Nieuwste onderwerp

Vreemden (1)

De lente is altijd duidelijk voelbaar in de trein. ’s Winters ruikt het er naar goedkope koffie en de buitenlucht die aan jassen is blijven plakken, de geur van kou en sigarettenrook. Maar vandaag drijft er een parfumlucht in de wagons, bloemig en licht, misschien een beetje zweet. Niet onprettig, precies genoeg om de feromonen te doen dansen door het zenuwstelsel. Veel reizigers leunen achterover in hun stoel, hun ogen gesloten tegen het zonlicht. Ook de oude stelletjes gaan weer op pad, nu het ijs en daarmee het gevaar op een gebroken heup geweken is. Hun uitgeprinte dagretours in de hand, gefinancierd door kortingsacties van het Kruidvat, een dagje naar het Rijks of Hortus Botanicus.

De conducteur controleert het kaartje van een jongeman. Tegenover de jongen zit een meisje met een rokje en daaronder blote benen, waar het eigenlijk nog net te koud voor is. De huid is rood en vlekkerig maar de jongen kan zijn blik niet van haar afhouden. Het meisje merkt het en slaat haar benen over elkaar, een stukje meer van haar dij ontblotend. Als het haar beurt is om haar kaartje te laten controleren, glipt het stukje papier uit haar hand en dwarrelt op de grond. De jongeman bukt zich om het op te rapen. Hij glimlacht, zij glimlacht, en als de conducteur het kaartje weer teruggeeft zijn de twee in een gesprek verwikkeld. Een paar minuten geleden waren ze nog twee vreemden die ieder in hun eigen wereld verzonken waren.

De conducteur vervolgt zijn route. Halverwege de wagon begint zijn mobiel te trillen in zijn broekzak. Hij wil de telefoon uitzetten maar bedenkt zich als hij ziet wie er belt. Met een korte verontschuldiging naar de passagiers glipt hij een lege eersteklaswagon in.

‘Hallo?’

‘Hoi. Ik ben het.’ Haar stem horen is als terugkomen na vakantie en zien dat je huis leeggeroofd is. ‘Sorry dat ik je op het werk bel. Het is een beetje een noodgeval.’

‘Geen probleem,’ zegt de conducteur. ‘Wat is er aan de hand?’

‘Ik vroeg me af of Tim bij jou kon slapen vanavond. Ik heb een… een afspraak en de oppas heeft net afgebeld, buikgriep. Kan hij bij jou blijven?’

‘Oh. Ja, ja natuurlijk kan hij bij mij blijven. Absoluut.’

‘Dan moet je hem wel ophalen van school. Ga je dat redden? En morgenochtend moet je hem afzetten om half negen, dus als je vroeg op moet…’

‘Dat weet ik toch,’ zegt de conducteur. Hij snauwt ook al wil hij dat niet. ‘Dat heb ik toch al duizend keer gedaan.’

‘Ja, dat is waar. Sorry.’ Haar stem is zacht en sussend, de stem die ze ook gebruikt als ze hun zoontje instopt. ‘Je helpt me echt uit de brand, dankjewel. Ik kom Tims spulletjes wel brengen vanavond. Zes uur?’

‘Zes uur is goed.’

De conducteur hangt op en blijft in de eersteklascoupé staan. De trein glijdt over een brug. Normaal is dit zijn favoriete route. De rivier lijkt neergelegd te zijn als een rimpelende strook van blauw satijn om een cadeautje. Het spoor is smal en de trein vliegt erover heen, zo snel dat de zijkanten van de brug vervagen en het lijkt alsof er niks is wat het voertuig omhoog houdt. Ze zweven. Het zijn een paar seconden waar de conducteur altijd naar uitkijkt. Even voelt hij zich geen conducteur maar een piloot. Even is hij gewichtloos.

Vandaag voelt de conducteur zich loodzwaar.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) De meester en Margarita - Boelgakov

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood