Nieuwste onderwerp

Rubensvrouw (3)

Een half jaar na hun eerste ontmoeting trekt Caroline al bij Dylan in. Het is snel, en ze vindt het spannend, leven in een huis dat niet meer alleen van haar is, een dagritme dat ze met iemand anders moet delen, maar het gaat beter dan ze had verwacht. Hij lacht haar niet uit als ze met een timer precies twee minuten bijhoudt tijdens het tanden poetsen, dertig seconden in elke hoek van haar mond, en zij leert al snel om er twintig minuten bij op te tellen als hij zegt om zes uur thuis te zijn. Het gaat niet perfect, maar wel goed genoeg. Tot het weer zomer wordt, en Caroline in een bikini voor de spiegel in de slaapkamer staat, en ziet dat ze dik geworden is.

Eerst gelooft ze het niet. Ze kijkt over haar schouder, of er niet toevallig een mollige, semi-aantrekkelijke vrouw heeft ingebroken die nu haar kleding staat te passen; ze tikt met haar vingers op het glas, hoopt dat het een verdwaalde lachspiegel van de kermis is. Maar het is haar echte lichaam, of in ieder geval, een reflectie van haar echte lichaam. De kraters in haar dijen, de diepe vouw vlak boven haar navel, de bolle schaduw die onder haar kin is verdwenen; dat is zij.

Ze roept Dylan met een stem die overslaat van paniek. Hij rent de kamer binnen, de ene helft van zijn gezicht nog onder het scheerschuim.

‘Wat is er? Gaat alles wel goed?’

‘Nee, natuurlijk gaat het niet goed! Kijk nou naar me!’

Hij speurt haar lichaam af met zijn ogen. ‘Ben je gewond? Ben je gevallen of zo?’

‘Nee, ik ben niet gewond, ik ben gewoon… gewoon… Dik!’

Uit Dylans mond glipt een als proest verstopte grinnik, maar als hij ziet dat ze serieus is, begint hij hardop te lachen.

‘Loop je dáárom zo te krijsen? Je bent helemaal niet dik.’

‘Oh nee?’ Caroline grijpt naar het vet op haar onderbuik. Ze kneedt de zachte, deegachtige rol tussen haar handen, wil het niet meer loslaten ook al lopen er rillingen van walging over haar rug. ‘Wat is dit dan?’

‘Je bent misschien een klein beetje aangekomen, maar je bent niet dik.’ Hij kantelt zijn hoofd en bekijkt haar zo lang dat ze ongemakkelijk met haar voeten begint te schuifelen. ‘Ik vind het je eigenlijk wel goed staan. Een beetje zo’n rubensvrouw. Dat vonden ze heel mooi hoor, vroeger.’

‘Ja, vroeger. Niet nú. Nu ben ik gewoon een vetzak.’

De tranen zijn er zonder dat ze het wil, zonder dat ze ze kan tegenhouden. Het is de eerste keer dat Dylan haar ziet huilen. Hij schrikt ervan, stopt met lachen en omhelst haar.

‘Nou, lieverd, zo erg is het toch niet? Ik vind jou toch nog steeds heel mooi?’

Caroline snikt. Van achter zijn schouder gluurt ze naar hun spiegelbeeld. Op de plekken waar Dylan haar vast heeft, verdwijnen zijn handen bijna in een diepe laag vet. Als hij haar los laat, blijven zijn afdrukken waarschijnlijk nog jaren zichtbaar, alsof ze een vochtige klomp klei is waar iemand op heeft ingebeukt. Alleen het stuk waar zijn ringvinger had moeten zitten, blijft intact. Naast haar plompe lijf lijkt hij meer dan ooit op een Griekse held, zo dicht bij perfectie dat ze er haast door in een god gaat geloven. Hoe kan zo’n lichaam, waarin elke spier met minutieuze nauwkeurigheid staat uitgetekend, nou door het toeval zijn ontstaan? Zelfs dat ene gebrek, die stomp waar een vinger hoort te zitten, lijkt een bewuste keus te zijn geweest, zoals een oud standbeeld alleen maar waardevoller wordt door een ontbrekende neus, een bevestiging van authenticiteit. Ooit was zij ook zo, haar vormen zorgvuldig bijgehouden, op tijd bij gesnoeid als ze dreigden te verwilderen, maar ongemerkt was haar lichaam zijn eigen gang gegaan.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michel Faber

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood