Nieuwste onderwerp

Rook

 

Laat me even goed kijken, zegt mijn klant de kettingroker. Ik zet een stap opzij en geef de sigarettenwand vrij. De ogen van de man schieten over de geplastificeerde pakjes, terwijl ik, de poortwachter, geduldig wacht op nadere aanwijzingen. Verveeld kijk ik in de mond van de man. Een grijsroze kamer. Verrotting en aanslag. In het gele tandenbed ligt een tong te rusten. Het orgaan ziet er moe en uitgedroogd uit. Het lijkt op het amfibie dat ik jaren geleden ontwaarde in een van de terraria van een basisschoolvriendje. Mooi beest hè, zo loom en lui in dat broeierige bakkie? Het ligt maar wat. Doet geen vlieg kwaad. Ik haal mijn ogen van de tong af, voordat het toch opeens toeslaat. Verder, achterin de mond, zie ik een donkerbruine kies die op instorten staat. Bij de eerste de beste aanraking zal de tand verkruimelen en wegwaaien, de kantoorboekhandel uit.

Ik wil de man waarschuwen voor de gevaren waaraan hij zijn kies blootstelt, maar het is niet meer nodig. Hij sluit zijn mond voordat er iets kapot is gegaan. Een arm met een hand en een vinger komt los van zijn lijf en wijst naar een punt op de wand. De roker zegt: die daar. Zijn stem is hees, zijn haar dun en dof, maar hij smuilt. Deze man die zo lelijk is en oud en dag in dag uit een boevenbal meesleept en daarmee één voor één de stoepen in de buitenwijk openrijt, deze man kan nog steeds smuilen!

Ik volg zijn vinger en kom uit bij een hemelsblauwe verpakking. American Spirit. Westerse indianenromantiek.

Ik peuter het pakje shag uit de wand en leg het op de toonbank. Op de voorkant staat een foto van een stuk huid met een gat in het midden. In het afgebeelde lichaamsdeel zit gewoonlijk geen gat. Toen ik de foto voor het eerst zag, duurde het daarom even voordat ik doorhad naar welk lichaamsdeel ik keek. Onder de foto staat in witte letters de tekst de tekst ‘de anderen gaan ook dood, maar gewoon iets minder snel’. Ik lees de tekst hardop voor. De roker luistert met zijn ogen gesloten. Het heeft haast iets godsdienstigs. Ergens in mijn buik schudt de grote schuldvraag de winterslaap van zich af. Hij kruipt uit zijn hol, rekt zich uit en kijkt slaperig naar de felverlichte lentehemel. Nee, denk hij, nee nee nee, en hij sloft hoofdschuddend terug naar zijn warme hol.

Geld, alstublieft, zeg ik.

De roker schrikt op. Hij legt zijn vuist voor me neer en opent deze. Uit zijn palm rolt een verfrommeld briefje van tien. Ik stop het geld in de kassa en overhandig de man zijn wisselgeld. Hij telt de munten en steekt ze in zijn broekzak.

Goedendag en tot ziens.

Hij draait zich om. Met zijn laatste krachten sleept de roker zijn lijf de winkel uit. Ik blijf bij de sigarettenwand achter met de muffe tabaksgeur die hij met zich meedraagt en die, als een vervelende dronkaard in het dorpscafé, altijd nog wat langer blijft hangen dan de rest. Als ik een kwartier later, we gaan sluiten, de reclameborden van de straat pluk, zie ik hem nog door het winkelcentrum struinen. Op de boord van zijn windjack ligt een droom van nieuwe longen, twee flinke, gezonde jongens in de kleur van medicijnkasten en waarin – eentje in de linker- en eentje in de rechterlong – een indiaan met een machtig mooie verentooi langs een kabbelend beekje zit te neuriën. Of verbeeld ik me dat maar?

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rina Sawayama

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine