Nieuwste onderwerp

Castagnetten

 

De Spaanse Costa; zonsondergang. Mijn lief en ik schuifelen over de dansvloer van een klein visrestaurant, gelegen aan een pittoresk dorpsplein. Mijn armen liggen op zijn schouders, de zijne om mijn middel. We stoppen onze lichamen in de mal van een heteronormatieve danspositie en geven ons geheel en al over aan de Passie, de Liefde. We draaien om elkaar heen, draai na draai, als planeten om hun ster wervelen wij in een constante baan om deze romantische liefde. Buiten onze cirkel dansen nog meer mensen, maar voor ons zijn ze onzichtbaar. Dwergplaneten, minuscule rotsblokken die misschien ooit zullen inslaan, maar niet in ons. Hun liefde mag dan even kosmisch zijn als de onze, ze zegt ons niets.

 

Mijn wangen zijn rozig. Mijn haar is blonder dankzij drie weken Spaans zonlicht en zeewater. Ik ben heel aantrekkelijk. Hij ook, mijn lief. Samen zijn we twee gebronsde, Amerikaanse filmsterren. Ik kijk diep in zijn ogen, verzuip, kom happend naar adem weer boven en zeg: ‘Ik ben zo ontzettend verliefd op jou dat ik zowaar al mijn literaire principes aan de kant heb gezet en een verhaal schrijf over onze grootse Liefde.’

Zijn hoofd komt dichtbij. Onze neuzen botsen beleefd tegen elkaar en dan zoenen we een walgelijk lekkere zoen.

 

Op de achtergrond speelt een vijfkoppig flamencobandje. Vier besnorde mannen tokkelen op gitaren, terwijl de vijfde, een vrouw, om haar eigen as danst. Ik kijk naar haar over de schouder van mijn geliefde. De vrouw heeft lang, donker haar dat golft en ze draagt een jurk die zo rood is als de tomaten die in dit land groeien/de liefde die in mijn lendenen brandt. Plots tovert ze uit haar jurk een klein, zwart voorwerp. Ze tilt het boven haar hoofd. Dan beweegt ze het op de maat van de muziek op en neer. Ze is dus niet alleen een danseres. Ze is ook een muzikant. Het kleine instrument maakt een klapperend geluid, klap, klap, klap.

Castagnetten, besef ik.

In de ijzersterke armen van mijn liefje denk ik terug aan de eerste keer dat ik castagnetten zag. Op een middag liet de muziekjuf van de basisschool, een overdreven opgewekt vrouwtje dat geheel tegen de verwachtingen die gepaard gingen met haar geslacht, leeftijd en bouw in op een reusachtige brommer naar school kwam, een setje zien. Ze legde het instrumentje op tafel. Kinderogen buitelden over elkaar heen om het uitvoerig te kunnen bewonderen. Ze zei: dit zijn castagnetten, afkomstig uit Spanje. Daarna liet ze ons dat vreemde, staccato woord op de maat van haar castagnettengeklap nazeggen. Castagnetten. Cas-tan-jetten.

Ik weet nog dat ik het niet helemaal vertrouwde. Ik keek ongelovig naar de zogenaamde castagnetten. Meende de muziekjuf wat ze zei? Trommen, gitaren, trompetten, dat waren instrumenten, maar toch niet dit kleine frommeltje? Het leek niet eens op een instrument. Het leek eigenlijk alleen op een mossel waar het diertje uit was gepeuterd. Vervolgens had iemand de twee helften van de schelp haastig met een touw bij elkaar gebonden en was hij er per toeval achtergekomen dat het ding geluid maakte als je de schelpen tegen elkaar sloeg. Die castagnetten moesten wel een grap zijn. Dat wist ik zeker. Iemand nam me in de maling. En niet alleen mij, ook de hele Spaanse cultuur. Net zoals met dat zogenaamde Chinese verjaardagsliedje, hankie-pankie-shanghai, al dacht ik toen nog dat dat een onschuldig en authentiek Chinees liedje was.

Ik dans op automatische piloot door en denk ondertussen nog even na over deze herinnering, die misschien wel mijn vroegste besef van discriminatie of in ieder geval ongevoeligheid ten opzichte van een andere cultuur is. Of ben ik de herinnering nu aan het herschrijven? Zet ik hem bewust of onbewust naar mijn hand om mezelf ervan te overtuigen dat ik een bewuster, intelligenter kind was dan eigenlijk het geval was?

 

Een plotseling geluid brengt me terug naar de klamme zomeravond in het dorpje. Achter ons, aan een van de tafeltjes van het restaurant, is iemand begonnen luid en hartstochtelijk te braken. Tussen twee golven oranjerode paellakots door, roept de man met een verslagen stem: ‘Gadverdamme. Deze fictie is bedorven!’

De andere mensen kijken hulpeloos naar de kotsende man. Dan verdraaien hun gezichten één voor één en zetten ze hun monden wagenwijd open. De restaurantgasten spugen hun maaginhoud uit op de kasseien. Een vreselijke kotslucht vult het dorpsplein.

Mijn lief maant mijn wiegende lichaam tot stilstand. Hij kijkt me ernstig aan en vraagt wat ik aan het doen ben of waar ik denk dat ik mee bezig ben.

Ik schaam me. Ik kijk naar beneden. Mijn voeten bewegen nog steeds op de maat van de muziek die ook al is stilgelegd.

‘Waar ben je over aan het schrijven?’

‘Ik weet het niet,’ zeg ik.

Ik kijk naar hem op. Hij lijkt verder weg, koeler, donkerder, een ijskoude maan in plaats van een warme ster. ‘Ik weet het echt niet, sorry. Ik weet alleen dat ik niet meer schrijf wat ik van plan was te schrijven.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine