Nieuwste onderwerp

Utrecht (2)

Over de bomvolle terrasjes van de Neude hangt een wolk van zoet parfum en heet frituurvet. Anouk zit met twee vriendinnen in de laatste, lage zonnestralen die nog tussen de gebouwen door gluren. Op tafel staan drie gin-tonics en een bittergarnituur, daarnaast hebben ze allemaal hun iPhone neergelegd, met de schermen naar beneden.

Anouk pakt een bitterbal tussen duim en wijsvinger en bijt er voorzichtig in. De vulling schroeit het vlees net achter haar voortanden tot het gevoelloos wordt. Ze krijgt er kippenvel van, niet alleen van de pijn maar van alles, de stad, het terras, de mensen om haar heen die allemaal tegelijk van dezelfde, warme namiddag genieten maar niks met elkaar te maken hebben, straks ieder naar hun eigen leven teruggaan en elkaar misschien nooit meer zullen zien. Het is zo’n fijne dag dat je er angstig van wordt als de zon onder begint te gaan.

‘Goeiemiddag, dames, hebt u misschien een muntje voor mij? Ik ben dakloos.’

De stem klinkt ruw en hoog, alsof je met een stuk piepschuim langs een synthetisch vloerkleed schuurt. Naast hun tafel is een man verschenen. Hij is ongeschoren, zijn jas valt lang en zwaar over zijn magere schouders en Anouk verwacht dat hij stinkt, maar dat is niet zo. Hoogstens een beetje naar rook, zoals haar eigen haren op een schoon kussen ook ruiken na een avond stappen.

De man kijkt ze één voor één aan. Anouk grijpt al naar het linnen Dille & Kamille-tasje dat aan haar stoel hangt, maar tegenover haar zegt Ilse: ‘Sorry hoor, daar beginnen we niet aan.’

Ilse is blond en spits en luid en soms snapt Anouk niet helemaal waarom ze vriendinnen zijn. Op de eerste dag van hun studie kwamen ze naast elkaar te zitten, en Anouk was zo opgelucht dat er iemand aardig tegen haar deed, dat ze nooit meer afstand van Ilse heeft durven nemen, ook al heeft ze haar achter haar rug om wel eens ‘arrogant’ genoemd.

‘Ik heb maar twee euro zestig nodig voor een warme maaltijd. Alle kleine beetjes helpen.’

De man heeft zijn blik nu op Anouk gevestigd. Zijn gezicht lijkt alleen te bestaan uit diepe groeven en twee donkere ogen die tussen de lappen huid naar de wereld gluren, goedig maar droef, als een oude buldog. Anouk voelt dat ze begint te blozen. Ze denkt aan haar vader, die op vakantie altijd een euro of twee in de papieren bekertjes gooit van kromme vrouwtjes die geknield op straat zitten. Toen ze klein was, leken hun geprevelde bedankjes uit de droge lippen te ontsnappen als een toverspreuk, die hun nog lang door de smalle Mediterrane straatjes achtervolgde. Ze pakt haar portemonnee uit haar tas.

‘Anouk, doe normaal, je gaat die vent toch niet echt iets geven?’

Ilse heeft haar bitterbal nog niet doorgeslikt, maar haar vraag klinkt ook met halfvolle mond bits en snauwerig.

‘Hoezo?’

‘Daar kopen ze toch alleen maar drugs van. Je kan net zo goed meteen een naald in z’n arm steken, hoor, ik zég het je.’

Anouk kijkt naar hun andere vriendin, maar Babette staart naar de telefoon in haar handen en heeft haar gezicht zorgvuldig verborgen achter een gordijn van haar. De man schraapt zijn keel.

‘Ik wil alleen een warme maaltijd. Ik ben dakloos.’

‘Je bent gek als je denkt dat hij daar echt eten van gaat kopen.’ Ilses vouwt haar mond strak om haar rietje en slurpt aan de gin tonic alsof hij haar persoonlijk gekwetst heeft. Haar donkergetekende wenkbrauwen staan in een bijna rechte hoek naar beneden. Aan tafel is het stil, het rumoer om hun heen nog luidruchtiger. Anouk kijkt naar haar knieën en stopt de portemonnee weer terug in haar tas.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michel Faber

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood