Nieuwste onderwerp

Café

Arles, september 1888

 

‘Mijn God, wat heeft die man nou bij zich? Is dat een schildersezel?’

Thérèse zet haar glas op tafel neer en wijst met een gehandschoende vinger naar een figuur aan de overkant van de straat. Ze heeft haar slok wijn haastig doorgeslikt en Agathe moet moeite doen om niet te kijken naar de rozige druppel die op haar onderlip ligt.

De man staat inderdaad een schildersezel uit te klappen. Ernaast staat een krukje met daarop een rol penselen en tubes verf, een leeg canvas leunt tegen een aangestoken straatlantaarn. In het donker kan Agathe zijn gezicht niet goed onderscheiden, alleen zijn sjofele kleren en warrige, rode baard.

‘Waar zou hij nou mee bezig zijn?’ Thérèse heeft haar ogen samengeknepen om hem beter te kunnen zien. Ze vindt kunstenaars geweldig, hun boheemse leven vol drank en vrouwen fascineert haar. Laatst heeft ze Agathe toevertrouwd dat ze vaak dagdroomde dat ze met een kunstenaar naar Parijs was gevlucht in plaats van te trouwen met haar echtgenoot, Julien, een betrouwbare maar saaie zakenman.

‘Ik denk dat hij het terras schildert,’ zegt Agathe na een tijdje. De man is driftig bezig en heeft niet meer op gekeken. Hij werkt snel maar niet gehaast, steeds wisselend van penseel, met vastberaden gebaren.

‘Nee! Dit terras? Met ons erop?’

‘Dat lijkt me waarschijnlijk.’

Thérèse recht haar rug, frunnikt aan het ingewikkeld opgestoken haar achterop haar hoofd. De bovenkant van haar jurk is stijf en uitgebreid gedecoreerd, met franjes rond de kraag en de hoge schouders. Agathe is geen fan van de nieuwste mode, hoewel ze zich er zelf ook naar kleedt. Het maakt je zwaar en neerslachtig, je schouders zouden hangen als er geen corset was om je in te snoeren.

‘Stel je voor dat we op een schilderij belanden, Agathe! Jij en ik, vereeuwigd op ons favoriete terras. Zou dat niet wat zijn?’

Thérèse lacht, helder en hoog als altijd. Haar tanden zijn wit maar staan scheef, waardoor ze in gezelschap altijd met gesloten mond glimlacht, of haar hand ervoor houdt. Agathe vindt het mooi, de wirwar van glanzende parels tussen de volle lippen. Ze is blij dat Thérèse haar voldoende vertrouwt om ze niet te verbergen.

‘Pardon, mesdames,’ zegt de ober, hij wurmt zich langs hun tafel aan het wandelpad en loopt richting de schilder. Op zijn dienblad balanceert een glaasje waar groenige vloeistof in zit. Hij zet het neer tussen de penselen en verftubes, de twee mannen praten een tijdje met elkaar.

‘Versta jij wat ze zeggen, Agathe?’

Agathe schudt haar hoofd. Ze is niet aan het opletten, ze staart naar Thérèses lange vingers die van opwinding aan de broche op haar borst friemelen.

‘Denk je dat we het schilderij mogen zien als het af is? Misschien moeten we het vragen, even een praatje maken. Julien wil het vast voor me kopen als ik het mooi vind!’

‘Vast wel,’ zegt Agathe.

De ober geeft de schilder een schouderklopje en loopt, dienblad onder zijn oksel gestoken, weer terug naar het terras. Thérèse wuift naar hem.

Monsieur, pardon, kent u die schilder toevallig?’

‘Vincent?’ De ober grinnikt. ‘Zeker ken ik die, hij komt hier vaak genoeg.’

‘Heeft u zijn schilderij gezien? Is het goed?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik weet niet zo veel van kunst, madame, daar hou ik me niet bezig.’

Thérèse zucht, keert zich naar Agathe en legt een hand op haar onderarm. ‘Zullen we het zo toch maar vragen? Ik ben zó benieuwd of we er mooi opstaan!’

Voor Agathe kan instemmen, zegt de ober: ‘Oh, maar ú staat er niet op.’

‘Niet?’

‘Madame, áls u erop staat, bent u niet meer dan een veeg. Hij tekent de sterrenhemel.’ De ober wijst naar de diepblauwe lucht die boven het terras uitgestrekt ligt, fonkelende puntjes erin uitgestrooid als confetti.

‘Oh.’ Thérèses teleurstelling druipt van haar gezicht, versterkt door de dikke lagen franjes rond haar hals en borst. Ze zuigt onderlip naar binnen. ‘Wat zonde. Dank u voor de moeite, monsieur.’

De ober knikt en loopt door de openstaande deur het café weer binnen. Thérèses enthousiasme voor de schilder is verdwenen, ze drinkt de rest van haar wijn op in stilte.

‘Ik vind het toch jammer,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Ik had het zo leuk gevonden als we samen vereeuwigd waren.’

Agathe glimlacht zwakjes. ‘Ja. Ik ook.’

« terug naar blog

4 responses to “Café”

  1. Guillaume

    Hij zag haar lach, vond de lucht verleidelijker en veegde het geheel bij elkaar. Je hoopt dat het zo gebeurd is. Bien fait.

  2. Thijs Joores

    Jaa, ik hou van een schilderijverhaal! Tof gedaan :)

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Knielen op een bed violen - Jan Siebelink

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood