Nieuwste onderwerp

Balkonkraai

Ik ben veertien en van het ene op het andere moment valt het me op dat ze overal zijn: zwarte plastic kraaien op stadsbalkons.

Als een modegril van voor mijn geboorte, die dientengevolge volledig langs me heen is gegaan. Maar dat is het niet, want ik ben er zeker van dat ze er een paar jaar geleden niet stonden.

Bij iedere flat waar ik langskom stop ik sindsdien even om de kraaien te tellen. Het zijn er soms zelfs meer dan schotelantennes. En dat zegt wat in een buitenwijk van Arnhem.

Ik kom er maar niet achter waarom het er opeens zoveel zijn.

Bijzonder mooi zijn ze niet. Een beetje beangstigend zelfs. Ik associeer kraaien met begraafplaatsen. Waarom zou je zoiets aan je balkonrand nagelen?

Ken je van die winkels, die maar één product verkopen maar die er op de één of andere manier toch in slagen om meerdere jaren op dezelfde plek te overleven? Ik vermoed jarenlang dat er ook ergens zo’n winkel met plastic kraaien moet zijn.

In de stad waar ik opgroei zit een tijdje een winkel die knalgele plastic tuinkabouters verkoopt die hun middelvinger opsteken. Na een jaar komen er ook andere kleuren en formaten bij, maar het is altijd datzelfde model tuinkabouter die met een volledig neutrale gezichtsuitdrukking een middelvinger naar de voorbijganger opsteekt.

De winkel heeft een etalage met gigantische ruiten die het volledige oppervlak van de grond tot hun plafond beslaan. Als een leger staan die kabouters daar opgesteld, je aanstarend vanachter het glas. Ik stel me voor dat ze na winkelsluitingstijd allemaal van hun plek zullen wegwandelen om eindelijk even met elkaar bij te kunnen praten na de hele dag zwijgend naast elkaar te hebben gestaan. Dat ze op elkaar schouders zullen klimmen zodat de bovenste een cup-a-soupje uit de automaat in het keukentje kan tappen. Dat ze nog even een paar uurtjes zullen kaarten en roken en foto’s van hun meisjes in Roemenië zullen uitwisselen voordat ze tegen het ochtendgloren weer in de houding schieten in de etalage.

In iedere stad waar ik kom verwacht ik de winkel te ontdekken die alleen maar zwarte, plastic balkonkraaien verkoopt. Maar ik vind hem nooit.

Jaren later ben ik op reis. Het is zo’n plek in de wereld met gebarsten asfalt, waar de elektriciteitskabels als slappe waslijnen tussen elektriciteitsmasten hangen. Op meerdere plekken in de straat bungelen er sportschoenen vanaf die kabels naar beneden. Met de veters aan elkaar geknoopt hangen ze aan weerzijde van zo’n kabel zachtjes heen en weer te wiegen in de wind.
‘Ik heb dat nooit begrepen,’ zeg ik tegen het meisje waarbij ik logeer.
‘It means they’re selling,’ zegt ze.
‘Wat?’ zeg ik.
Ze rolt met haar ogen. ‘Jij komt toch uit Nederland?’
Ik knik.
‘Drugs,’ zegt ze.

Na thuiskomst bekijk ik de kraaien met nieuwe ogen. Zou dit ook zoiets zijn? Inmiddels woon ik in een andere stad, maar ook hier staan de vogels op de stadsbalkons. Misschien gaat het wel veel verder dan de drugshandel. Misschien horen al die mensen wel bij een sekte. Misschien is dit wel de manier waarop ze kleur bekennen en hun loyaliteit duidelijk maken. Er gaat meer achter mensen schuil dan je denkt, denk ik.

Nog weer een paar jaar later ga ik voor het eerst in jaren bij Jim thuis eten. Hij is maanden geleden verhuisd, maar het kwam er maar niet van om op bezoek te gaan. Als ik een gigantische betonnen flat verderop aan het fietspad zie opdoemen begint mijn hart sneller te kloppen. Is het me dan eindelijk gelukt om bevriend te zijn met een bewoner van een appartementje met een stadsbalkon?

Het antwoord is ja.

Na het avondeten durf ik het onderwerp eindelijk aan te snijden.
‘Waarom heeft iedereen van die kraaien?’ vraag ik, zo neutraal mogelijk, alsof ik de rage wel doorheb maar nog niet helemaal zeker ben of ik wel-zo-iemand-ben. Zijn beide buren hebben er eentje staan. Wie weet is hij wel bevriend met die mensen. Wie weet dealt hij wel voor ze. Wie weet werkt hij in hun drugslab.
Hij grinnikt. ‘Tegen de kraaien.’
‘O,’ zeg ik, alsof daar voor mij de zaak ook mee afgedaan is. Alsof ik hier niet al tien jaar over loop te fantaseren en dit de grootste teleurstelling is sinds het terugvinden van mijn eigen sinterklaastekening tussen het kladpapier op mijn vaders bureau.
‘Een kraai tegen een kraai,’ zeg ik, om dit gesprek waar ik al een half leven op wacht en dat zo episch had moeten worden iets langer te rekken dan drie-en-een-half woord.
Hij haalt zijn schouders op. ‘Als je zo’n ding op je balustrade zet dan komen er geen andere kraaien meer op je balkon. Heeft iets met territorium te maken.’
‘Ah,’ zeg ik, ‘Goh.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Etgar Keret, Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, The Neverending Story, Chicken run.

Wat schreef ik?

The Ballet of Service (documentaire, 2020). Traag naar de Hemel (documentaire, 2019). Anita's Roedel (documentaire, 2018). Onderbeds (korte film, 2015). Weekend Warriors (korte film, 2015).

Quote

'With everything I create I try to make people fall in love with humankind a bit more.' (Etgar Keret)