Nieuwste onderwerp

Utrecht (1)

Aan de voeten van Anne ligt een zwerver. Linda herkent de man; ze heeft hem wel vaker zien sloffen door de stad, altijd in een te grote regenjas die ooit groen moet zijn geweest, maar nu verkleurd is tot modderig bruin. Normaal komt ze hem tegen als ze na een late borrel terugfietst naar huis, maar zo – op een zomerse donderdag, tijdens haar lunchpauze – schrikt ze nog erger van hem, alsof hij niet in het zonlicht thuis hoort.

Terwijl zij in de rij staat bij de broodjeszaak op Janskerkhof, ligt de zwerver een paar meter verderop tegen het standbeeld van Anne Frank te dutten. De regenjas heeft hij onder zijn nek gelegd als kussen, zijn handen liggen losjes over elkaar gevouwen op zijn buik, de zon straalt op zijn smoezelige gezicht. Linda kan niet stoppen met staren. Ze heeft niet eens door dat haar bestelling klaar ligt, de vrouw achter haar moet haar op haar schouder tikken.

Linda verontschuldigt zich, pakt haar Italiaanse bol met carpaccio en neemt plaats op één van de metalen stoeltjes. De zomer is heet, deze dag de heetste tot nu toe, maar ze heeft nauwelijks door dat de armleuningen tegen haar ellenbogen branden. Daar, waar nu een ongewassen man ligt, heeft zij een paar maanden geleden met haar kinderen gestaan, ze om acht uur ’s avonds tot stilte gemaand.

Nu denken we aan alle arme kindjes die niet naar school kunnen door de oorlog,’ had ze gezegd, ‘denk daar maar aan.’

Wat was ze trots geweest toen bij haar zoontje de tranen in zijn ogen stonden. Ook zij had er gehuild, jaren eerder, toen ze voor het eerst met opa mee mocht naar de dodenherdenking. Na de twee minuten stilte, nam hij haar mee naar een groot pand aan de Nieuwegracht.

‘Daar woonden oma en ik,’ zei hij, wijzend naar een raam op de eerste verdieping, een paar meter verderop, ‘en hier was het Joodse weeshuis.’

En hij vertelde haar over een dag in februari, zo koud dat je tenen in je schoenen bevroren als je ze niet voldoende bewoog, toen ineens de stoep van het weeshuis tot aan hun voordeur volstond met bibberende kinderen die werden meegenomen en nooit meer terugkeerden.

‘Aan die kinderen denk ik,’ zei opa, ‘als we bij Anne staan.’

Nu ligt daar midden op de dag een zwerver te slapen, waarschijnlijk een alcoholist, misschien zelfs een junk. Zou hij niet weten wie Anne Frank was, wat ze betekent, of kan het hem gewoon niet schelen? Linda weet niet wat erger is. Ze knijpt zo hard in haar broodje dat er truffelmayonaise over haar pols druipt, in dikke druppels op haar rok valt en er vetvlekken achterlaat die ze er nooit meer uit zal krijgen.

De zwerver schrikt wakker door het geluid van een voorbijkomende bus en begint naar iets te zoeken in de zakken van zijn regenjas. Als hij een sigaret tevoorschijn haalt en die aansteekt, laat Linda haar lunch liggen op het metalen tafeltje en marcheert naar het standbeeld toe. De hakken van haar sandalen raken klem tussen de kinderkopjes waardoor ze een paar keer wankelt, wat haar woede alleen maar aanwakkert.

‘Respectloze klootzak!’ roept ze, als ze zeker weet dat hij het kan horen. ‘Dit doe je toch niet!’

Het gezicht van de zwerver vertrekt niet. Hij blijft onderuitgezakt tegen Annes voetstuk liggen, peuk tussen zijn lippen.

‘Mevrouw, ik ben dakloos.’

‘Kan me geen reet schelen of je dakloos bent! Weet je wel wie dit is? Weet je wel waar ze hier voor staat?’

‘Ja,’ zegt de zwerver. ‘Om tegen aan te leunen.’

Linda draait zich om zodat hij de tranen niet in haar ogen ziet verschijnen en wankelt over de kinderkopjes terug naar haar kantoor.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Persuasion - Jane Austen

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood