Nieuwste onderwerp

Wolf

 

Hallo, ochtendmaan. Kun je mij zien?

Ik zit in mijn kamer met mijn gezicht tussen de gordijnen. Ik kijk omhoog naar jou, nieuwsgierig, mijn zicht troebel van de slaap die ik nog niet heb geslapen. We zien elkaar te weinig, vind je ook niet? Dat is evenveel mijn schuld als die van jou. We leven langs elkaar heen. Jouw natuurlijke klok is het negatief van de mijne. Jij houdt van waken en ik hou van slapen en het gevoel dat er over mij wordt gewaakt terwijl ik het doe. Maan, hond, man. Wie maakt niet uit, als ik maar niet alleen ben in het donker. Maar vanochtend, toen je plaats wilde maken voor de zon en niet zo voorzichtig mijn kamer uit sloop, heb je me gewekt. Ging dat per ongeluk? Of lag het aan mij? Heb ik je soms weggejaagd met mijn gesnurk?

Ik moet gapen. Mijn oogleden voelen zwaar. Beneden, in de tuin van de onderburen, miauwt de kat. Ze wil naar binnen.  Het liefst zou ik me nog een keer omdraaien, in de lakens op zoek gaan naar een restje slaap dat ik over het hoofd heb gezien. Maar ik wil ook opblijven. Ik wil de wissel van de wacht aanschouwen, mijn ochtendmaantje. Ik wil naar je kijken totdat je sneeuwwitte billen achter het identieke appartementencomplex aan de overkant duiken. Waar ga je heen en wat is daar zo vroeg al te doen?

 

Ik herinner me de avond waarop we moesten praten. We lagen languit op mijn bed. Zoals bijna alles om ons heen was ook dit meubelstuk te groot voor mij en te klein voor jou. Je moest je benen lichtjes naar binnen vouwen om niet zowel met je hoofd als je voeten de randen te raken. Eigenlijk sliepen we zelden bij mij. Dat lag niet zozeer aan mijn bed, maar vooral aan de ruimte waarin hij stond. Jij voelde je niet thuis in mijn kamer. Hij was te krap en te kil voor jou. Hij bood geen luxe, geen gezelligheid en nauwelijks privacy. Dat waren dingen die jij allemaal heel belangrijk vond. Of althans, dit vul ik nu voor jou in, want in dit verhaal heb je geen mond en geen pen. In dit verhaal moet ik het zelf rooien.

Het was pak en beet half tien. We spraken op gedempte toon zodat mijn huisgenoten ons niet konden horen. Ik ontweek je blik. Ik keek liever naar de lege plek op de muur waar nu een poster hangt die ik van jou heb gekregen. Ik stel me voor dat ik toen al even heb gedacht: het is geen leven zonder jou. Ik was verdrietig en toch voelde ik me, net als jij, ook opgelucht. Het gevoel waarmee we al die tijd hadden rondgelopen, had nog altijd geen naam, maar het mocht er zijn.

We wisten alleen niet:

Was het gevoel gekomen om te blijven?

Of was het gevoel gekomen om voorbij te gaan?

Ik denk dat op die avond, voor mij, mijn slaapkamer een hele andere plek is geworden. Een plek die losstaat van de wereld erbuiten. Een plek heel ver weg met zijn eigen regels, zijn eigen manen en zonnen.

 

Een plek met zijn eigen monsters. ’s Avonds, als ik het licht uitdoe en in bed ga liggen, lijkt het alsof er eentje bij de deur staat. Het monster is twee meter lang, vierkant en egaal zwart. Zijn vorm en zijn kleur (die niet echt een kleur is), doen me denken aan de coulissen die achter me hangen in een terugkerende droom. In deze droom voer ik een onemanshow op. Het is een mix van zang, dans, comedy, mode, spitsvondige cultuurkritiek en een goochelshow met diverse attributen en een knappe assistent met gespierde armen waarin de aders aan de oppervlakte liggen. Ik kan mijn ogen er niet van afhouden, deze kronkelende, paarsbruine bedrading.

Halverwege de show word ik me plots bewust van een aanwezigheid achter de coulissen. Ik weet het zeker: er staat iemand achter het doek en deze persoon bekijkt me. Niet openlijk, zoals het publiek dat doet, maar in het geheim. Hij maakt aantekeningen in een klein schrift zoals een balletdocent. Ik begin te zweten. Mijn kostuum jeukt. Ik slenter koortsachtig over het podium, dat daarnet nog heel groot was, maar nu heel klein lijkt. Ik zoek naar een plek waar de persoon achter de coulissen mij niet kan zien of horen. Maar ik sta overal in het licht. Op een podium kun je je niet verstoppen. Dat is het hele idee.

Ik dwing mezelf de show uit te spelen. Dat is me nog nooit gelukt. Ik word altijd wakker voordat de show voorbij is. Het spectaculaire slotstuk zet in. Ik word levend opgevreten door een mechanische wolf. Zijn buik rommelt en dan, (kleine explosie) steekt mijn kopje lollig uit zijn mechanische anus en staat het publiek als één op en word ik overladen met applaus. Maar zover kom ik nooit. Ik blijf altijd steken in de buik van het beest.

Ik schrik wakker.

Mijn kamer. Mijn bed.

Mijn hart klopt in mijn keel. De lakens en kussens voelen klam. Ze zijn nat van het zweet. Ik duw mezelf rechtop, buig over de bedrand en kijk uit het raam. De ochtendmaan is vertrokken en de lucht is, evenals mijn bed nu zijn boomlange lijf er niet in ligt, leeg.

 

Aantekening: dit verhaal is vernoemd naar en tot stand gekomen dankzij het nummer ‘Wolf’ van Big Thief, dat me in staat stelde op te schrijven wat ik al zo lang wilde opschrijven.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin