Nieuwste onderwerp

Vuur

 

Vanochtend is de percolator in brand gevlogen. Ik zat in de eetkamer toen het gebeurde. Ik tikte wat aan een autoconfessofictioneel verhaal waar ik een paar dagen eerder aan was begonnen. Ik had het opgetekend in een soort razernij die ik nog steeds niet helemaal begrijp, maar die heel lichamelijk voelde. Het begon ergens in mijn maag en baande zich via mijn vingertoppen een weg naar buiten. Ik kon het niet tegenhouden. Of misschien wel, ik heb het niet geprobeerd.

Ik at een boterham met avocado en las de tekst over. Hij was nog rauw. Ik moest hier en daar wat bijschaven, een te sentimentele paragraaf verwijderen. Toen hoorde ik een geluid. Het liet zich het beste omschrijven als ongewoon. Ongewoon, maar niet per se onbekend – eerder onnatuurlijk voor de tijd en plaats waarin ik me op dat moment bevond. Dit geluid hoorde thuis in een werkplaats, niet in een appartement. Het leek op het gesis van een slang, alleen wat feller en kort. Ik liep naar de keuken. Vanuit de hal zal ik al waar het geluid vandaan kwam. Op het fornuis zat een oranje dier. Het beklom de percolator, beide poten nog op de kookplaat, en deed een verwoede poging zich aan de afzuigkap op te trekken. Het dier had stekels die naar boven reikten. Terwijl ze dat deden werden ze groter en kleiner, alsof ze zelf niet zo goed wisten wat hun eigenlijke omvang was.

Ik kwam dichterbij. Het dier week niet. Het bleef rustig vlammen. Het spetterde en wervelde door zijn eigen, vloeibare lichaam heen, flexibel als een gymnast. Toen ik beter luisterde, hoorde ik het ademhalen.

Plotseling begon het bij mij te dagen. Dit is vuur, dacht ik. Je hebt iets in brand gezet.

Ik verbaasde me over de gevoelens die met die gedachte gepaard gingen. Ik was niet geschrokken, noch bang. Ik vond het alleen ontzettend vervelend. Ik had er niet op gerekend dat ik vandaag iets in brand zou laten vliegen en het kwam ontzettend slecht uit. En natuurlijk vond ik het zonde van mijn percolator. Ik had hem gekregen.

Toen heb ik misschien ‘kut’ gezegd. Ik weet het niet meer zeker. ‘Kut’ of ‘shit’ of helemaal niks. Ik zei tegen mezelf dat ik iets moest doen. Ik draaide het gas uit. Daarna wist ik het niet meer. Hoe doofde je een vuur? Moest je een emmertje vullen en dat over de vlammen leegkiepen of moest je er een doek overheen gooien om de zuurstoftoevoer af te kappen? Ik wist dat vuur brandde op zuurstof en ik wist dat vuurpokémon zwak zijn voor waterpokémon. Maar dit vuur was echt vuur, geen abstract, in een artikel of boek beschreven vuur of een vuur in een videogame. Ik was drieëntwintig en ik had geen flauw idee hoe ik een onhandig vuurtje moest doven.

Dus deed ik niks. Het vuur brandde en ik deed niks en er was niets in mij dat wel van plan was om iets te doen. Ik bleef op een veilige afstand naar de vlammen kijken. Ze hadden niks symbolisch of metaforisch. Het waren gewoon vlammen. Ze dansten zwijgend om zichzelf en smolten het handvat van de percolator. Het zwarte plastic druppelde olieachtig omlaag en kwam met een sis op de metalen onderzetter terecht.

Ik hoopte dat het vuur vanzelf wel zou doven. Na een minuut of drie gebeurde dat tot mijn opluchting ook. Ik trok ovenwanten aan en zette de percolator en de onderzetter buiten om af te koelen. Ik wilde toch al een nieuwe kopen, dacht ik. Ik liep terug naar de eetkamer en drukte op een willekeurige toets op mijn laptop. Het scherm ging aan. Mijn eigen woorden keken me afwachtend aan.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin