Nieuwste onderwerp

Focus

 

In mijn nachtkastje ligt een verhaal dat ik nog niet heb verteld. Iedere zondag stof ik het af en laat ik het uit. Ik stop het in mijn doorzichtige rugzakje, stap op de fiets en rijd er rondjes mee door de stad. Ik laat het de straten zien, de kade en het museum, koffietentjes en kledingwinkels, de achterzijde van een supermarktvriezer. Met grote ogen kijkt het om zich heen. Het probeert alles in zich op te nemen. Het wil weten hoe de mensen eruitzien, wat ze elkaar vertellen en hoe ze erbij kijken en bewegen als ze dat doen. Het niet-vertelde verhaal is nieuwsgierig. Het kijkt een voorbijrijdende auto na en stelt zichzelf de vraag: waarom rijdt deze vrouw in deze auto? Waar gaat ze heen? Waarom zit de man die op de achterbank zit niet op de bijrijdersstoel en waarom draagt hij een grote, rode hoed met pauwenveren?

Na een uur of twee fiets ik weer naar huis. Het verhaal is moe, uitgeblust. Het was een vermoeiende dag. Terug op mijn kamer til ik het uit de rugzak, wikkel het in een deken en leg het terug in mijn nachtkastje. Het duurt meestal niet lang voordat ik het tevreden hoor snurken.

 

Mijn mentor zegt dat ik bezig ben met een intensieve work-out. Ik train een spier die je op geen enkele anatomische tekeningen zult tegenkomen. De gekweekte massa schemert niet door in een strak t-shirt en zal dus ook niet met begeerte worden bekeken. Het trainen van deze spier vereist relatief weinig lichaamsbeweging. Toch zweet ik. Als een otter. Je kunt er badkuipen mee vullen.

Ik ben nog niet lang bezig, maar ik zie al resultaat. Ik voel me slanker sinds ik ben begonnen met trainen. Slanker en fitter. Er is iets losgeweekt, ik heb iets van mijzelf afgeworpen. Je zou kunnen zeggen dat ik overtollig vet ben kwijtgeraakt. Het ligt nu ergens in een goot te rotten. En mijn lichaam is lichter. Zelfs mijn grote hoofd lijkt kleiner en voelt minder zwaar op mijn nek. Ik kan hem al bijna een hele dag dragen zonder hem even ergens neer te moeten leggen!

 

Woensdagavond. Het verhaal in mijn nachtkastje is wakker geworden en jammert als een klein kind. Het wil uit de duisternis, het licht in, liefkozend door een verteller vastgehouden worden. Het stelt voor om samen naar de sportschool te gaan. We kunnen de loopband op, een stukje rennen en ondertussen naar catchy indiepop luisteren waarvan ik de teksten heb gebruikt om er een narratief voor mezelf mee te kleien. Daarna snel terug naar huis voor een Madonna-met-kindmomentje onder een kokend hete douche. Alleen wij tweetjes, het verhaal en ik.

Ik zit met mijn telefoon in mijn handen op de bedrand en doe alsof ik het gehuil niet hoor.

Iemand stuurt me een bericht: botergeil in de stad, waar ben jij?

Ik: onderweg knipoog.

Ik kleed me om, poets mijn tanden en draai een paar rondjes voor de spiegel. Dan doe ik de lichten uit en sluit ik het huis af. Het blijft braaf achter me liggen, een keurig afgerichte hond die op een sappig verhaal knauwt. Ik loop naar mijn fiets. Net als ik het kettingslot eraf wil halen, buigt, als in een sprookjesfilm, de lantaarnpaal waartegen ik mijn fiets heb geparkeerd zijn nek. Hij laat zijn kop dalen, lager, lager, en brengt het ter hoogte van mijn ogen tot stilstand. We kijken elkaar een paar tellen aan.

‘Focus,’ fluistert de lantaarnpaal. En nog een keer: ‘Focus.’

Zijn stem is diep en blikkerig. Het lijkt op het geluid dat de verwarming soms maakt. De lantaarnpaal doet me denken aan een giraffe, een stalen giraffe met maar één poot. Hij lijkt ook op een heel groot vraagteken en op een tulp die zijn bloem aan de zwaartekracht heeft gegeven.

‘Sorry,’ zeg ik. Ik kijk verlegen naar de grond.

‘Wat bedoel je, sorry?’

‘Sorry, maar ik mag van mezelf niet tegen lantaarnpalen spreken.’ Het is geen leugen. Ik heb mezelf verboden met levenloze objecten te praten, dus ook met lantaarnpalen, zelfs al is de lantaarnpaal in kwestie begonnen met praten en doe hij dat in een correct doch mechanisch Nederlands. Praten tegen levenloze objecten lijkt onschuldig, maar dat is het niet. Allesbehalve zelfs. Ik weet hoe fragiel de geestelijke gezondheid van de mens is en hoe stijl de weg naar gekte kan zijn. Het ene moment kijk je over de rand en het andere moment rol je als een steen de diepte in. Als je met levenloze objecten gaat praten, ben je al zo goed als beneden.

Ik pak het stuur van mijn fiets stevig beet en wil hem wegtrekken, maar zo gemakkelijk laat de lantaarnpaal me niet gaan. Hij legt zijn hoofd tegen het voorwiel en houdt die daar. Nu zit mijn fiets vast tussen de boven- en onderkant van de lantaarnpaal. Ik trek met alle macht aan de fiets om hem uit de greep van de sprekende straatverlichting te krijgen, maar het lukt niet. De lantaarnpaal is te sterk en ik te zwak.

‘Focus,’ zegt hij nog een keer. Dit keer spreekt hij luider. Hij klinkt niet onvriendelijk.

Ik schud mijn hoofd.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik en ik probeer de fiets nogmaals los te peuteren.

Geheel tegen mijn verwachtingen in, geeft de lantaarnpaal mee. Hij tilt zijn lichtgevende hoofd op en brengt hem dichtbij de mijne. De felheid van het licht verblindt me. Ik druk mijn ogen dicht en probeer hem met tastende handen weg te duwen.

‘Goed,’ galmt de stem van de lantaarnpaal. ‘Je gaat, kleine dwaas. Je gaat snel en je komt nog sneller weer terug. En zorg dat je je focus onderweg niet kwijtraakt.’

Hij knipt zijn licht uit.

Ik open mijn ogen en zie nog net hoe hij weer terug buigt. Hij recht zijn rug en kijkt strak vooruit. Zijn licht blijft uit en net als ik denk dat het niet meer zal gebeuren, knipt het weer aan. De lantaarnpaal staat stokstijf. Hij verlicht mijn straat alsof hij nooit iets anders heeft gedaan of zou willen doen. Ik draai me om. Ik stap op mijn fiets en rij de straat uit, een andere straat in en ook die straat weer uit.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin