Nieuwste onderwerp

Krachtveld (1)

 

De dagen hopen zich op. Ze storten zich op elkaar als een groep uitgelaten kinderen nadat een van hen zijn handen om zijn mond heeft gevouwen en‘stapelen!’ heeft geroepen. Er ontstaat een bergje. Het bergje groeit, eerst snel, dan steeds langzamer. Vanaf een bepaald punt stagneert de groei. Het volume van de hoop blijft gelijk. Wat deze stagnatie veroorzaakt is niet duidelijk. Het lijkt alsof voor ieder nieuw kind, voor iedere nieuwe dag die zich op zijn voorgangers werpt, onderaan de hoop een kind of een dag onder het gewicht bezwijkt en leegloopt, waardoor de omvang van de berg onveranderd blijft. Zoiets, geloof ik.

De dag die zich vandaag op de hoop stort, heet dinsdag. Hij tilt zijn armen in de lucht en slaakt een kreet, laat zich dan vallen. Volledige overgave.

 

Ik zit voor het raam als het verhuisbedrijf terugbelt. Ik herhaal wat ik in mijn mail heb gezet: of ze me alsjeblieft zo snel mogelijk kunnen verplaatsen. Een klein busje is genoeg, veel spullen heb ik niet. Een kast, een bed, een verstopte lijst met een foto van mijzelf en iemand die ik ooit liefhad. Ik heb bijna alles al ingepakt. Ze kunnen over een uur al langskomen. Dan gaan we een stukje rijden en dan mogen me overal afzetten. Waar precies maakt me niet uit, als ik hier maar weg kan.

De telefoniste onderbreekt me met de vraag of dit een zogenaamde prank call is. Ze heeft daarover gelezen in een handboek voor telefonisten. Daarin werden prank calls omschreven als een ongevaarlijk doch vervelend verschijnsel. Een beetje zoals een verkoudheid of voetschimmel. Je kunt er niks aan doen. Het hoort erbij. Het komt vanzelf en het gaat vanzelf weer weg. Ik antwoord dat ik dat niet zeker weet en dat we daar gaandeweg maar achter moeten komen. Ze zucht hard. Ze wil dat ik haar hoor zuchten. Dan vraagt ze: ‘Bent u zo naïef of doet u maar alsof?’

 

Het krachtveld. Je kunt het overal in de stad zien, een reusachtige, blauwgroene stolp die als een futuristische paraplu over mijn huis ligt. In de krant wordt er niet over geschreven. In de cafés wordt er niet over gepraat. De regionale tv toont zoals gewoonlijk alleen beelden van straatvuil en bomen die door de wind zijn ontworteld, opgetild en op tachtig kilometerwegen zijn neergelegd.

Bij de bibliotheek heb ik een boek geleend over het hiëroglyfenschrift van de Azteken. Volgens deze oude, Meso-Amerikaanse beschaving is het krachtveld een zeldzaam weersverschijnsel dat maar eens in de drieduizend jaar voorkomt. De meest recente waarneming van het verschijnsel dateert uit 1390. De oceaankleurige koepel hing toen boven een meer in wat nu het zuiden van El Salvador is. Het bleef daar anderhalve maand hangen en had geen noemenswaardig effect op de oogst, de vruchtbaarheid van de vrouwen of mannen en het politieke bestel. Daarna loste het vanzelf op. Het liet geen sporen achter.

Ik bekijk het krachtveld vanuit de woonkamer. Het heeft inderdaad iets weg van een weersverschijnsel, denk ik. Het lijkt op mist of regenbogen in de zin dat je het niet kunt vastpakken. En net als bij een regen- of hagelbui, fiets ik er met gemak doorheen. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het bepaalde dingen buiten houdt. Ik heb al weken geen vogels meer gezien rondom mijn huis. Mensen ook niet. Telkens als ik met iemand afspreek om iets te doen bij mij thuis, sturen ze berichten waarin staat dat er een muur voor mijn huis staat waar ze niet doorheen komen.

Je maakt het nu wel héél doorzichtig, noteert mijn online schrijfcoach hier in de kantlijn. Eerst dik je je metafoor nog wat aan met een mystieke tekst van een Azteekse Erwin Kroll om die een paar regels verder in één keer te verpulveren. Nu weet toch iedereen wat je bedoelt? Probeer die geheimzinnigheid, dat beeld van die haast buitenaardse cyberstolp vast te houden. Dat komt het literaire gehalte van je tekst echt ten goede.

Ik antwoord mijn vrienden dat ik niet begrijp wat ze bedoelen, of ze dat alleen maar zeggen omdat ze eigenlijk helemaal geen zin hebben om bij me langs te komen. Als dat het geval is, kunnen ze gerust eerlijk zijn.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine