Nieuwste onderwerp

Ochtendgebed (2)

 

De eerste paar tellen ziet hij niks. Het lijkt alsof er niets achter het raam is. Alsof de ruit uitkijkt op een gapende leegte, een absoluut niks. De glazenwasser wil bijna wegkijken als zijn ogen eindelijk gewend raken aan de duisternis die binnen ligt. Hij knippert. De contouren van de ruimte geven zichzelf langzaam bloot. Hij knijpt zijn ogen samen. Hij herkent kleuren, vormen, voorwerpen, vier muren en een bed. De ruimte achter het glas is een slaapkamer.

De kamer oogt leeg. Het aanwezige meubilair is tegen de muren geschoven, waardoor er in het midden een kaal vlak ligt. Bij het raam, tegen de rechterwand, ziet de glazenwasser een grijze sofa. Over de rugleuning hangen een aantal kledingstukken en een plaid met een ruitpatroon. Daartegenover, tegen de andere muur, staat een bureau of iets wat daarvoor moet doorgaan. Het is eigenlijk meer een tafel met een stoel. Op het blad ligt een stapel boeken en ansichtkaarten. Naast de stapel staat een spiegeltje en een kleine vaas met een enkele roze roos. De roos zit nog in zijn knop. Hij bloost. Hij is een beetje verlegen. De roos lijkt te twijfelen of dit wel de juiste plek is om open te gaan. In deze kille, kleurloze kamer zal zijn knalroze bloem ontzettend opvallen. Of hij het nou wil of niet, alle voorwerpen zullen naar hem kijken. Sommige van hen zullen hem bewonderen, andere zullen misschien jaloers worden en de roos verachten of pretentieus vinden. De lichtschakelaar bijvoorbeeld, die heeft hem nooit een vriendelijke blik gegund. Die zal wel wensen dat hij zo snel mogelijk verdort en weer in de prullenbak verdwijnt. De roos piekert. Is hij wel klaar om de ster te zijn?

Hij vraagt de glazenwasser om weg te kijken zodat hij ongestoord het water kan aftasten.

De glazenwasser wendt zijn blik af. Hij kijkt dieper de kamer in. Naast het bureau staat een boekenkast met een klein krukje ervoor. En dan is er het bed, een tweepersoons boxspring. Zo een heeft de glazenwasser ook. Het meubelstuk is donkergrijs en overtrokken met een wit dekbed. Aan het voeteneind liggen kledingstukken. Ze zijn kleiner dan de kledingstukken op de bank. In het bed zelf liggen mensen. Twee om precies te zijn. De linker is een man en de rechter ook.

Dat kan, denkt de glazenwasser. Hij slaat de lap om zijn schouders. Vervolgens legt hij zijn handen als omgekeerde kommetjes boven zijn ogen. Zo kan hij beter zien.

De twee mannen zijn naakt. Ze liggen net niet helemaal tegen elkaar aan, al raken hun lichamen elkaar op verschillende plekken. Bij de slapen, de schouders en de buik en misschien ook verder naar beneden. Dat kan hij niet zien. Bij hun voeteneind ligt een berg dekens. De berg wit textiel onttrekt het onderste deel van hun lijven aan het zicht van de glazenwasser. Hij vraagt zich af of ze slapen. Het is moeilijk te zeggen. Hun ogen lijken gesloten, maar dat hoeft niets te betekenen. Soms doen mensen alsof ze slapen en gluren ze tussen hun wimpers door om te kijken of de ander slaapt. Anderen doen het als ze met je zoenen en zeker willen weten of jij niet ook aan het kijken bent. De mannen in het bed lijken zijn aanwezigheid in ieder geval niet te noteren. Ze blijven roerloos liggen.

Plots komt de hand van een van de mannen tot leven. Hij krabbelt omhoog, steekt over naar het lichaam van de andere man en wrijft nonchalant over zijn bovenbeen. Het is een achteloze beweging. De hand doet wat hij wil en verwacht er niets voor terug.

De glazenwasser laat zijn armen naast zijn lichaam vallen. Hij legt zijn handpalmen op de uiteinden van de stijlen. Het beeld van de twee mannen kalmeert hem. Hij weet niet wat ze doen – of ze slapen of seks hebben of net seks hebben gehad en daarvan uitrusten, of ze tussen hun lippen door lieve dingen fluisteren of samen naar een voor hem onhoorbaar muziekstuk luisteren. Hij weet het niet. Hij gist maar wat. Het enige wat hij van hun lichamen kan aflezen is dat ze tevreden zijn met hun samenzijn. Het is oké dat ze er liggen. Maar hun levens hangen er niet vanaf. Misschien doen ze wel helemaal niets, liggen ze gewoon naast elkaar zonder plan, zonder betekenis. Misschien weten ze zelf ook niet helemaal hoe ze daar terecht zijn gekomen. Maar nu ze er toch zijn, kunnen ze net zo goed blijven liggen.

De glazenwasser blijft nog even kijken. Hij ziet hoe de borstkassen van de mannen op en neer gaan. Verder gebeurt er niets in de kamer.

Na een minuut of vijf – zijn tijdsorgaan heeft de tijd keurig bijgehouden – pakt hij de lap weer op. Hij laat zich naar beneden zakken en begint het volgende raam te boenen. En nog een en nog een. Voordat iemand in het appartementencomplex heeft bedacht dat de dag is begonnen, zit hij alweer in de bus op weg naar zijn volgende klus. Hij zet de radio aan en draait de wagen de snelweg op. Dan denkt hij weer aan de twee mannen, wat ze aan het doen waren en vooral wat ze niet deden. Dat doet hij nog een aantal keer die dag en zelfs daarna nog wel eens als hij een raam wast en het gordijn geen millimeter van de achterliggende kamer blootgeeft.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin