Nieuwste onderwerp

Blijdorp

Frank gaat het liefst naar de dierentuin als het slecht weer is. Een grijze, druilerige dag; een dag waarop hij zich kan verschuilen in een hoog opgezette kraag en een capuchon; een dag waarop het park bijna verlaten is en alleen het gefluit van vogels uit de druipende bomen klinkt. Zelfs de dieren verschuilen zich onder de afkappingen in hun verblijven, maar dat maakt hem niet uit. Frank is er niet om naar de dieren te staren.

Op zo’n grauwe dinsdagochtend loopt hij het park binnen en onmiddellijk voelt hij hoe zijn spieren zich ontspannen ondanks de kou die langs zijn regenjas naar binnen is geglipt. Het is hetzelfde gevoel dat hij krijgt als hij de deur van zijn appartement achter zich dichttrekt. Rustig, veilig, geborgen. Hij stelt zich voor dat het zo moet zijn als je schipbreuk hebt geleden, dagenlang op de oceaan hebt gedobberd in een opblaasbaar bootje terwijl er hongerige haaien onder je cirkelen, en dan eindelijk de helikopter ziet die je komt redden.

Het flamingoverblijf is vlak naast de ingang. Frank loopt hier snel langs. Hij houdt van alle dieren, maar niet van alle dieren even veel. De vogels met hun gladgestreken roze veren en hun elegante poten steken te fel af tegen de gure lucht. Ze lijken hem na te staren als hij voorbij komt. Hij voelt hun zwarte, glazige oogjes over zijn gezicht glijden.

Liever duikt hij het Aziatische bos in. In de schaduw van de metershoge bamboeplanten is alles nog moeilijker te zien. Het is een groot stuk, de paadjes kronkelen langs struiken en vijvers als een doolhof, zodat het op een rustige dag bijna onmogelijk is om iemand anders tegen te komen. Hier kwam hij als kind al het liefst. Of eigenlijk, hier namen zijn ouders hem het liefst mee naar toe. Ook als gezin gingen ze altijd op de dagen waarop er verder niemand was. Daar namen ze speciaal vrij van werk voor.

‘Kunnen we lekker rustig van alle dieren genieten,’ zeiden ze. ‘Dat is het fijnst voor jou.’

Pas jaren later bedacht Frank zich dat dat vooral het fijnst was voor zijn ouders. Ze aten nooit in het restaurant, maar haalden frietjes bij de McDrive onderweg naar huis, als hij warm ingestopt zat onder een dekentje op de achterbank.

‘Lekker makkelijk,’ zeiden ze.

Dat was waar. Het was makkelijker dan in een restaurant vol krijsende, nieuwsgierige kleuters zitten en doen alsof ze niet doorhebben dat iedereen naar hun tafel kijkt. Zelfs de volwassenen die, terwijl ze hun kinderen toebijten dat staren onbeleefd is, zelf nog drie blikken over hun schouder werpen en vol medelijden het hoofd schudden.

Als het hem te koud wordt in zijn regenjas, besluit Frank naar het binnenverblijf van de apen te gaan. Daar kan hij even opwarmen en iets eten. Van alle dieren zijn de apen misschien wel zijn favoriet, omdat ze zo op mensen lijken, en juist ook totaal anders zijn.

Hij gaat zitten op een bankje, zet zijn tas op de grond en haalt er een krentenbol met kaas uit. Het bankje staat recht tegenover het hok van de gorilla’s. De meeste zijn aan het luieren, hangend in hun netten of zittend op de grond. Eén van de apen, die rondjes door het hok aan het lopen is, lijkt zijn aanwezigheid op te merken, tilt even zijn kop op, maar zet dan zijn vaste cirkel weer voort. Zo moet het zijn, denkt Frank. Ook hij zit de beesten niet onophoudelijk aan te gapen. Hij snapt de mensen niet die gaan tikken op het glas, met hun neus tegen het venster gedrukt staan of gorillageluiden imiteren om hun aandacht te trekken. Snappen ze niet dat de dieren op hun mooist zijn als je ze met rust laat? Hij houdt er van om in hun gezelschap te zijn, juist omdat het de gorilla’s niet uitmaakt of hij er is of niet. Het is ze om het even.

De gorilla die rondjes loopt, komt weer langs en stopt even vlak voor het bankje waar Frank op zit. In de glazen wand die hun scheidt, ziet Frank zijn eigen gezicht gereflecteerd. Zijn rechteroog en wang zien eruit als die van elke andere man. De linkerkant van zijn gezicht is gekreukt en gebutst, glanzend als plastic. De huid is strak alsof er eigenlijk te weinig van is. Zijn lippen dik en vurig rood. Van zijn neus is bijna niks meer over, een kort stompje in het midden van een gezicht dat vooral uit plooien bestaat.

De gorilla en Frank maken even oogcontact, slechts een seconde. Dan loopt het beest door, zijn brede, grijze rug kerend naar de ruit. Frank eet rustig verder.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) De meester en Margarita - Boelgakov

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood