Nieuwste onderwerp

Oliebollen (4)

Dagenlang staart Mathilde naar de groezelige treinen die traag op station Overvecht afkruipen, hun laatste wagons achter zich aan slepend als slaperige peuters. Ze kijkt nu liever naar buiten dan naar haar eigen appartementje. De koelkast is leeg op een pot zelfgemaakte appelmoes en een klein klontje boter na, er staan twee volle vuilniszakken naast de prullenbak en de stapel oud papier dreigt om te vallen. De staande mixer, die ze normaal wekelijks gebruikt, staat stralend op het aanrecht te blinken; de spatels hangen er net zo schoon naast. Haar douchegel begint op te raken en de tube tandpasta ligt in een krampachtige foetushouding gekruld op de wastafel, zelfs als ze hem openknipt is er niet veel meer uit te schrapen.

Op een zaterdagochtend bestudeert ze de takken voor haar raam, kaal en knokig als de armen van een skelet, ze tikken fel als de wind ze tegen het glas aanblaast. Mathilde zit rechtop in haar stoel en probeert diep te ademen. Ze heeft Willem al drie keer gebeld, maar hij neemt niet op. Voor het eerst in maanden heeft ze, noodgedwongen, boodschappen besteld.

De deurbel klinkt onbekend en haar maag krimpt ervan samen, maar ze doet toch open. De bezorger van de Albert Heijn blijkt een slungelige jongen met puisten die tussen de vlekkerige baardgroei op zijn kaak uit piepen. Hij probeert niet haar huis binnen te dringen of haar te beroven. Hij geeft gewoon de blauwe krat met boodschappen aan en wenst haar een goede dag.

Opgewekt door dit succes, gaat Mathilde aan de slag. Uit het krat haalt ze bloem, boter, suiker, vanille-extract, verse citroen, kaneelpoeder en een kilozak Jonagold.

Een kleine twee uur later staat de appeltaart op het aanrecht, in haar mooiste taartvorm van wit porselein – een huwelijksgeschenk – en met een prachtige gewoven, goudbruine bovenkant. Ondertussen heeft Mathilde zich aangekleed en de route naar Willems huis opgezocht. De trein naar Vaartsche Rijn, en van daar de bus die in zijn straat stopt. De hele onderneming zou niet meer dan een half uur moeten duren.

Met de taart veilig bedekt met aluminiumfolie en weggestopt in een tas, staat ze voor haar open voordeur. Dit keer is Willem er niet om haar over de drempel heen te duwen. Mathilde zet de stap zelf. Trillend, met haar hand grijpend naar de koude stenen muur, staat ze voor de tweede keer in twee weken in haar trappenhuis.

Dit keer is ze voorbereid op de grote hoeveelheid lawaai op straat. Desondanks schrikt ze van een opgevoerde brommer met twee puberjongens die langs scheurt. Ze hoort ze lachen in het voorbijgaan. Lachen ze om haar? Staat de angst zo duidelijk op haar gezicht afgetekend? Misschien hebben ze haar de flat uit zien komen, weten ze nu waar ze woont, staan ze haar bij terugkomst op te wachten in de donkere hoekjes van de hal… Nee Tillie, niet aan denken, niet nu al.

Ze neemt rustig een paar diepe teugen lucht en begint in de richting van het station te wandelen. Het is vlakbij, de poortjes zijn al te zien. Als ze daar doorheen is, kan ze plaatsnemen op een bankje, op adem komen, even pauze, voordat ze weer door moet, de trein in, de straat op, de bus in…

Het zicht voor haar ogen wordt vlekkerig, haar luchtpijp voelt zo smal als een rietje. Een paar keer is ze bang dat haar knieën het gaan begeven. Ze drijft onzeker rond op een houten vlot, en onder zich voelt ze hoe de zee onrustiger wordt, het water klotst luidruchtig in haar oren, de eerste golven stuiven al op haar af, hun schuimende witte bekken wijd opengesperd. Maar ze moet door blijven gaan, stapje voor stapje. Daar, nog maar vijftig meter verderop, staan de OV-poortjes klaar, als geel-grijze reddingsboeien.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michel Faber

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood