

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood