Nieuwste onderwerp

Skelet

 

Elena kon niet slapen. Ze had er per ongeluk weer bij stilgestaan dat ze een skelet had. Onder haar huid en haar spieren lag een skelet, eentje zoals je in spookhuizen en horrorfilms zag. Alleen was het hare niet gemaakt van plastic of met behulp van special effects. Haar skelet was een echt skelet, compleet met schedel en ribbenkast, een wervelkolom, bekken en sleutelbenen en honderden kleinere beenderen, tien teen- en tien vingerkootjes. Van buiten kon je het niet zien, maar het was er wel. Het lag allemaal in haar.

Ze draaide van links naar rechts, van de ene zij op de andere, maar hoe wild ze ook om haar eigen as draaide, ze kreeg het idee niet uit haar hoofd. Ze zag haar eigen skelet in een doodskist liggen. Met grote ogen keek het naar de deksel. Ben ik dood? leek het te willen vragen. Ben ik écht dood?

Ze wist dat het een keer moest gebeuren. Op een dag zou ze doodgaan. Alles zou doven en dan bleef haar lichaam werkeloos achter. Kom, zouden de cellen tegen elkaar zeggen, het wordt tijd om te gaan. Ze hadden een leven lang trouw gediend en daar nooit iets voor teruggevraagd. Het enige wat ze wilden was dienen. Dag in dag uit dienen. Pas bij het intreden van de dood, zouden ze een bel horen rinkelen. Dit was het teken. Hun dienst zat erop. Ze mochten gaan. Ze zouden traag in bewegingen komen, een beetje in de war. Maar ze zouden snel herstellen en zichzelf opruimen. Het enige wat ze nog voor het stilgevallen lichaam konden doen, was hun werkplaats netjes verlaten, de botten vrijmaken van alle sporen van arbeid. Een skelet in een houten doos achterlaten.

Het bed was koud noch warm, maar Elena rilde.

 

Ze was een jaar of zes toen ze voor het eerst een skelet tegenkwam. Ze kon het zich nog goed herinneren. Een van haar schoolvriendinnen had haar uitgenodigd voor haar kinderfeest. De jarige job had gekozen voor een prinsessenthema en verwachtte van alle genodigden dat ze in een prinsessenjurk kwamen opdraven. Ook Elena, die helemaal niet hield van prinsessen, moest in een jurk. Een dag voor het feest ging ze met haar moeder naar de stad. Aan de rand van het centrum lag een verkleedwinkel. De winkel besloeg drie etages die tot de nok toe gevuld waren met pakken, hoeden en maskers. Elena keek haar ogen uit. Ze had er nooit bij stilgestaan dat ze zoveel dingen kon zijn: een piraat of een fee, een hondje of een draak. Het enige wat ze hoefde te doen om te transformeren, was een kostuum aantrekken.

Terwijl haar moeder een rek met prinsessenjurken doorploegde, dwaalde Elena af naar de kelder. Het was februari en in een klein hoekje stonden nog wat halloweenartikelen. Elena zag vogelverschrikkers, vleermuizen, harige nepspinnen in klonterige nepwebben en een spiegel waarin, als je dichtbij genoeg kwam, plots een licht aanging en je in plaats van jezelf een monsterlijk gezicht zag. Gefascineerd liep ze om een mummie, een gangetje in. De gang was donker. Hij liep dood en aan het einde, tegen de muur, stond een schatkist. De deksel van de kist was open. Elena zag van een afstand al dat er munten, ringen en andere gouden voorwerpen in zaten. De voorwerpen waren allemaal nep, maar toch fascineerde de kist haar. Ze vroeg zich af waarom hij daar stond.

Ze besloot te gaan kijken. Ze liep met ferme passen de gang in, maar schrok toen er opeens iets uit het plafond omlaag kwam. Het was een benig wezen, lijkbleek met holle ogen. De benen en voeten van het ding wiebelden uitbundig op en neer. Het was alsof ze nauwelijks aan het lichaam vastzaten. Zo vrij bewogen ze. De onderkaak zat al net zo los en liet een hysterisch lachje ontsnappen.

Elena bleef stokstijf staan. Ze bekeek het wezen totdat het stilviel en het gelach ophield en ook daarna bleef ze kijken. Het skelet (ze wist toen nog niet dat dit een skelet was en dat er precies zo’n skelet in haar zat, al kwam het wezen haar vaag bekend voor) maakte haar verdrietig. Het straalde een zekere armoede uit. Het was iets kwijtgeraakt, meende ze, iets dat het nooit meer terug zou krijgen. Zelf had het skelet daar weinig erg in. Het glimlachte breed en in de lege oogkassen ontwaarde Elena zelfs iets van plezier. Het skelet lachte haar in stilte uit. Zo van: moet jij eens kijken hoe gelukkig ik ben nu ik niks meer heb, niks om mee te moeten sjouwen, niks om te verliezen.

Ze liet zich uitlachen en kwam pas weer in beweging toen ze haar moeder vanaf de keldertrap haar naam hoorde roepen.

 

Half twee, zei de wekker.

Ze stond op en liep op haar tenen naar de keuken. Ze meende dat haar ouders nog niet thuis waren, maar ze wist het niet zeker. Ze opende de koelkast. Het licht dat eruit kwam verblindde haar. Ze kneep haar ogen tot streepjes, boog voorover en tilde een melkpak op. Ze zette het aan haar mond en dronk gulzig. Toen ze genoeg had gehad, zette ze de melk terug en slofte ze weer naar haar kamer. Haar bed had al die tijd geduldig op haar gewacht.

Elena stapte erin. Ze ging op haar linkerzij liggen. Met beide handen drukte ze haar dekbed tegen haar borst, alsof het van haar afgepakt kon worden. Dat was het laatste waaraan ze dacht voordat ze in slaap viel.

Ze droomde dat er werd ingebroken. Ze hing aan het plafond en zag de inbreker van bovenaf haar kamer instappen. Hij was meer verrast door haar aanwezigheid dan andersom. Hij had erop gerekend dat het huis leeg was; de ouders weg en het kind elders ondergebracht. Maar daar lag ze, in haar bed. Ze sliep, dacht hij. Hij viste zijn pistool uit zijn zak en tilde het laken op. Hij bewoog heel langzaam. Hij wilde haar niet wakker maken, dat zou het allemaal maar moeilijker maken. Centimeter voor centimeter trok hij de stof van haar af. Ondertussen hield hij het wapen gericht op de plek waar haar lichaam zou verschijnen. Maar haar lichaam verscheen niet. Onder het dekbed vond hij alleen maar botten, een levensgrote ketting gemaakt van harde, witte kralen; haar poedelnaakte meisjesskelet.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin