Nieuwste onderwerp

Waterlong

 

 

‘Je longen veranderen in waterzakken als je verdrietig bent,’ zei  oma. Het was het heetst van de dag en we lagen met onze ruggen in het gras. We keken omhoog naar de draden van de hoogspanningsmast die over haar tuin liepen. ‘Ze vullen zich langzaam met vocht, ze raken  voller en voller naarmate je verdrietiger wordt tot ook je luchtpijp volstroomt en de tranen bijna je mond uitkomen, als je geen traanbuisjes zou hebben.’

Na elke zin hield ze een lange stilte, dat deed ze als ze een verhaal vertelde. Vaak bewogen haar handen tijdens het praten, die vielen samen met haar stem stil als ze even zweeg, alsof haar stem haar lichaam aanstuurde, of andersom. Opa noemde haar wel eens een dirigent en dan lachte ze heel hard omdat er niemand zo amuzikaal was als zij. Nu lag haar ene hand stil naast me in het gras. Tussen de halmen door zag ik dat ze de ander op haar borst had gelegd, net als ik.  Misschien probeerde ze ook te voelen hoe ver haar longen al waren volgelopen.

‘Traanbuisjes zijn vertakkingen van de longen,’  haar hand schoof een beetje naar boven, richting haar keel, ‘ze werken zoals het gat in de zijkant van de gootsteen, ze voeren het vocht  op tijd af, in het menselijke geval naar boven, richting je ogen.’

Ze hees zichzelf overeind en steunde op haar rechterhand, legde haar hoofd in haar nek. Vanuit mijn liggende positie was ze een donkere contour tegen  het zonlicht met op de achtergrond de zwarte bedrading tegen de helblauwe lucht.

Ze wist alles over die draden, hoeveel het er waren,  hoeveel energie er per millimeter door zo’n draad stroomde, hoeveel kilometer aan bedrading er in totaal over ons land gespannen was en daar vertelde ze over in  ingewikkelde woorden die ik niet onthield.

Soms als ze een geduldige bui had probeerde ze het duidelijk te maken, dat noemde ze vertalen. Meestal zocht ze naar een beeld waar we ons allebei iets bij voor konden stellen. Soms bestond dat beeld uit woorden die ik ook niet kende maar daar zei ik niets van. Ik wilde dat ze zag dat ik hetzelfde over dingen dacht als zij.

De hoogspanningsmasten vertaalde ze met een spinnenweb.

‘Zie een enorm spinnenweb voor je,’ zei ze terwijl haar vingertoppen lijnen tekende in de lucht, ‘een onder stroom staand  spinnenweb  over ons hele land die je helemaal naar de hel zou kunnen elektrocuteren als we lang genoeg zouden zijn het web vanaf de grond aan te raken. Geroosterde mugjes zouden we worden,’ zei ze, ‘je dood en je crematie ineen.’

Daarna trok ze me mee de tuin in en lagen we uren te kijken naar de lijnen boven ons die ze met een wolkenloze hemel een abstract schilderij kon noemen; omdat er niet veel meer te zien was dan een blauw vlak met zwarte lijnen, een beeld dat alleen doorbroken werd als er een vogel wilde rusten op een lijn of als een hele zwerm besloot de bedrading boven ons als rustplek te kiezen.

‘Is ademhalen daarom moeilijk als je huilt, oma?’ vroeg ik.

Ze was lang stil met haar gezicht naar de lucht gericht. Ik wist dat ze glimlachte toen de contour van haar rechterwang een rondere vorm kreeg, tot ze over haar schouder naar me keek, haar gebit ontblootte en ik de korte glinstering zag van het diamantje dat sinds een paar dagen op haar voortand zat.

‘Ter nagedachtenis aan Opa,’ had ze  gezegd toen ik er op de begrafenis naar vroeg. Tijdens de mis kon ik zien hoe ze af en toe met het puntje van haar tong het diamantje aanraakte, dan bolden haar bovenlip en de huid van haar snotgootje even op.

‘Je begrijpt het helemaal,’ zei ze en viel weer terug in het gras, ‘daarom kan je lichaam ook schokbewegingen maken als je huilt, omdat je longen uit alle macht proberen het vocht zo snel mogelijk af te voeren voor je vanbinnen uit verdrinkt.’

 

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Patti Smith, Rebecca Solnit, Valeria Luiselli

Wat luister ik?

De enorme, diverse, altijd groeiende afspeellijst van een goeie vriendin die als een mirakel inspeelt op mijn behoeftes als ik op shuffle druk

Wat kijk ik?

Notting Hill