Nieuwste onderwerp

Filet-O-Fish (1)

 

Sinds kort eet ik weer vlees. Ik weet niet zo goed waarom. Er ging geen overwegen aan vooraf. Geen wikken of wegen. Ik las geen artikelen op internet en ik zag geen confronterende documentaire. Ik keek niet eens naar een confessionele vlog van een ex-vegetariër op YouTube, las niet de anonieme kutopmerkingen die in de ruimte daaronder waren opgetekend. Op een dag at ik gewoon weer vlees. Precies zoals ik drie jaar geleden cold turkey ben gestopt, zo ben ik nu weer begonnen. Zonder een echte, concrete reden.

 

Ik geloof niet dat hier een verhaal in zit, maar toch voel ik de noodzaak om iets te vertellen. Laat ik beginnen bij het begin. Zo’n twee weken geleden ging ik in mijn eentje naar een restaurant. Het was een donderdagavond. Mijn weekend was net begonnen. Ik koos een plek bij het raam en keek naar buiten. Het regende. De mensen hadden hun capuchons opgezet en liepen met vlugge passen door de straat. Ik zag nergens een paraplu of een regenpak. Niemand had op deze bui gerekend.

‘Had u al een keuze kunnen maken?’ vroeg de ober. Ik had hem niet zien aankomen.

‘De varkenshaas,’ zei ik.

De man knikte en liep weg. Ik keek weer naar buiten. In de reflectie van het raam zag ik de menukaart, die, samen met het peper-en-zoutstel en een nepbloem, op de hoek van de tafel stond. Ik pakte de kaart op en sloeg hem open. Ik las dat ze inderdaad varkenshaas hadden.

Twintig minuten later lag het stuk vlees voor mijn neus. Ik knikte naar de ober, pakte mijn bestek op en begon te eten. Ik verbaasde me erover hoe makkelijk het ging. Op een of andere manier geloofde ik dat er zich een barrière zou opwerpen. Dat iets me tegen zou houden, dat een zekere kracht me zou wegduwen voordat ik mijn tanden in het vlees kon zetten. Laat staan dat ik een stuk kon afbijten en erop kon kauwen, zuigen, het door kon slikken. Maar er was geen kracht of barrière. Het vlees kon even goed een stuk appeltaart zijn. Zo gemakkelijk ging het erin. Hapje voor hapje at ik de varkenshaas op. Daarna veegde ik mijn mond met een servet af, betaalde de rekening en liep de regen in.

 

Op weg naar huis proefde ik het vlees nog steeds. Ik haalde een pepermuntje uit mijn rugzak en sabbelde erop. Het hielp nauwelijks. Na een paar minuten keerde de smaak terug en was het weer alsof ik de varkenshaas een tel geleden had doorgeslikt.

De laatste keer dat ik me zo bewust was van de smaak in mijn mond – of eigenlijk: de smaak in de mond van een ander – was jaren geleden tijdens een avondje uit. Ik was negentien. In een café hadden mijn vrienden me gekoppeld aan een jongen. Hij was een paar jaar ouder dan ik. Hij had een langwerpig hoofd en een rode neus die altijd glom. Hij betaalde mijn bier en we raakten aan de praat. Ik was een beetje nerveus. Ik had nog nooit echt met een jongen gepraat, niet op deze manier. Toen het bier op was, vroeg hij of ik mee naar buiten ging om een stukje te wandelen. We liepen tot hij bij een bankgebouw stopte en op een trapje ging zitten. Hij gebaarde dat ik naast hem moest plaatsnemen. Ik knikte en deed wat hij van me verlangde. We probeerden nog wat te praten, maar toen dat niet echt wilde lukken, bracht hij zijn hoofd bij de mijne en kusten we. Ik stak mijn tong voorzichtig in zijn mond. Ik proefde iets bekends. Hij smaakte naar Filet-O-Fish.

Hij lachte toen ik erover begon. Hij gaf toe. Hij was inderdaad naar de McDonalds geweest en daar had hij de visburger gegeten. Hij schoot opnieuw in de lach. Ik deed mijn best om mee te lachen. Daarna kuste hij me nog eens. Ik walgde van zijn mond, zijn tong, zijn kussen, maar ik hield hem niet tegen. Ik draaide mijn tong de hele avond om de zijne en proefde niets anders dan Filet-O-Fish.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin