Nieuwste onderwerp

Apocalyps (1)

De apocalyps kan ons ieder moment raken. Het ene moment is de hemel leeg en het volgende moment stort de apocalyps zich op ons. In zijn duikvlucht verschroeit hij onze petten, vilthoeden en pruiken. Hij brengt onze kapsels in de war en boort zich vervolgens zonder ‘pardon!’ of ‘scusi!’ een weg door onze lichamen, beginnend bij ons schedeldak en eindigend bij ons voeteneind.
De aarde sist. Zij is beeldschoon in de kleuren die de apocalyps achterlaat, maar er is niemand om haar te zien.

+++

Je wordt wakker zonder die glinstering. Je lichaam is niet koud, niet warm. Het kan niet transformeren in een Power Ranger of een Winx of een queer popster die met bizarre videoclips en autobiografische songteksten de wereld verovert. Je lichaam is gewoon een lichaam. Niet meer en niet minder.
Je staat op. Je hebt er niets aan om nog langer in bed te blijven liggen. De dekens zullen je niet oppoetsen. Dat hebben ze nog nooit gedaan. Je haalt brood uit de vriezer en stapt in de douche. Je zeept jezelf in zonder naar je lichaam te kijken. Je gedachten dwalen wat en op een bepaald moment vergelijk je jezelf met een badkamertegel. Die blinkt na een schoonmaakbeurt, maar na verloop van tijd wordt hij vanzelf weer dof. Dat is de natuurlijke gang van zaken. Daar valt niets aan te doen. Het enige wat jullie, de tegel en jij, kunnen doen is nederig naar de haren in het doucheputje kijken en wachten op de volgende spons, een nieuwe schrobbeurt die het vuil weg wast en jullie je glans teruggeeft.
Een prachtige, poëtische vergelijking, denk je. Je droogt je af, neemt de poëtische vergelijking mee terug naar je kamer en schrijft in een schrift.
Bzzt. Bzzt. De telefoon licht op.
Je haalt opgelucht adem. Je glimlacht zelfs een beetje. Je had eigenlijk helemaal geen zin om te schrijven. Je legt het schrift naast je en pakt je telefoon. Op het scherm lees je:

APOCALYPS! NIET OPNEMEN!!!

Je volgt je eigen advies en legt de telefoon op zijn buik. Je ontbijt. Daarna kleed je je aan. Daarna doe je je haar. Daarna stap je op de fiets. In een hippe koffietent in het centrum schrijf je een verhaal over een vrouw die elke week bij jou een pakje Chesterfield komt kopen.

’s Ochtends is jouw verhaal dat van een badkamertegel, ’s middag dat van een verwilderde kat. Een tijd geleden ben je door je eigenaar op straat gezet. Je bent er nog steeds oké mee. Er was geen sprake van kwaad bloed, alles is in overleg gebeurd. Het ging gewoon niet meer zoals het ging. Daarom was het beter dat jullie wegen zouden scheiden. Het afscheid was emotioneel. Je duwde je kopje een laatste keer tegen zijn been en liep de nacht in, de straat uit. Hij keek je vanachter zijn raam na. Toen je laatst toevallig langs het huis liep, zag je dat het luikje was dichtgetimmerd.
Sindsdien ben je alweer een aantal keer opgepakt. Je laat het toe. In nieuwsgierige handen een nieuwsgierig kattenkopje met grote, glazige ogen (die van een pijpslet).
Geef kopje, katje! Geef kopje! Kom, toe. Geef eens kopje!
Je mag op schoot en spint tevreden.
Plotsklaps spring je op. Het wordt je te warm onder de voeten. Je rent. Je hoopt, midden in de nacht, op een cat call. Wanneer het stil blijft, vervloek je iedereen die wel een cat call heeft mogen ontvangen en zich erover beklaagt.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin