Nieuwste onderwerp

Paars

 

Afgelopen zomer ging ik voor het eerst alleen op vakantie. In Hamburg sliep ik vijf nachten in een goedkoop hostel. De mensen waarmee ik mijn kamer deelde zag ik nauwelijks. ’s Avonds was ik de eerste die naar bed ging en als ik de volgende ochtend tegen half tien weer uit mijn stapelbed klauterde, was iedereen vertrokken. Van sommige kamergenoten wist ik niet eens hoe ze eruit zagen, of ze man of vrouw waren, jong of oud. Het enige wat ik van hen wist was hoe hun ademhaling klonk als het nacht was en we allemaal in die kille hostelkamer lagen opgeslagen als bestek in een besteklade.

De eerste vier dagen was ik erg op mezelf. Ik sprak niet meer dan ik noodzakelijk achtte. Ik bestelde koffie en vegaburgers en antwoordde beleefd wanneer een van mijn kamergenoten vroeg wat mijn naam was, waar ik vandaan kwam en welke delen van de stad ik al had bezocht. Een langer gesprek had ik niet. Laat staan dat iemand me uitnodigde voor een wandeling door de Speicherstadt of een drankje op de Reeperbahn. Ik vond dat niet erg. Het was min of meer mijn eigen keuze. Ik was het gewend om het praten aan anderen over te laten. In gezelschap van familie, vrienden en ex-geliefden stelde ik me afwachtend op, keek ik de verbale kat uit de verbale boom. Terwijl anderen een gesprek voerden, stond ik erbij te knikken en zei ik ‘ja’ of ‘nee’ of ‘tja’. Die passieve houding vond ik comfortabel.

Op de laatste dag moest ik van mezelf een gesprek met iemand aanknopen, een echt, lang gesprek. Ik wilde bewijzen dat ik dat kon. Ik weet niet precies voor wie. Het is me vaak een raadsel of ik dingen doe voor mijzelf of voor iemand anders of voor een schaduw achter de coulissen waarvan het niet helemaal duidelijk is of hij wordt geworpen door een mens of een decorstuk. Ik koos voor een vrouw die op mijn kamer sliep. Ze was lang, smal, met steil haar dat op haar tengere schouders rustte. Ze was stil. Ze leek me een vrij introvert persoon. Ik hoopte dat ze hetzelfde ongemak voelde als ik en dat dat ons kon verbinden, dat onze gedeelde afwachtendheid als een soort lijm zou fungeren. Bovendien was ze een vrouw. Daarom koos ik haar ook.

In het Engels vroeg ik haar of ze die ochtend plannen had. Ze zei van niet, waarop ik voorstelde om samen wat te eten bij een koffietent in St. Georg. Ze stemde in en trok haar jas aan. Voor we het wisten stonden we samen glimlachend te zwijgen in het vieze, claustrofobische hostelliftje.

Over een dampend kopje koffie en een croissant vertelde ze over zichzelf, Katya uit Wit-Rusland, en wat haar naar Hamburg had gebracht. Ik luisterde, knikte en zei mijn nietszeggende woordjes. Wanneer ze het praten moe leek, vulde ik de stilte in met een vervolgvraag of vertelde ik iets over mezelf. Op een bepaald moment vroeg ik of paars haar lievelingskleur was. Ze droeg een paarse jurk met daaronder een paars shirt met een col, een paars windjack, paarse sieraden en witte sneakers met paarse accenten.

Haar ogen groeiden. ‘Of course,’ zei ze, en daarna nog enthousiaster – eigenlijk schreeuwde ze bijna en iedereen in het café keek naar ons en ik schaamde me een beetje voor haar uitbundigheid –: ‘Of course it is!’

Ik hoefde niet te vragen waarom, want ze begon uit zichzelf verder te vertellen. Volgens Katya was paars de kleur van het levensmysterie. Achter alles in de wereld ging een paarstint schuil. Dat was het schijnsel van de ware uiterlijk van het voorwerp in kwestie. Die paarstint gaf zich niet zomaar bloot, maar hij was er wel. Rode rozen in bloei waren eigenlijk paars. Dennenwouden waren paars, de duisternis van de oceaan in een natuurdocumentaire over bultruggen was paars, de zon, de maan en sterren waren paars, mijn broek was paars, de ogen van Lupita Nyong’o waren paars, het felgroene neonlicht dat ‘OPEN’ spelde op de gevel van het restaurant aan de overkant van de straat was heel diep paars. Zo ging ze nog een tijdje door. Even was ik bang dat ze ieder voorwerp op de aarde zou opsommen en zou zeggen dat er paars in te ontwaren was. Maar op een bepaald moment stopte ze. Ze had, denk ik, besloten dat ze haar punt had gemaakt.

Ze nam een klein hapje van haar croissant.

‘De meesten van ons kunnen dat paars niet zien,’ ging ze verder. ‘Ik heb het ook maar een paar keer gezien, heel vluchtig. Maar het is er. Het is er echt. Jij hebt het zeker niet gezien hè? Ik wou dat je het ook kon zien. Het is geweldig. Het maakt je wijs en gelukkig.’

Ze had inmiddels mijn hand gepakt en keek dromerig naar een schilderij aan de wand, alsof zich daar zojuist het paars had geopenbaard. Toen verdween haar glimlach en wees ze naar haar kleding.

‘Daarom draag ik dus paars. Ze zeggen dat als je jezelf meer blootstelt aan de kleur, je er gevoeliger voor wordt. Ik omring me met paars in de hoop dat ik het paarse schijnsel en de ware aard van de dingen kan zien. Ik eet veel rode kool en aubergines. Ik droom ervan in een huis te wonen dat van binnen en van buiten helemaal paars is. Alleen maar paarse planten en bloemen in de tuin.’

Katya schoof haar stoel naar achteren en stond op. Ze excuseerde zich en liep naar het toilet. Ik dacht aan de paperback die in mijn rugzak zat, De passie volgens G.H. van Clarice Lispector. Het was een van mijn lievelingsboeken, zelfs al begreep ik er eigenlijk helemaal niks van. Ik vroeg me af of Katya het boek kende. Of ze Clarici kende. Daarna bedacht ik dat ze haar werk zouden moeten uitgeven met een paarse kaft of misschien zelfs met alle letters en bladzijdes paars. Wel allebei een andere kleur paars, anders was de tekst onleesbaar.

Toen Katya terug kwam, vroegen we de rekening. Buiten, voor de deur van de koffietent, namen we afscheid. Zij wilde de haven zien en ik moest naar het oosten van de stad om mijn huurfiets terug te brengen. We zagen elkaar daarna niet meer, al geloof ik dat ik haar aan het eind van de middag zag achter het raam van een cupcakewinkeltje. Ik weet niet zeker of het Katya was, maar als het Katya was, dan zat ze daar vast een zeker een knalpaars gebakje op te peuzelen.

 

Vandaag is het 21 januari 2020. Mijn vakantie naar Hamburg is een half jaar geleden. Ik zit op de rand van mijn bed, in mijn slaapkamer, en overweeg om alle muren paars te verven in de hoop dat ik dan vanzelf net zo raadselachtig zal schrijven en zijn als Clarice Lispector.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine