Nieuwste onderwerp

Soldaatjes (5)

Een paar dagen na de begrafenis spreken Merel en ik af om samen wat te drinken. Ze ziet er goed uit als ze op me af komt lopen, beter nog dan ik me herinnerde, met grote, heldere ogen en een bruin gezicht. We nemen plaats op het terras. Het is een warme namiddag, bijna zomers, ik wrijf regelmatig met mijn kaak langs mijn schouder om onopvallend te controleren of ik niet stink.

We drinken zurige wijn en praten over van alles, behalve over opa. Merel begint er wel een paar keer over, voorzichtig, zonder me aan te kijken en met haar glas al half aan haar lippen, alsof de woorden minder pijnlijk zijn als ze ze mompelt, maar ik wend het gesprek steeds een andere richting op. De twee mogen niet mengen in mijn hoofd. Mijn dode grootvader en blozende, bruisende Merel horen niet bij elkaar in de buurt te komen.

Als de schaduw het terras bereikt, zegt ze: ‘Zullen we naar mijn huis gaan? Ik woon hier vlakbij. We kunnen wel een pizza in de oven doen of zo.’

Ik stem in en betaal de rekening voor we weggaan. Tijdens het lopen pakt ze mijn hand vast. Haar vingers zijn sponzig en plakken een beetje, maar op een manier dat ik ze niet meer los wil laten.

Merel woont in een oud stadspand en op haar zolderkamertje is het nog warmer dan buiten. De enige plek waar ik kan zitten is haar bed, een twijfelaar met een lila overtrek. Merel hurkt voor een kleine koelkast die in een hoek van de kamer staat.

‘Ik heb alleen Radler koud staan, lust je dat?’

‘Ja hoor,’ zeg ik, starend naar de spieren in haar kuit die zich aanspannen als ze opstaat.

Ze reikt me een flesje aan en komt naast me zitten, zo dichtbij dat ik de donshaartjes op haar bovenarm kan voelen. Het gesprek is niet volledig stil gevallen, maar wordt steeds vaker onderbroken door lange, lome tussenpauzes, we weten allebei dat er nu niet veel meer gezegd hoeft te worden.

‘Nog één?’ vraagt ze, als ik de laatste teug Radler heb doorgeslikt.

‘Lekker,’ zeg ik, maar in plaats van op te staan om de drankjes te halen, zoent ze me, gretig, gehaast. Mijn lijf start weer op na dagenlang onder narcose te hebben gezeten. Haar hartslag klopt hevig tegen de mijne aan, elk in hun eigen ritme, om elkaar heen dansend als parende vlinders.

We zijn lomp en ongeduldig. Ze klimt op mijn schoot en ik voel haar hete adem trillen tegen mijn tong, nog koud van het bier. Mijn handen dwalen over haar rug op zoek naar een rits op haar jurk, maar ze trekt hem zelf over haar hoofd heen. Ze buigt weer voorover om me te zoenen. Haar tanden, sterk en stralend, jarenlang getraind door beugels en elastiekjes tot ze rechtop staan als saluerende soldaten, knallen hard tegen de mijne aan.

Ik trek mijn hoofd weg.

‘Heb ik je pijn gedaan?’ vraagt ze.

Mijn tanden zijn vloeipapier. Broos, vochtig, vloeipapier. Ik voel ze verscheuren, ze vallen uiteen in scherven en splinters, bezwijkend onder de kracht van haar gebit.

Iets te hardhandig duw ik Merel van mijn schoot en steun met mijn ellenbogen op mijn knieën, mijn hoofd verborgen in mijn handen, alsof ook dat afbrokkelt als ik het niet bij elkaar houd.

‘Wat is er?’ Haar stem klinkt hoger dan normaal. ‘Waarom stop je nou?’

Met mijn tong tel ik de tanden in mijn mond.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michel Faber

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood