Nieuwste onderwerp

Spiegelscène

 

Op een ochtend was er eens:

Het gezicht van Thom Wijenberg in de badkamerspiegel.

‘Hallo daar,’ zeg ik.

Geen reactie.

‘Hallo?’

‘Ik praat tegen je, hallo. Doe eens niet zo onbeleefd.’

De ogen kijken me verveeld aan. De neus en mond blijven roerloos op hun plek zitten en geven geen enkele blijk van herkenning. Het lijkt erop dat mijn gezicht vandaag geen zin heeft in mijn kinderachtige spelletjes. Het wil gewoon aan mijn schedel hangen. Het wil zijn en tijdens dat zijn wil het zich langzaam maar zeker door ouderdom en zwaartekracht omlaag laten trekken. Misschien een keertje make-up dragen of een laag schmink met carnaval, dat is alles. Meer niet. Doe wat je moet doen, zegt het zonder woorden, maar val mij er alsjeblieft niet mee lastig.

Ik kijk weg. Ik pak mijn tandenborstel. Ik smeer tandpasta op de kop en begin te poetsen. Eerst de voortanden, dan rondom de kiezen. Boven en onder. Ik schrob net iets harder dan mijn tandarts graag zou willen.

Een gezicht is een taai ding. Toch kun je het gemakkelijk verliezen – of althans, ik tenminste wel. Het is het eerste dat ik kwijtraak als ik de deur uitga. Er hoeft maar een zuchtje wind op te steken en mijn gezicht waait zo de straat op. Soms ren ik er nog een stukje achteraan. Ik haal het zelden in. Het is snel, gewichtsloos. Het draait een steeg in, waait onder een brug door en dan is het plots verdwenen. Ik zie mijn gezicht nergens meer. Ik voel me kaal zonder, dus ga ik op zoek naar een vervangend gezicht. Ik hoef niet lang te zoeken. Het gezicht van de eerste beste passant voldoet, een kind met sproeten, een zakenman, een bejaarde of het snuffelende mopshondje waarmee hij of zij op me toe komt lopen. Zodra ze me passeren zijn ze hun gezicht kwijt. Ze merken er niks van. Ze hebben geen idee van de laffe diefstal die zojuist voor hun ogen heeft plaatsgevonden, hoe hun gezicht op klaarlichte dag van hun kop is gegrist.

Ik loop de rest van de dag met het nieuwe gezicht door de stad. Pas als ik thuiskom en in de spiegel kijk, zet ik mijn buit af. Dan voel ik me een beetje Arya Stark. Maar nog meer voel ik me niemand.

 

Ik spuug de tandpasta uit en kijk stiekem toch nog even naar mezelf. Nu ik toch het woord heb (op papier en in mijn hoofd), wil ik even zeggen dat ik blij ben dat ik geen sprekende spiegel heb. Een sprekende spiegel kan alleen maar een nichterige sadist zijn. Een sprekende spiegel leeft ervoor om je te vertellen dat je er slecht uitziet, dat er een puist bij je neus zit en dat je niet – nee, lieverd toch, hoe kom je daar in godsnaam bij?! – de mooiste van het land bent. Alsjeblieft eenentwintigste-eeuwse technologie, beloof me dat je nooit een sprekende spiegel zult ontwikkelen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin