Nieuwste onderwerp

Geliefden

(felt sentimental, might delete later idk)

 

Ik luisterde mirrored heart van FKA twigs en ik dacht terug aan die eerste weken, toen ik heel even bang was voor stelletjes. In de stad waren ze overal. Ze kusten elkaar in bushokjes. Ze omhelsden elkaar op elke straathoek, bij iedere aankomende en vertrekkende trein. Ze liepen hand in hand over de kade en ik sjokte traag achter hen aan. Ik maakte foto’s van hen en verzamelde die in een mapje dat ik ‘zum kotsen’ noemde. Zodra de geliefden stilhielden om zich op een schijnbaar willekeurige plek met elkaar te verknopen, haalde ik in. Soms trok ik dan een gekke bek. Het was heel kinderachtig, maar ze zagen het toch niet. Ze zagen helemaal niks. Hun lichamen waren versmolten op de minst strategische manier, met hun ogen, handen en voeten naar elkaar toe. Je kon zo een speer door hun gespiegelde lijven steken en er was niets dat ze konden doen. Ze zouden pas doorhebben wat er gebeurde als het al te laat was, als hun lichamen, nu niet alleen met liefde, maar ook met een vlijmscherp stuk staal aan elkaar verbonden, op de kinderkopjes leegliepen. Daar dacht ik dan over na.

Het was eigenlijk een cliché. Ik was eigenlijk een cliché, een zielig romcompersonage, een eenzame vrijgezel die zich nog eenzamer voelde wanneer hij andere mensen zag delen wat hij zelf niet zo lang geleden ook nog met iemand deelde, maar vrijwillig aan de kant had geschoven. Ik had mijn eenzaamheid dus aan mijzelf te danken. Ik geloof dat dat ook een les was die ik moest leren. Of toch niet. Nee, toch niet. Sorry. Mijn welgemeende excuses voor deze verwarring. Soms schrijf ik maar, omdat ik moet schrijven. Terwijl ik dan eigenlijk niks te melden heb dat enige literaire waarde kan of zal hebben. Ik geloof dat ik me daar op dit moment weer schuldig aan maak, dat dit stuk aan die drang is ontsprongen.

Maar goed, ik zet een denkbeeldige streep en keer terug naar mijn o zo dierbare post-breakupnarratief.

Mijn angst voor stelletjes, daar waren we. Die was overigens van vrij korte duur. Dat komt, denk ik, omdat ik mezelf dwong naar hen te kijken. Ik keek naar alle geliefden en langzaam begon het me op te vallen dat ook zij alleen waren. Op een parkeerplaats zag ik een vrouw die haar echtgenoot omhelsde en in die omhelzing maar wat in de verte staarde. Haar blik was neutraal, verveeld bijna. De aanraking deed haar niks. Ze werd even graag vastgehouden als losgelaten, leek het. Ik kon niet zien hoe de man keek. Hij stond van mij afgekeerd. De omhelzing duurde hoogstens een paar tellen. Toen hij werd opgeheven en beide geliefden zich weer terugtrokken, glimlachten ze een beetje stom naar elkaar. De man had geen flauw idee wat zijn vrouw had gedacht of hoe ze erbij had gekeken. En andersom wist zij ook niet wat er op dat moment door zijn hoofd was gegaan. Ik geloof dat het hen allebei ook niet kon schelen. De vrouw stapte in haar auto en reed weg. De man wuifde nog even naar haar, maar ook hij draaide zich al snel om. Hij viste zijn telefoon uit zijn zak en belde iemand. Ik keek de telefonerende man na totdat hij uit mijn blikveld verdween. Toen dacht ik aan jou. Waar dacht jij aan?

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin