Nieuwste onderwerp

Apocalyps (2)

De telefoontjes, mails en brieven van de Apocalyps stapelen zich op. Ik blijf hem negeren. Zodra er een bericht binnenkomt, wis ik het. Ik wil hem niet per ongeluk ergens tegenkomen. Liever doe ik alsof ik van niets weet. Daar ben ik ontzettend goed in, beter dan wie dan ook.

Ik zit op een parkbankje als de Apocalyps weer belt. Ik wacht een paar tellen en druk hem dan weg. De oude vrouw die naast me zit moet het gezien hebben, want ze begint uit zichzelf te vertellen over haar ontmoeting met de Apocalyps. Ze trof hem op haar drieëndertigste na zijn oproepen jarenlang te hebben genegeerd. Toen ze hem eindelijk binnenliet, slingerde hij haar met de snelheid van het licht naar een ander sterrenstelsel. Ze voelde zich eenzaam op haar nieuwe planeet. Ze wilde niets liever dan terug naar huis, dus bouwde ze een raket. Het karwei kostte haar meer dan vijftig jaar. ‘Ik ben pas net weer hier,’ zegt ze, ‘daarom zie ik er zo moe uit.’

+++

Wat doe je vandaag?
Antwoord: Vandaag sta ik extra vroeg op om een verhaal te schrijven over een badkamertegel en een kat. De tegel en de kat kunnen niet goed met elkaar overweg. De tegel is een trots wezen. Hij kijkt neer op de kat. In zijn ogen is de kat maar een stinkbeest, een ongemanierde haarbal die in- en uitloopt wanneer het hem uitkomt. Zelf hangt de tegel plichtsgetrouw op zijn plekje aan de wand, vanwaar hij alles gadeslaat. Op een ochtend heeft de kat genoeg van de hooghartige houding van de tegel en pist hij ertegenaan. Daar begint het verhaal. Daar begint mijn verhaal.

(Spoiler: het komt niet goed. De tegel is zo kwaad op de kat dat hij zichzelf loswrikt van de muur en zich op de kat stort. Deze springt net op tijd weg. De tegel raakt de badkamervloer en breekt in stukken. De kat, boos en bedroefd, raapt de scherven bij elkaar en begraaft ze in de tuin.)

+++

Een anoniem telefoontje buiten kantooruren schrikt je op. Je neemt op in de hoop dat iemand de wanhoop in je gezicht heeft gezien en je een baan of een flinke zak geld wil aanbieden.
‘Met Thom Wijenberg,’ zeg je.
‘Dag Thom. Met de Apocalyps,’ dondert een zware stem aan de andere kant van de lijn.
Je schrikt.
‘Fuck.’
‘Dat kun je wel zeggen ja, fuck.’
Stilte.
Je probeert nog iets te zeggen, maar je stem is zo klein geworden dat hij niet meer hoorbaar is.
De Apocalyps dendert door. Hij wacht niet totdat je stem weer tot zijn oorspronkelijke volume is gegroeid. Hij zegt dat hij je geprobeerd heeft te bellen. Niet één keer, nee! Hij probeert het nu al een week of vier, vijf, maar je neemt steeds niet op.
‘Oh sorry,’ zeg je. ‘Ik was heel druk.’
‘Ik heb ook voicemails achtergelaten.’
‘Nou, ik was dus heel druk en ik luister nooit naar mijn voicemails.’
‘En je mail, lees je die ook niet?’
‘Jawel, maar ik was ook nog op vakantie laatst.’
‘Dat is al bijna een maand geleden. Het is tijd, Thom, dat weet je best. Het is tijd voor mij om jouw leven in te stappen en alles omver te gooien.’
Terwijl de Apocalyps de gevreesde woorden spreekt, hoor je op de achtergrond een ritmisch klikgeluid. Zit hij ondertussen ongeduldig op de achterkant van zijn pen te drukken? Of is dit het geklak van één van zijn twaalf tongen? Plots ben je je er sterk van bewust dat de Apocalyps op een kantoor zit, een doodgewone ambtenaar achter een doodgewoon bureautje is. Je vraagt je af hoe zijn werkplek eruit zit en of ze er goede koffie schenken. Hebben ze daar niet nog een vacature voor je vrij? Je zou kopietjes kunnen maken of de vaatwasser kunnen in- en uitruimen. Dat zijn bijvoorbeeld dingen die jij kan.
‘Hallo?’
‘Ja, hallo. Ik ben er nog.’
‘Goed.’
‘Ja.’
‘Wat denk je ervan?’
Je aarzelt even en zegt dan: ‘Ik ben er nog niet klaar voor.’
De Apocalyps gromt als het wilde beest dat hij is. Het geluid dat hij maakt zou uit een science-fictionfilm kunnen komen. Je bent bang. Je wil ophangen, maar de apocalyptische grom heeft een bezwering over je lichaam uitgesproken waardoor je niet kunt bewegen. Als hij is uitgelachen, verontschuldigt de Apocalyps zich. Hij heeft zich laten gaan, zegt hij. Zijn stem is nu zacht, moederlijk haast.
‘Niemand, lieve. Niemand is er ooit klaar voor. Dat is precies waar het om draait. Dat is onze krachtige formule. Als je klaar voor me bent, verdien ik het niet om de naam Apocalyps te dragen. Ik kondig mijn komst op tijd aan, dat is de enige verzachting die ik je kan bieden. Je weet dat ik kom zoals een hoogzwangere vrouw weet dat ze een dezer dagen een kind zal moeten baren.’
Je luistert. Het geklik is opgehouden.
‘Begrijp je dat?’
‘Ja,’ zeg je, niet omdat je ‘ja’ wil zeggen, maar meer omdat ‘nee’ zeggen geen optie lijkt.
‘Mooi,’ zegt de Apocalyps.
Hij ademt in.
Jij doet hetzelfde.
‘Dit is hoe het zal gaan. Volgende week kom ik bij je langs. ’s Nachts. Ik moet nog even kijken wanneer precies. Om eerlijk te zijn zit mijn agenda bomvol, maar daar hoef jij je natuurlijk geen zorgen over te maken. Je hoeft ook geen raam of deur open te zetten of wierook te branden of iets dergelijks. Spaar je gastvrijheid. Ik vind mijn weg naar binnen wel en ik blijf niet langer dan nodig is. Het duurt hoogstens een paar tellen. Je merkt er niets van. Maar als je ’s ochtends wakker wordt, weet je dat ik geweest ben. Geloof me, je zult het weten ook.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin