Nieuwste onderwerp

Zelfmedelijden

 

Lief kind, als ik je heb, als je mijn kind bent in welke vorm of capaciteit dan ook, zal ik je voor het slapengaan een verhaal vertellen over een ander soort prinses:

 

Eens, in een land zowel in tijd als ruimte hier ver ver vandaan, leefde een prinses. De prinses was knap en slim en lief en ze had alles wat haar hartje begeerde. Ze woonde in een paleis met honderden kamers, de ene nog mooier dan de andere. Ze had een hond, drie paarden en tientallen bedienden die haar bed opmaakten, haar voeten masseerden en haar haar deden. Ze had een prins die van haar hield. Zij hield ook van hem. Als de winter voorbij was en de lente weer bloeide, zouden ze trouwen en voor altijd samen zijn.

Alles was dus mooi en goed, maar niet voor de prinses. Ze wist dat ze gelukkig moest zijn, maar het lukte haar niet. Het leek wel alsof ze er niet bij kon. Alsof het geluk net buiten haar bereik lag. Ze werd er onrustig van. Ze begon zich af te vragen of het geluk dat ze moest voelen wel voor haar bestemd was. Ze zag de mensen om haar heen, hoe anders zij waren en toch zo gelukkig. Ze wilde weten hoe het voor hen was. Ze wilde proeven van hun manier van leven en het geluk dat daaruit voortkwam.

De nieuwsgierigheid van de prinses groeide en groeide. Ze verzweeg haar gevoelens voor iedereen. Op een avond biechtte ze alles huilend op aan de prins. Toen was het al te laat. Haar verlangen naar een ander bestaan was té groot. Ze brak de verloving af en vluchtte, midden in de nacht, het paleis uit. Met een van haar paarden, een kleine koets en een koffer met kleren trok ze naar een land ver weg. Daar bouwde ze een nieuw leven op, niet als prinses, maar als gewone vrouw. Niemand in dat land kende haar. Ze was vrij om te doen wat ze wilde. Ze betrok een kamertje bij een juf en verdiende haar geld als naaister in een atelier. In de avonduren bezocht ze feesten. Daar at en dronk ze dingen die ze in haar leven nog nooit had geproefd. Nog later op de avond, als de maan en de sterren op de hemel dansten, dook ze het bed in met verschillende mannen. Iedere nacht had ze een ander. Ridders en jonkheren, schilders en minstrelen, maar ook hele gewone lieden; bakkers, slagers, timmermannen. Zelfs dieven en piraten liet ze in haar bed. Dat vond ze heel spannend.

De prinses die eigenlijk geen prinses meer was, was gelukkig. Dat zei ze tegen zichzelf en ze dacht dat de dingen die je tegen jezelf zei de meest ware dingen waren.

Maar toen veranderde alles. De sfeer in haar nieuwe thuisland werd grimmig. Er brak een oorlog uit en toen die oorlog eindelijk voorbij was, werd het allemaal nog erger. De mensen waren arm en de weinige gewassen die van het door strijd vertrapte land kwamen waren kostbaar. Het atelier waar de prinses werkte, ging failliet. De prinses verloor haar baan en daarmee haar inkomsten. Ze verkocht haar mooie spullen en toen ook die op waren, zette de juf haar het huis uit. Ze stond op straat. Ze kon nergens heen. Ze had weinig vrienden gemaakt gedurende haar tijd in het andere land. Met haar buren en de andere naaisters was het contact oppervlakkig geweest. En ook bij de mannen met wie ze had geslapen, kon ze niet terecht. Na het vrijen had ze hen met weinig liefde behandeld. Ze had hun brieven ongelezen in het haardvuur gegooid en als ze later, bij wijze van verrassing, eens aan de deur stonden, deed ze alsof ze niet thuis was.

Ze dacht eraan naar huis te gaan, terug naar het paleis met zijn warmte en liefde, maar dat kon niet. Wie wilde haar nu nog terug hebben? Ze waren haar vast alweer vergeten. Iedereen was doorgegaan. Haar prins had een nieuwe prinses gevonden, eentje die nog knapper en liever was dan zij en niet veel later waren ook de bedienden en het volk smoorverliefd op haar geworden. Niemand dacht meer aan haar.

De prinses vond zichzelf zo zielig, zo zo zielig! Maar het haalde niks uit. Van zielig kon ze niet eten. Zielig bood haar geen bed of dak of bad aan waarin ze zich kon wassen en het vuil van haar nieuwe leven van zich af kon schrobben. Ze zwierf over straat en bedelde om een beetje geld en brood. Ze kreeg niks. Nu ze niet meer mooi en geestig was, keek niemand nog naar haar om. En zo stierf de prinses, arm en hongerig, met alleen haar zelfmedelijden om over haar prinsessenlijk te waken. Einde.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rina Sawayama

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine