Nieuwste onderwerp

Waaier

Anni is dood, stuurt mijn huisgenootje Paupau.

Ik schrik. Anni was al oud zolang iedereen zich kan herinneren, maar niemand hield er rekening mee dat ze er op een gegeven moment ook echt niet meer zou zijn.

Anni woont in het appartement onder onze woongroep. Ze heeft een achternaam als een toverspreuk uit Harry Potter, en leeft van kip met rijst. Het is me nooit helemaal duidelijk geworden of Anni haar bezoek onzichtbaar naar buiten smokkelde via het balkon, of dat ze tegen de muren praatte. Feit was dat we nooit iemand bij haar langs zagen komen, maar dat er wel veel werd gepraat daar beneden.

Anni woont er al zolang als het collectieve geheugen van onze woongroep teruggaat, en dat is een jaar of dertig. Al die tijd staat ze regelmatig onaangekondigd voor de deur, om te vragen of “de waaier” uit mag, waarmee we aannemen dat ze een ventilatiesysteem bedoelt, dat we niet hebben, en dat er weer zoveel blauwe rook in haar huis hangt. We knikken dan altijd begrijpend, drukken op een schakelaar die nergens op aangesloten is, en zeggen dat ze meteen nog een keer moet aanbellen als het nu nog niet weg is. Dat deed ze nooit.

Ik keek een tijd terug een serie over mensen die dingen zeiden te voelen die andere mensen niet voelen. Zoals hoofdpijn door de nabijheid van elektriciteit, een allergie voor microschimmels en verlamming door een psychisch trauma. Ik vroeg me iedere aflevering af wie er nou gek was. Hun omgeving, die maar bleef zeggen dat als iets niet te meten valt het er ook niet is, of zij, die vasthielden aan hoe ze de wereld beleefden. Ik kwam er niet uit.

Ook over Anni’s rook heb ik me dat vaak afgevraagd. We maakten er in huis vaak grapjes over. Toen we van de winter een overrijpe sinaasappel achterin de koelkast ontdekten waar een blauwe, poederachtige substantie vanaf wolkte toen we hem oppakten, veinsden we eindelijk de bron van de blauwe rook gevonden te hebben.

De nacht voordat het nieuws kwam heb ik nog over haar gedroomd. Ze lag op de grond voor haar deur, in de algemene gang. Iedereen wilde haar laten slapen, maar ik vond dat we de politie moesten bellen. Misschien was ze wel dood. Ik ging haar huis in om een telefoon te zoeken.

Hoewel ik haar talloze keren in de deuropening heb zien staan, ging deze nooit verder open dan op een kiertje. Over haar schouder probeerde ik soms stiekem een beetje naar binnen te turen. Ik meende eens te zien dat haar keuken tegenover haar voordeur lag, maar voordat ik het zeker kon weten deed ze de deur weer dicht.

In mijn droom bleek haar appartement gigantisch. Hoewel ze in het echt op de eerste verdieping woonde en alleen een klein balkon had, had ze in mijn droom een gigantische, weelderige tuin. In haar appartement in mijn droom waren alle gordijnen dicht, waardoor het schemerig was. Hoge ramen, ruime kamers, chique meubels uit de jaren twintig, bronskleurige bokalen, inheemse Indonesische objecten en heuphoge, porseleinen zwarte panters. Ik realiseerde me nog eens te meer dat de mysterieuze Anni een heel leven achter zich had waar wij geen flauw benul van hadden. En nu ook nooit meer van zouden krijgen.

In mijn droom bleef ik eindeloos door haar huis dwalen en vond ik nooit een telefoon. In het echt belden de buren naast haar uiteindelijk de politie. Ze hadden haar al twee dagen niet gezien en maakten zich zorgen.

Inmiddels zit haar appartement al een paar weken op slot, met een hangslot aan de buitenkant. De politie boorde er gehaast een paar gaten voor. Ze hadden de deur moeten intrappen om binnen te komen. Het zaagsel ligt nog op de mat. Niemand ruimt het op.

Het is bizar hoe je maar gewoon aanneemt dat dingen altijd zo zullen blijven als nu.

Opeens zijn alle plantjes in het trappenhuis dor. Opeens steekt niemand meer wantrouwig haar hoofd om het hoekje van de deur als we een nieuwe liefde met voor Anni onbekende voetstappen voor het eerst meenemen. Opeens komt er een feestdag waarbij er ’s ochtends geen plastic versiersels door het hele trappenhuis hangen. Opeens komen er andere mensen met doodnormale gewoontes in Anni’s huis wonen. Opeens ga ik haar missen.

« terug naar blog

2 responses to “Waaier”

  1. Thom

    Wauw Marlies, deze vind ik echt heel mooi!

Reageer

Wat lees ik?

Etgar Keret, Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, The Neverending Story, Chicken run.

Wat schreef ik?

The Ballet of Service (documentaire, 2020). Traag naar de Hemel (documentaire, 2019). Anita's Roedel (documentaire, 2018). Onderbeds (korte film, 2015). Weekend Warriors (korte film, 2015).

Quote

'With everything I create I try to make people fall in love with humankind a bit more.' (Etgar Keret)