Nieuwste onderwerp

Ochtendgebed (1)

 

De glazenwasser komt uit zijn huis en stapt in zijn bus, draait de sleutel in het contact en rijdt de straat uit. Hij wrijft de slaap uit zijn ogen. Het is nog vroeg. Om hem heen begint de dag met een subtiliteit die typerend is voor Nederlandse winterdagen. Boven de straten en parken licht de hemel op. Traag verkleurt hij van nachtblauw naar lila en van lila naar een onverbiddelijke grijstint die zal blijven hangen tot het weer donker wordt. Op een dag als deze weet niemand echt wanneer de ochtend begint, op welk punt dag en nacht elkaar afwisselen. Zelfs de glazenwasser weet het niet precies en hij heeft meer van deze ochtenden wakend doorgebracht dan hij zou willen.

De stad is leeg, de stoplichten nors. Ze bekijken de toesnellende bus met hun strenge oog en knipogen pas als ze weten dat de glazenwasser een goede kerel is die bereid is netjes op zijn beurt te wachten. Hij humt mee met een liedje op de radio. Als het afgelopen is, zegt een mannenstem dat het twintig voor zes is.

Natuurlijk is het twintig voor zes, denkt hij. Dat kan niet anders.

De glazenwasser heeft thuis geen klokken, nog niet één klein horloge of een uurwerkje dat hij van een oudoom heeft geërfd. Hij heeft er ook geen nodig. Hij weet altijd hoe laat het is, op ieder moment van de dag. Ergens in zijn lichaam zit een orgaan dat voor hem de tijd bijhoudt, dat weet hoeveel tijd er is verstreken en dat hem wekt als hij gewekt moet worden. Het is heel betrouwbaar en precies. Het laat hem zelden in de steek. En wanneer dat dan toch gebeurt en hij ergens te laat komt, zegt hij naar waarheid dat hij een beetje ziekjes is. Zijn tijdsorgaan heeft net als alle andere organen ook wel eens last van kwaaltjes. Maar vandaag niet. Vandaag is hij weer precies op tijd.

 

Hij parkeert de bus met de rechterzijde op de stoeprand. Hij stapt uit, trekt de deuren aan de achterkant open en versleept zijn materiaal – de ladder, lappen en zemen, handschoenen, een spons en een sopje – naar het appartementencomplex. Het gebouw kan niet oud zijn. Het pand is vier verdiepingen hoog. Het is opgetrokken in modieus, roodbruin steen en ingelegd met grote raampartijen. Voor dat laatste is hij natuurlijk hier; hij is immers de glazenwasser.

Hij vouwt zijn ladder uit en zet hem tegen de muur. Daarna klimt hij erop. Hij werkt de oostzijde van het pand af en doet daarna, zoals zijn ritueel voorschrijft, de zuidzijde. De meeste bewoners in het pand slapen nog. De gordijnen zijn gesloten en de luxaflex laat kleine beetjes licht toe, maar niet de nieuwsgierige ogen van passanten, overburen of glazenwassers. Tegen kwart voor zeven verplaatst hij zich naar de westzijde van het pand. Hij trekt zich aan de treden de ladder op. Wanneer hij boven komt en bij een raam op de vierde verdieping wil beginnen, ziet hij dat de gordijnen open staan. Zijn eerste reflex is nog altijd om naar binnen te kijken. Hij wast al zeven jaar ramen en zijn nieuwsgierigheid is in die tijd eerder gegroeid dan afgenomen. Als glazenwasser weet hij als geen ander dat mensen hun geheimen thuis bewaren. Buiten gedragen ze zich. In het openbaar lopen ze allemaal keurig binnen de lijntjes. Pas wanneer ze de deur van hun huis achter zich dichttrekken en menen dat niemand hen ziet, geven ze bloot. Letterlijk en figuurlijk. Alleen in de schelp van hun woonruimte is de mens vrij van fatsoensregels en onbeschaamd zichzelf.

De glazenwasser kijkt niet. Hij weet zijn nieuwsgierigheid in bedwang te houden. Hij trekt een lap over het glas en houdt ondertussen zijn blik strak op zijn hand gericht. Maar ergens halverwege de klus glijden zijn ogen uit op het gladde glas en tuimelen ze de kamer in.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin