Nieuwste onderwerp

Kandinsky

In een klein café met kleine kopjes en schoteltjes bestemd voor kleine gesprekken zegt hij: ‘Ik denk dat wij simpelweg niet gemaakt zijn voor monogamie.’

Amber legt haar handen op het tafelblad en bekijkt haar nagels. Hier en daar begint de lak al los te laten. Aan de randen trekt het marineblauw zich terug en komt de naamloze kleur van haar nagels weer tevoorschijn. Als Karl er niet over was begonnen, was het haar waarschijnlijk nog niet opgevallen. Ze zou het over een paar dagen wel zien, tijdens het ophangen van de was of het hakken van een ui. Of ze zou bij het fatsoeneren van haar bed een donkerblauwe schilfer op het overtrek vinden. Zo zou het zijn gegaan, ja. Als Karl er niet was geweest om haar op haar onverzorgde nagels te wijzen.

‘Luister je?’ vraagt Karl. Het moet hem zijn opgevallen dat ze naar haar vingers zit te kijken, want hij steekt zijn armen uit en sluit zijn handen om die van haar.

Ze kijken elkaar aan.

‘Ja,’ antwoordt ze.

Karl zucht alsof hij haar iets moeilijks zal gaan vertellen.

‘Lieverd,’ zegt hij. ‘Mijn hart is geen eenkamerappartement. Begrijp je dat? Het is een hotel, een superdeluxe viersterrenhotel waarin altijd een kamer vrij is voor een nieuwe gast die behoefte heeft aan warmte, beschutting, liefde. En ik wil ze die liefde graag geven. Zolang ze maar betalen.’

Hij moet hard lachen. Een paar mensen achterin het café kijken om. Nee – dat is een grapje, voegt hij eraan toe. Hij is toch geen gigolo?

Amber trekt haar mondhoeken op. Ze kijkt naar de klomp handen die in het midden van de tafel ligt. Voorzichtig voelt ze hoe stevig Karls greep is, of ze haar vingers uit de zijne kan lospeuteren zonder al te veel strijd te hoeven leveren. Ze wil niet dat hij denkt dat ze het vervelend vindt dat hij haar handen vasthoudt, maar ze vindt het wel vervelend. Karls handen zijn groot en klam en soms ruiken ze naar voeten.

‘Welkom bij café Kandinsky,’ zegt een stem boven hen.

Amber kijkt op.

Een blond meisje buigt zich over hun tafel en vraagt of ze iets te drinken lusten. Karl trekt zijn handen weg en leunt nonchalant achterover. Hij bestelt een koffie en een muffin, Amber een gemberthee. Geen gebak. De serveerster knikt bij ieder woord, maakt een mentale notitie van de bestelling en haalt, wanneer alles gezegd is, een theedoek over het tafelblad.

‘Weer lekker schoon,’ giechelt ze en ze loopt naar een andere tafel waaraan twee bejaarde mannen gezamenlijk een krant zitten te lezen. Aan hun voeten ligt een hond op een tafelpoot te knauwen.

‘Waar hadden we het over?’

Amber weet het niet meer. Ze haalt haar schouders op, een gebaar dat Karl samen met het daaropvolgende zwijgen leest als een teken om het woord weer te mogen nemen. Ze laat hem. Aanvankelijk luistert ze nog met een half oor, knikt wanneer zijn toon daar om lijkt te vragen. Maar ergens midden in een van zijn zinnen is ze plots verdwenen. Deze verdwijning is het spectaculaire slotstuk van de goocheltruc die ze los van elkaar tot in de puntjes hebben geperfectioneerd: Karl de Meester, groot illusionist en tevens professioneel klootzak, sluit haar, zijn knappe assistente, met veel vertoon op in een doos. Vervolgens drapeert hij een doek over het meubelstuk heen en steekt hij er een paar vlijmscherpe messen in.

De eerste paar keer maakte ze de fout te lang in de doos te blijven zitten en zich door de messen te laten snijden. Maar op een dag vond ze op de tast een verborgen deurtje in de duisternis. Ze klom erdoorheen en bleef daar zitten, wachten. Ze liet Karl zijn show opvoeren, nu zonder haar. Hij plukte zijn messen uit het hout, tilde het doek op en opende de doos. Ze was weg. In rook opgegaan, leek het. En hoe hij ook probeerde haar weer tevoorschijn te toveren met simsalabims, lieve woorden en verontschuldigingen, de doos bleef leeg. Vanaf dat moment besloot zij wanneer ze tevoorschijn kwam. Wie was nu de goochelaar?

De serveerster keert terug met het drinken en een glimlach. Ze schuift het dienblad over de tafel en tilt de kopjes er met een boogje vanaf.

‘We hebben helaas geen muffins meer,’ zegt ze en ze vouwt haar handen van elkaar. Een paar tellen lang blijven ze horizontaal voor haar lichaam hangen als twee helften van een neergelaten ophaalbrug. ‘Maar, kan ik je misschien blij maken met een stukje warme appeltaart met verse slagroom?’

Karl knikt. Hij rammelt, zegt hij.

‘Oké, komt eraan.’

De serveerster steekt het dienblad onder haar schouder en draait zich om. Terwijl ze wegloopt, vraagt Karl zich af of het meisje misschien een tijdje in een van zijn vrijstaande hotelkamers zou willen verblijven – al is het maar voor één nachtje! – en hoe lang het nog zal duren voordat zijn vriendin de deur van haar kamer weer zal openzetten.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Clarice Lispector, Maarten van der Graaff, Ali Smith, Olga Tokarczuk

Wat luister ik?

Julia Jacklin, MUNA, Big Thief, Rosalía

Wat kijk ik?

Midsommar, My Favorite Shapes by Julio Torres, videoclips

Quote

'You are not in the wild, you are in a pen' - Julia Jacklin