Nieuwste onderwerp

Ruimte

 

Je staat spaghetti te koken als er in je ooghoek iets voorbij flitst. Als je  naar buiten kijkt, ben je al te laat. Het is alweer weg. Er is niks meer te zien. Het zal wel vuurwerk zijn geweest, denk je, kwajongens die nog een restant vuurpijlen in hun garage hebben gevonden en uit verveling hebben besloten ze af te steken. Je besluit er verder geen aandacht aan te besteden. Je draait het vuur laag, tilt de pan op en keert hem om boven een vergiet. De spaghetti glijdt uit het water. Het verbaast je hoe de slierten plots zo roerloos in het vergiet blijven liggen, dat ze niet als flinterdunne adders over en onder elkaar door glibberen. Over dit soort dingen denk je na.

Als je nog geen twee minuten later het lege pak pastasaus weggooit, zie je een tweede flits. Een lichtband trekt over de stad, verlicht de hemel heel kort en laat hem dan een tint donkerder achter dan hij al was. Dit was geen vuurwerk. Dat weet je zeker.

Je legt je handen handen boven je ogen en tegen het raam. Het is eerst even donker en dan zie je een derde flits en nog een. Blauwe lichtballen razen geruisloos over de stad. De lichtballen zitten vast aan objecten die je herkent als ruimteschepen.

Ruimteschepen, denk je. Het is donderdagavond en er vliegen ruimteschepen door de lucht. Je telt er twee, drie, vijf, tien, vijfhonderd. De hemel ziet er blauw van.

Je pakt een stoel en gaat met een bord spaghetti voor het raam zitten. Je kijkt hoe de ruimteschepen door de lucht cirkelen. Het verbaast je dat ze elkaar niet raken. Ze schieten zo roekeloos langs elkaar heen. Je bekijkt de ruimteschepen eens beter. Ze zijn plat en rond als schoteltjes en op de onderkant zit een lichtgevende schijf. Of is het de bovenkant? Je weet het niet zeker. Onbewust vergelijk je de levensechte exemplaren die vannacht boven de aarde dansen met de ruimteschepen die je in films en strips hebt gezien. Die hadden geen lichtgevende daken. De zijde die het blauwe licht uitstraalt moet dus wel de onderkant zijn.

Op een gegeven moment – je bent halverwege je bordje – stopt er een ruimteschip boven een huis aan de overkant van de straat. De blauwe lichtbal wordt groter, intenser eigenlijk, en werpt een lichtstraal omlaag. Nog geen tel later komt er iets via de lichtstraal omhoog. Het is een vrouw. Haar lichaam gaat recht door haar dak. Ze lijkt er geen erg in te hebben. Ze glimlacht breed. Haar ogen zijn gesloten en haar handen hangen plechtig voor haar kruis. Ze lijkt heel gelukkig. Je herkent de vrouw niet.

Het ruimteschip slurpt haar op. Dan krimpt de hardblauwe lamp en schiet het voertuig weg, de duisternis in. De andere ruimteschepen volgen dit voorbeeld. Ze laten zich zakken, werpen hun blauwe straal uit en tillen de mensen op. Ze laten ondergaan het gewillig, vol plezier zelfs. Iedereen glimlacht en niemand doet enige moeite om uit de straal te ontsnappen.

Het schouwspel duurt een uur of twee. Je kan je ogen er niet vanaf houden. Roerloos blijf je voor het raam zitten, het lege bord in je schoot, totdat het laatste voertuig met een bejaarde man in zijn maag wegvliegt. Dan is de lucht weer leeg. De nacht hard zwart.

***

De mensen die zijn meegenomen wonen nu op een paradijselijke planeet, honderdduizend lichtjaar verderop. Dat lees je de volgende ochtend op internet. Het is een wonder, schrijven ze. Ze hebben nog nooit zo’n prachtige plek gezien en de aliens zijn niets dan vriendelijk. Je surft de hele dag over nieuwssites, maar meer nieuws kun je niet vinden. Niet over de ontvoering of over de nieuwe planeet en ook niet over de mensen die op aarde zijn achtergebleven. Ik geef het een week, zeg je tegen jezelf. Maar eigenlijk weet je het al meteen: iedereen is door ruimteschepen meegenomen en woont nu op die planeet ver weg. Iedereen, behalve jij.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'I want to swim to the bottom of myself and find the weirdest most special and pure shit that I can offer' - Aaron Maine