Nieuwste onderwerp

Vlinder

‘Wat zie jij erin?’

Zodra Iris de vraag uitspreekt, weet Bas direct twee dingen.

Eén: deze vraag ligt volledig in de lijn der verwachting, want a) ze zijn bij een tentoonstelling genaamd Deconstructing Patterns, b) ze staan hier al precies drieënhalve minuut in stilte te kijken naar dit kunstwerk, wat te lang is om door te lopen naar het volgende zonder een interpretatie, observatie of ook maar iets, wat dan ook, met elkaar te delen, en c) Iris’ Tinderprofiel geeft aan dat ze kunstgeschiedenis studeert, dus zij wil zonder twijfel praten over wat dit kunstwerk, de kunst in het algemeen en het leven in haar totaliteit betekenen.

Twee: hij heeft geen idee wat erin ziet.

Dus hij vraagt: ‘Wat zie jij?’

‘Nou,’ begint Iris, en Bas is opgelucht en verbaasd ­— opgelucht, want hij heeft niet vol schaamte hoeven toegeven dat hij niets zag en kan zo gewoon instemmend knikken, langzaam, alsof hij haar woorden in zijn hoofd zorgvuldig van alle kanten inspecteert en uiteindelijk besluit dat zijn doordachte mening genoeg uiterlijke overeenkomsten vertoont met de hare om tot overeenstemming te komen, en verbaasd, want hij verwachtte niet dat het advies dat hij de nacht ervoor om twaalf over drie op de site attractiongym.nl tegenkwam, namelijk ‘Stel haar vragen, zo voelt ze zich interessant’, daadwerkelijk van pas zou komen.

Bas is zo opgelucht en verbaasd, dat Iris’ uitweiding over wat zij erin zag volledig langs hem heen gaat en hij dit pas doorheeft als ze gestopt is met praten. Ze staart hem aan, wachtend op een antwoord op een intelligente vraag die ze heeft gesteld aan het einde van haar relaas, zo verwacht hij, maar als hij naar links kijkt staart ze even sereen naar het kunstwerk als daarvoor, alsof ze er nooit betekenis aan heeft gegeven. Hij moet wel íéts van een reactie geven, dus hij bromt instemmend, zo zachtjes dat ze het zou horen als ze erop wachtte, maar dat hij haar niet uit haar concentratie zou halen als ze weer volledig in het kunstwerk op was gegaan.

Bas kijkt nog eens goed naar het werk dat voor hem hangt, maar ziet nog steeds wat hij daarvoor ook al zag: een hele hoop dooie vlinders op een doek geplakt. Een morbide bedoening zonder codes om te ontrafelen, symbolen om te duiden of patterns om te deconstructen. Hij besluit dat het exemplaar rechtsonder met de groene vleugels zijn favoriet is. Zou het er vanaf daar even pathetisch uitzien? Vlinders, als ze leven, kunnen veel zien met hun facetogen, maar deze date is op elk vlak een flop.

Uit zijn ooghoek ziet Bas dat Iris zich een kwartslag naar hem toedraait, dus hij doet hetzelfde. Ze zijn nagenoeg even lang. Haar groene ogen lijken tegen hem te willen zeggen: ‘Ik wil dat je me vangt in een netje.’ Hij probeert haar met zijn pupillen te vragen hoe, maar het signaal lijkt niet aan te komen. Ze blijft hem in de ogen kijken zonder iets terug te zeggen. Hij seint en seint tot ze de zaal uit fladdert.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

J.D. Salinger, Richard Siken, Maartje Smits, Virginia Woolf

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Lorde, Oh Wonder, Stromae, Years & Years

Quote

'I dream in my dream all the dreams of the other dreamers, And I become the other dreamers." - Walt Whitman