Nieuwste onderwerp

Afscheid (3)

In de auto is alles weer bijna goed. Na een tijdje is Steven toch gezwicht voor Lisannes hand die koppig op zijn bovenbeen bleef liggen en nu kriebelt hij regelmatig in haar haren of wrijft hij haar oorlel tussen zijn duim en wijsvinger. Ze hebben een radiostation met classic rock opgezet, veilig, neutraal terrein, niet te neerslachtig. Lisanne heeft het op zich genomen om het gesprek gaande te houden en kletst honderduit. Soms snijdt ze per ongeluk toch een riskant onderwerp aan – de zwangere onderbuurvrouw, een vriendin die samen met haar vriend een huis heeft gekocht – maar als ze Stevens ogen samen ziet knijpen achter zijn brillenglazen, begint ze snel over iets anders. De reis waar ze morgen aan gaat beginnen hebben ze proberen op te sluiten in de kofferbak als een ondeugende hond.

‘Wat ben ik blij dat wij in Nederland wonen,’ zegt Steven als ze weer een Vlaams gehucht, ‘Aartselaar’, in rijden. De dorpen lopen naadloos in elkaar over, steeds een klompje gebouwen langs de oneindig lange hoofdweg. ‘Hier word je toch spontaan depressief van?’

Hij wijst naar de huizen die vlak langs de weg staan, grijze en beige blokken die niet bij elkaar lijken te horen maar tegelijkertijd dreigen om te vallen als ze elkaar niet hadden om op te leunen. De voortuinen zijn grauw en betegeld, leeg op een paar oude fietsen, een hoop onkruid en wat kapotte, plastic tuinmeubels na. Om de zoveel tijd wordt de eentonigheid onderbroken door een friettent of een garage waar mannen in werkkleding onder een afdakje zitten te roken.

Lisanne staart uit het raam. ‘Ik weet het niet. Het kan erger.’

‘Volgens jou kan alles altijd erger.’

‘Nou, dat is toch ook zo?’

‘Jij vindt alles meevallen zolang het geen krottenwijk is.’ Steven rijdt over een drempel zonder vaart te minderen, waardoor de onderkant van de auto over de weg schraapt. Lisanne krimpt in elkaar door het geluid.

‘Dat zeg ik helemaal niet.’

‘Je hoeft het ook niet te zeggen, ik weet het toch al.’

Lisanne bijt op de nagel van haar pink. Ze wil het niet toegeven, maar ze weet dat Steven gelijk heeft. Ruim een jaar geleden maakte ze met haar zusje een reis van een maand door Brazilië. Ze gingen om hun horizon te verbreden, om een nieuw stukje wereld te zien, om uit hun West-Europese priviligebubbel te ontsnappen. In haar hoofd zou Brazilië niet veel anders zijn dan een iets wilder Spanje. Ze had zich ingesteld op vriendelijke, gerimpelde oma’s die lokaal eten bereidden en onder de indruk zouden zijn van haar lichtblonde haar; jungles en rivieren zoals ze die kende uit Planet Earth en National Geographic; kinderen met smoezelige gezichtjes die haar met donkere, fonkelende ogen zouden bedanken als ze hen een pak kleurpotloden in de handen drukte.

Maar nooit had ze verwacht wat ze zag toen de bus van hun reisbureau hen afzette aan de rand van een favela. Een jonge Braziliaan gaf de groep toeristen een tour door de sloppenwijk en herhaalde regelmatig dat ze absoluut niet in hun eentje mochten ronddwalen. Het geklik van telefooncamera’s klonk bijna onophoudelijk terwijl hun gids ze langs de hutjes van golfplaten loodste die schots en scheef tegen elkaar aan stonden. Lisanne nam geen foto’s. Ze keek naar de mensen op straat en schrok van hoe jong de gezichten waren – bijna nergens was een oud, gerimpeld omaatje te bekennen. De kinderen ontweken haar blik, of staarden naar de groep toeristen met wantrouwen, hun ogen te groot voor hun magere gezichten.

Ook toen ze al lang thuis was, kon ze de sloppenwijk bij Rio de Janeiro niet loslaten. Wekenlang bleef ze iedere nacht laat op om het internet af te struinen, op zoek naar ontwikkelingsprojecten en vrijwilligerswerk. Vaak kon ze nog niet slapen als ze haar laptop had dicht geklapt. Het idee iets te moeten doen, te moeten helpen, maakte haar onrustig. Ze voelde zich schuldig over haar comfortabele bed en Stevens regelmatige gesnurk. Eén keer was ze languit op het balkon gaan liggen om te voelen hoe het was; niks anders om je warm te houden dan de grond onder je en je eigen armen. Ze vertelde het aan Steven en hij verklaarde haar voor gek, maar Lisanne verwachtte ook niet dat hij het zou begrijpen.

Toen ze na een paar maanden een vacature tegenkwam – lerares op een basisschool voor weeskinderen, minimum dienstverband van twee jaar – wist ze dat ze geen keuze meer had.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Lolita - Vladimir Nabokov

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood