Nieuwste onderwerp

Oliebollen (3)

Het heeft een tijdje geduurd voordat haar telefoon is gestopt met rinkelen. Mathilde mist het om de oproepen te negeren, met opgetrokken neus haar Nokia weg te leggen als Willems naam in pixelletters op het scherm verschijnt. Toen was ze tenminste nog een boze vrouw die zich met een reden afzonderde, nu is ze gewoon weer alleen.

Bijna een week na het catastrofale uitje wordt er op de deur geklopt. Twee keer kort, twee keer lang. In een reflex springt Mathilde op uit haar stoel, geschrokken dat ze geen lekkers klaar heeft staan, tot ze zich herinnert dat ze kwaad is. Terecht, ook. Gelukkig heeft ze er dit keer niet meer aan over gehouden dan een beurse knie en wat schaafwonden, maar Willems plan om haar het huis uit te krijgen had nog veel erger kunnen aflopen. Ze rilt al bij het idee.

Twee korte klopjes, twee lange.

‘Doe nou open, Tillie. Ik weet dat je thuis bent.’

Mathilde snuift en ploft weer in haar stoel. Koppig kan zij ook zijn. Ze pakt de krant erbij en slaat die ergens in het midden open, maar van lezen komt er niet veel. Zou Willem misschien ook boos zijn op haar? Neemt hij het haar kwalijk dat het niet gelukt is? Wat als hij zijn vrienden lachend vertelt over wat een gek wijf ze is? Misschien is hij echt kwaad, woest, komt het nooit meer goed, wil hij nóóit meer langskomen, krijgt ze een hartaanval in de keuken, te zwak om naar haar telefoon te kruipen, ligt ze dan in haar eentje te sterven. Het kan maanden duren voor iemand erachter komt, zeker in de winter. Dan rotten lichamen langzamer, pas tijdens een hittegolf in de zomer zullen buren klagen over de stank. Als ze dan tenminste niet op vakantie zijn. Het kan zomaar gebeuren, ze heeft er wel eens over gelezen.

Mathilde is zo in gedachten verzonken dat ze niet meer op het kloppen heeft gelet. Zou hij er nog staan? Hoe veel tijd is er voorbij gegaan? Ze trekt haar pantoffels aan, zodat haar voetstappen niet te horen zijn op het laminaat in de gang, en schuifelt naar de voordeur. Ze gaat op haar tenen staan, plant haar handen naast het kijkgaatje en gluurt er doorheen. Er is niemand.

Misschien is hij pas net weg, hij zou nog in het trappenhuis kunnen zijn. Mathilde draait de deur van het slot en steekt haar neus door het kiertje de hal in.

‘Willem? Ben je daar nog?’

Alleen de echo van haar eigen stem klinkt als antwoord. Beschaamd, alsof ze net iemand mee uit heeft gevraagd en in het openbaar is afgewezen, wil ze de deur weer dichtdoen. Tot haar blik valt op een papieren zak die op haar deurmat ligt.

Hondenpoep, nee een bom, nee hondenpoep, buurtkinderen die haar in de maling willen nemen, zou het toch een bom zijn? Moet ze de politie bellen en melden dat er een verdacht pakketje bij haar is afgeleverd? Wat als zij dan verdacht wordt van terroristische praktijken? Moet ze kijken? En als het nou toch een bom is, en in haar gezicht ontploft? Nee Mathilde, doe niet zo mal, het is een zak, gewoon een –

Mathilde hoort getik, ze weet het nu zeker, een tijdbom. Weg, weg, dat ding moet weg. Ze trapt er tegen aan met al haar kracht, haar slof schiet van haar voet, de zak vliegt door het trappenhuis en scheurt. Twee oliebollen, één met krenten en één zonder, tuimelen van de traptreden af en belanden in een hoekje. Nu pas ruikt ze de geur van warm vet en poedersuiker.

Haar slof blijft halverwege de trap liggen, deels verstopt onder de papieren zak. Het roze schapenvachtje piept er net onderuit. Het zijn fijne sloffen, Mathilde heeft ze vorige winter bij de Kruidvat gekocht. Heel trots was ze ermee thuis gekomen, aan Paul laten zien: ‘Kijk lieverd, in de aanbieding. Zacht, hè? Als je wil, ga ik morgen terug en haal ik ook een paar voor jou.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Knielen op een bed violen - Jan Siebelink

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood