Nieuwste onderwerp

Koorts

 

Ik open de deur en steekt mijn hand op. Snubbel zegt niks. Hij staat aan de andere kant van het voetpad, weggedoken in zijn sjaal en mantel. Zijn haar kleurt goudgeel in het straatlicht. Hij graait in zijn jaszak, haalt er het springtouw uit en gooit mij een van de handvatten toe. Het andere houdt hij vast. Ik vang en trek de draad strak. We knikken naar elkaar en beginnen te lopen. De straten zijn verlaten. De binnenstad is zo stil en leeg dat we schrikken van een plastic zak die de hoek om waait. We kijken toe hoe de wind de zak de weg op blaast, net naast het zebrapad. Na wat traag geslof over het asfalt bereikt de zak heelhuids de overkant en duikt hij onder een geparkeerde auto.

‘Alleen met de goden,’ mompelt Snubbel met gevoel voor drama. Hij geeft het springtouw een ruk en maant me verder te lopen.

 

Bij het Operahuis denk ik aan de zomeravond waarop we met graffiti een knalroze bikini op een van de kariatiden spoten. Het was Snubbels idee. Hij bediende de spuitbus. Ik durfde niet. In een vlugge beweging spoot hij twee perfecte cirkels op de stenen borsten. Daarna bond hij ze met roze strepen vast om haar torso en kleurde hij de cirkels in. Het zag er niet uit. Het was alsof iemand plakjes ham op een ontbloot vrouwenlijf had gegooid in een verwoede poging zoveel mogelijk van haar intieme plekken af te dekken. Maar we waren zestien. Wat wisten wij nou van vrouwenlichamen? De enige blote borsten die we langer dan drie tellen hadden bekeken, waren die van Amerikaanse pornoactrices. Die droegen ook vaak roze bikini’s.

De kariatide van toen is vannacht ingepakt in plastic folie, het soort waarmee je normaal gesproken je restjes inpakt voor je ze in de koelkast of vriezer gooit. Over haar mond hangt een mondkapje. De roze bikini draagt ze niet meer. Die is jaren geleden al door de gemeente weggepoetst.

Snubbel hurkt bij haar neer en zegt: ‘Ik kon haar beter kleden.’

Hij strijkt met zijn hand langs haar in plastic gewikkelde onderbeen. Het is een tedere beweging. Ik wil zeggen dat hij dat beter niet kan doen, dat ik op internet heb gelezen dat het nog heel lang door kan leven op plastic. Maar ik zeg niks. Ik kijk naar beneden. Het springtouw hangt slap in mijn hand en kronkelt bij mijn voeten als een adder.

‘Het is voor haar eigen bestwil.’

Snubbel snuift en beaamt, ja, dit is nu het beste voor haar. ‘Als dit allemaal voorbij is, trek ik haar wel weer wat leuks aan, mijn schatje.’

 

Snubbel en ik over de rivier, door de kunstenaarswijk. Het springtouw verslapt, wordt aangetrokken, verslapt weer. Snubbel trekt het weer aan en vraagt hoe het met mijn moeder gaat. En met mijn vader en mijn zussen en mijn broer in Cambodja en mijn hond en de mijten die zich in mijn matras schuilhouden.

‘Prima,’ zeg ik. ‘Iedereen blijft zitten waar hij zit.’

‘Fijn.’

Hij wil roken. We gaan zitten op een parkbankje, allebei aan het andere eind met een moddervet spook tussen ons in. Snubbel pelt zijn sjaal af om zijn mond vrij te maken. Hij steekt een sigaret op en neemt een enkel trekje. Daarna hangt de peuk werkeloos tussen zijn vingers.

We kijken uit over het lege park. In de verte, het is nog net zichtbaar, ligt een klein speeltuintje. De klimrekken zijn afgelopen weekend afgezet met politielinten. De mannen die normaal gesproken in de sportschool hingen, bleven ondanks de waarschuwingen maar komen om zichzelf aan de stangen op te trekken. Snubbel vindt het walgelijke types. Hij tilt zijn benen op en dwingt ze in kleermakerszit. We praten over hoe droog onze handen zijn, over tv-programma’s en recepten voor veganistische baksels, over de vrouwen aan de andere kant van het land die Snubbel via datingapps vragen of hij naar ze toe wil komen om ze uit hun eenzaamheid te redden. We praten over onze dromen, waarin de werkelijkheid nog niet is doorgedrongen en we nog steeds zonder beperkingen rondwandelen en geen enkele reden hebben om afstand van elkaar te houden.

‘Droom-ik bezocht vannacht een feestje.’

‘Ik mis feestjes. Ik mis dansen.’

‘Ik ook.’

‘Was het een leuk feestje?’

Ik kijk naar Snubbel. Hij kijkt me niet aan.

‘Viel wel mee.’

‘Waarom?’ vraag ik.

‘Ik zag droom-jij zoenen met een vriend van me. Daar vond ik niks aan. Jullie moeten niet zoenen, zelfs niet in dromen.’

Ik knik.

Snubbel gooit de sigaret weg. Hij landt met een boogje in het gras en dooft.

‘Ik vraag me af,’ zeg ik, ‘hoe lang het nog duurt voordat ik in mijn dromen alleen nog de binnenkant van mijn huis zie.’

‘Niet lang,’ meent Snubbel. Hij haalt een hand door zijn haar en laat zijn hoofd vervolgens achterover hangen. Hij kijkt naar de sterrenhemel. ‘En daarna worden we ziek en daarna depressief en dan gaan we veel te veel drinken en roken en dan worden we nog zieker en ongelukkiger en uiteindelijk gaan de meubels tegen ons praten en vertellen ze geheimen over de andere meubels, die daar dan weer op reageren en dan zijn we gek en gestoord en komen er busjes die ons ophalen en naar een plek brengen waar geen meubels meer zijn om mee in gesprek te raken.’

Ik sla mijn armen om me heen. Het liefst zou ik Snubbel aanraken, maar dat kan niet. Dus ik zeg: ‘Ik zou wel willen weten wat mijn televisiemeubel uitspookt als ik er niet ben.’

Snubbel lacht niet.

Hij lacht niet.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rina Sawayama

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine