Nieuwste onderwerp

Namen

 

Haar darmen vertellen de vrouw dat ze moet schijten. Ze loopt een lege toiletcabine in, draait het slot om en neemt plaats op de pot. Terwijl ze haar lichaam leegdrukt, denkt ze terug aan wat haar vanochtend op het station is overkomen. Bij de kiosk, in de rij voor een kop koffie, had ze luid staan zuchten omdat het haar te lang duurde en toen had de stokoude man die voor haar stond zich omgedraaid en haar mopperend ‘Madame Ongeduld’ genoemd. De vrouw had erom gelachen – en niet zo’n beetje. Ze had haar schouders naar achteren gegooid en uit volle borst geschaterd. Zo hard dat iedereen had omgekeken en een duttende zwerver van schrik bijna van zijn bankje was getuimeld, de stationstegels over en het spoor op.

De vrouw glimlacht sluw naar de binnenkant van de wc-deur.

‘Plop!’ klinkt het onder haar. En nog eens, ‘plop!’

Wat niemand wist, was dat ze de opmerking van de oude man helemaal niet grappig had gevonden. Nee, haar uitbundige lach was van een meer strategische aard. Ze had gelachen om de bijnaam die hij haar had gegeven te ontmantelen. De naam hoorde niet bij haar. Zij was geen Madame Ongeduld, nooit geweest ook. En de beste manier om dat duidelijk te maken, was door hem hardop weg te lachen. Een Madame Ongeduld lacht immers nooit.

Madame Ongeduld, denkt ze en in haar hoofd schudt ze haar hoofd. Het lef! En dat voor een grijsaard, die durfde wel op zijn oude dag. Dat moest ze hem nageven. Om haar zomaar een naam te geven. Alsof hij haar kende, alsof hij haar hele wezen kon vangen in twee woorden. Hij had een naam op haar geplakt zoals een overgeorganiseerde huisvrouw labels op glazen potten plakt – dit is jam, dit is zilvervliesrijst, dit is kimchi – en denkt zo de chaos in de wereld te kunnen ontwarren. Maar zij is geen jam, rijst, kimchi en ook geen Madame Ongeduld. Wat dat betreft, denkt ze, hebben dieren het maar makkelijk. Het overgrote deel van hen heeft geen naam en alle onfortuinlijke honden, katten en paarden die er wel een hebben, kunnen naar hartenlust pretenderen de mensentaal niet te beheersen. Zij zijn vrij om door te lopen wanneer hun naam valt.

Maar de vrouw niet. Van haar wordt altijd een antwoord verwacht, hoe men haar ook aanspreekt. Als kind was ze Lies, Liesje of Poeliewoelie voor haar grootmoeder van vaders kant totdat die dement werd en vergat wie Poeliewoelie was. Later maakten die namen plaats voor Katje, Dolly, Eucalypta, schatje/soesje, Tropicana, Mara, Mevrouw Chesterfield of dat viswijf van Wijnen. Ze liet het allemaal toe, zei er nooit iets van. Maar toch vroeg ze zich af: waarom noemen ze mij niet bij mijn naam? Waarom noemen ze me niet gewoon Marlies?

‘Marlies, schiet op!’ hoort ze iemand aan de andere kant van de wc-deur roepen.

Ze staat op spoelt door. Ze kijkt toe hoe haar drol in een draaikolk de diepte in wordt gezogen en denkt, breed grijnzend, dat geen enkele Madame Ongeduld een kwartier zou doen over iets wat ook in twee minuten kan gebeuren.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin