Nieuwste onderwerp

Minotaurus

 

De werkdag zit er weer op. Meneer Minotaurus stapt uit zijn minotauruspak, gooit het over een fauteuil en gaat in zijn ondergoed voor de tv zitten. Zijn lichaam is stijf. Zijn benen doen zeer en zijn rug zit vol knopen die zich bij iedere beweging strakker lijken te trekken. Hij hoopt dat zijn vrouw in een goede bui is en hem na het eten even wil masseren. Dat vindt hij heerlijk. Hij pakt de afstandbediening en zapt wat. Hij kijkt tegelijkertijd naar alles en niks. Na een derde ronde langs de kanalen roept zijn vrouw vanuit de keuken dat hij aan tafel moet komen.

Hij zet de televisie op stand-by en dwingt zijn reusachtige lichaam omhoog. Met een beestachtige kreun komt hij overeind. Als hij rechtop staat, duizelt het hem een beetje. Hij blijft stokstijf staan. Hij wacht tot het over is en loopt dan naar de keuken.

Als hij plaatsneemt aan de keukentafel, leest hij het meteen af aan de misnoegde blik van zijn vrouw: hij stinkt. Aan zijn lichaam ontspringt een onsmakelijke geur, een mengeling van oud en nieuw zweet, de optelsom van al zijn dagen als harige, boosaardige Minotaurus in de doolhof. De stank is zo aanwezig, zo penetrant en overweldigend dáár, dat je hem bijna kunt zien. Hij hangt ergens boven het tafelblad, tussen het echtpaar Minotaurus in, onder de roestkleurige hanglamp. De stank tafelt met hen. Je zou bijna een bord voor hem neerzetten, die volkieperen en hem smakelijk eten toewensen.

Meneer Minotaurus ruikt de stank bijna niet meer. Maar zijn vrouw wel. Ze beklaagt er nog dagelijks over. Ze verafschuwt de zweetlucht van haar man en zijn pak (wat dat betreft zijn de twee min of meer met elkaar versmolten). Sterker nog, ze wordt er naar eigen zeggen doodongelukkig van. Ze noemt de geur een smet op haar gelukkige leventje.

Ze zal er waarschijnlijk nooit aan wennen, denkt meneer Minotaurus.

Hij voelt zich schuldig wanneer hij die getergde blik ziet. Hij weet de drang om zich voor de zoveelste keer te verontschuldigen vanavond te onderdrukken. Hij kan er toch ook niks aan doen dat hij zo stinkt. Het komt door het pak. Het kostuum is gemaakt van echte bizonvellen, wat het schoonmaken ervan behoorlijk bemoeilijkt. Het kan niet in de was en ook niet naar de stomerij. Ze hebben luchtverfrisser geprobeerd, maar dat bijt in de kostbare stof. Hetzelfde geldt voor deodorant. De eerste maanden dat hij in de doolhof werkte, waste zijn vrouw het pak nog met de hand. Daar is ze mee gestopt, toen de geur haar zo misselijk maakte dat ze ervan moest braken. Zelf heeft meneer Minotaurus geen tijd om zijn pak handmatig schoon te maken. Hij werkt zeven dagen in de week van acht tot zes en als hij ’s avonds laat thuiskomt, is hij bekaf. Dan gaat hij niet nog eens in bad zitten met het pak om het van binnen en buiten met een sponsje te schrobben.

Hij laat zij hoofd hangen. Hij wil niet naar zijn vrouw kijken. Haar ongeluk heeft ook invloed op zijn geluk. Hij prikt zijn vork in de bloemkool, draait hem door de hollandaisesaus en stopt de groente dan in zijn mond.

‘Heb je fijn gewerkt?’ vraagt zijn vrouw na een lange stilte.

Hij kijkt op. Haar gezicht is kalmer, bijna uitdrukkingsloos. Ze heeft zich ofwel over de geur heengezet, ofwel de geur heeft zichzelf naar de achtergrond verplaatst en stuit haar daardoor minder tegen de borst.

‘Jawel,’ antwoordt hij.

‘Nog leuke bezoekers gehad?’

‘Mwah, niet echt.’

‘Niemand van angst in zijn broek geplast?’

‘Nee. Of ja, toch wel. Een oudere vrouw die was veroordeeld voor een winkeldiefstal en wat achterstallige betalingen bij haar stamcafé. Ze liep met een wandelstok. Die liet ze vallen toen ze me zag en toen viel ze zelf ook.’ Hij ziet het nog voor zich. Eerst viel de stok en daarna viel de oude vrouw, maar veel langzamer dan de stok. Ze viel bijna gefaseerd, alsof ze in haar geheel te zwaar was voor de zwaartekracht. Steeds werd maar een deel van haar lichaam naar beneden getrokken. Hij kon het bijna niet geloven toen hij het zag.

Zijn vrouw rolt haar vegetarische gehaktbal over haar bord.

‘Was het grappig?’

‘Ja, een beetje.’

‘Het lijkt me een heel grappig gezicht.’

‘Ja.’

‘Had ze een hartstilstand?’

‘Ik geloof van wel.’

Meneer Minotaurus legt zijn bestek neer en neemt een slok van zijn water. Zijn vrouw doet hetzelfde. Als ze haar glas weer heeft neergezet, legt ze haar hoofd in haar handen en kijkt ze hem indringend aan.

‘Je lijkt een beetje afwezig vanavond,’ zegt ze.

Hij haalt zijn schouders op.

‘Ik wil dit al een tijd zeggen, lieverd, maar ik denk dat het werk zijn tol begint te eisen. Het is natuurlijk niet niks, dag in dag uit de mensen de stuipen op het lijf jagen in dat afgrijselijke stierenpak. De hele tijd de boeman zijn. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.’ Ze stopt even om een lok haar achter haar oor te leggen. ‘Vanmiddag,’ gaat ze verder, ‘heb ik even door de krant gebladerd en wat vacatures uitgeknipt. Ze liggen op het aanrecht. Misschien kun je er strakjes even kijken. Als je er iets leuks tussen ziet zitten, wil ik ze wel aanschrijven. Ik weet dat je daar geen tijd voor hebt. Dus laat mij dat maar doen.’

Hij kijkt naar beneden. Op het bord ligt nog één bloemkoolroosje.

Ze begrijpt hem niet. Ze heeft geen flauw benul hoe dol hij is op zijn werk, hoe graag hij criminelen angst aanjaagt. Van de zware jongens, de moordenaars, de drugscriminelen en de verkrachters, tot de kleinste tasjesdieven. Het zijn eerder de restricties van zijn functie die hem tegenvallen. Hij zou meer met zijn slachtoffers willen doen. Hij vindt het maar laf dat ze na een flinke dwaling in de doolhof en de gevreesde doch onvermijdelijke ontmoeting met hem, de monsterlijke Minotaurus, weer uit hun lijden worden verlost en ongeschonden, als zogenaamde ‘herboren, nederige burgers’, het labyrint mogen verlaten. Het liefst zou hij ze met zijn klauwen openscheuren. Stuk voor stuk van top tot teen openrijten en leegtrekken. Als straf voor het door hen gepleegde misdrijf, hoe groot of klein dan ook. Hij wil bloed zien, zoveel mogelijk dieprood bloed.

‘Ik zal ernaar kijken,’ zegt hij na een korte stilte.

Mevrouw Minotaurus pakt glimlachend haar bestek weer op.

‘Goed, heel goed, liefste. Dan krijg jij straks van mij een lekkere massage,’ jubelt ze en ze knipoogt naar haar echtgenoot, die zijn stierenkop uit moeheid alweer heeft laten hangen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rina Sawayama

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine