Nieuwste onderwerp

Slaaptabletje

De quiche staat half af op het aanrecht, en zal daar nog heel lang blijven staan.
‘Lot,’ zegt mijn vriendin. Ik kijk op van m’n pastasaus, zij van haar mobieltje. ‘Hij gaat het uitmaken denk ik.’
Ik geloof dat ik van ongeloof moest lachen.
‘Hij is hier met twintig minuten,’ zegt ze. In die twintig minuten raakt ze langzaam in paniek, tot ze uiteindelijk maar de regen inloopt, haar vriend buiten opwacht.

Ik moet weg, en als ik terugkom is het ergste gebeurd, en staart mijn vriendin voor haar uit, te verslagen om te kunnen huilen. We gaan zitten op de keukenvloer en praten een paar uur, tot ze lusteloos haar tanden poetst, en blijft staan weifelen in de deuropening.
‘Wil je bij mij slapen?’ vraag ik.
‘Ik wil je niet uit je slaap houden,’ zegt ze zachtjes.

Ik steek kaarsjes aan en maak m’n kamer warm, zij zit op de grond, in de kachel te staren, kijkt me aan en vraagt: ‘Heb ik m’n tanden al gepoetst?’
We stappen in bed.
‘Eh,’ zeg ik. ‘Dit is een beetje gek. Maar… Ja, ik geloof dus niet echt, maar ik bid wel graag. Mag ik even bidden? Voor jou? Dan wordt ik rustig denk ik.’
Ze glimlacht een beetje. ‘Ik bid ook.’
Ik pak haar koude vingers tussen die van mij, ga rechtop zitten, staar naar m’n dekbed, zeg tegen alles of niemand: ‘Wat er nu gebeurt is echt niet goed.’  Achter me klinkt gesnik.

[En dan is dit er

de andere ruimte.

Hier slapen we.]

‘Hee,’ zeg ik. Het kaarsje naast mijn bed brandt nog. Ze ligt te woelen. ‘Kan je niet slapen?’
Ze schudt haar hoofd. Ik draai me op m’n zij, zodat ik in haar haren kan kietelen, en blijf net zo lang kietelen tot haar ademhaling rustig wordt.

[Hier is het rustig.

Hier kan alles.]

Ik voel iets tegen mijn lippen trillen. Het is haar rug. Ik draai me om, slaap bijna verder, maar dan trilt het hele matras.
‘Sorry dat ik je steeds wakker maak,’ fluistert ze.
‘Geeft niet,’ fluister ik terug. ‘Wil je misschien een slaaptabletje?’

Ik slof de kamer door, naar de keuken, kom terug met een glaasje water en tabletjes, we gaan knock out.

[De jongen komt morgen naar ons huis gerend met een bos rozen. Hij zegt dat het allemaal maar een grapje was. Hoe kon hij zoiets doms doen. Natuurlijk is het niet waar. Maar we kunnen hem niet horen want we zijn onderwaterwezens en we hebben geen oren maar schelpjes en we zwemmen door de gracht naar de zee en vlechten kransen van zeewier. We zijn zeemeerminnen en we besluiten dat vandaag niet is gebeurd, of ja wel, wel is gebeurd, maar dat de quiche gewoon de oven in ging, dat we wijn dronken en lachten, zoals altijd, en dat de vriend kwam om te knuffelen en warm te zijn, en dat ze alle dagen daarna samen gingen verrimpelen, zoals gepland.

We ademen in. We ademen uit.

Vergeten even wat er was.]

Maar als de wekker gaat ligt ze al te smsen met haar moeder. ‘Ik weet niet of het goed zal komen,’ staat er op het scherm.

Ze pakt haar spullen, knuffelt me en vertrekt naar haar ouders. Ik zet mijn bril op. Kijk naar de troep. Naar de halve quiche. Stop het maar in een bakje.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey