Nieuwste onderwerp

Toren

Masochisme.

Dat is het eerste wat ik denk als ik de twee volle vrouwen voor me in de rij bij de snackbar allebei een flesje water zie bestellen.
Janita knikt, toetst wat in op de kassa. Blijft de twee vrouwen aankijken, wachtend op de rest van de bestelling.

Janita werkt hier al lang. Langer dan dat ik hier kom. Misschien is ze wel de eigenaresse. Of de dochter van de oorspronkelijke eigenaars. Ik heb het haar nooit gevraagd. Toen ik aan mijn vaste tafeltje rechts achterin bij de plastic orchidee zat, heb ik haar wel een keer horen zeggen dat ze “wilde sterven met de frituurmand in haar hand”.

Janita weet van vrijwel iedere klant die er voor haar neus staat precies waar-ie trek in heeft. Haar vingers beginnen de toetsen op de kassa al in te drukken voordat iemand ook maar z’n mond heeft opengedaan.

Haar vinger ligt al op de patat met-knop. Maar dan komt het.
‘Dat was het,’ zegt de volle vrouw met bruin haar.
Janita verstijft. Weet even niet wat ze moet zeggen. Zonder te kijken grijpt ze twee flesjes water uit de vitrine achter zich. Alsof ze haar snack-zintuig kan resetten door langer naar de vrouwen te kijken. Alsof de dames zich misschien toch nog gaan bedenken. Maar het blijft dodelijk stil in Snackbar de Toren.

Ik bestel snel mijn vaste prik – oorlog met extra uitjes, kipcorn met curry, water met bubbels – en ga onopvallend aan het tafeltje naast dat van de twee dames zitten. Tussen de tafels in staat een grote plantenbak met een nep-dwergbananenboom. Inclusief vettige, vervilte apenknuffel in de kruin, ergens ter hoogte van mijn hoofd.

‘Ik zit nu dus in die appgroep “we proberen het gewoon nog een keer”,’ zegt de bruinharige tegen de blonde.
De blonde knikt. Ze is duidelijk meer de luisteraar die zich volzuigt met andermans ongeluk  dan dat ze haar eigen hart zo nodig moet uitstorten.
‘Weet je wat het is, ik moet het gewoon doen weet je wel.’
De blonde knikt nog een keer.
‘Ik kwam mijn schema van vorig jaar tegen. Ik wilde voor het einde van het jaar weer onder de negentig zijn. En ik ben nu zelfs zwaarder dan toen ik vorig jaar dat schema uitdacht.’
‘Je moet ook maar een keer gewoon beginnen,’ zegt de blonde, geheel overbodig.
‘Precies,’ zegt de bruinharige.

Er valt een lange stilte waarin ik precies in een bijzonder knapperig frietje bijt. Het gekraak schalt door de verder doodstille snackbar. Zelfs de frituur pruttelt even niet. De vrouwen draaien allebei traag hun hoofd naar mij toe en kijken naar mijn eten.

De maag van één van de dames maakt een hardnekkig geluid.

Janita heft haar hoofd op, klaar om een in wanhoop en volle overgave uitgeroepen bestelling direct op te nemen.

Maar het blijft stil.

De vrouwen draaien zich weer terug naar elkaar.
‘Vorige week keek ik naar beneden,’ zegt de bruinharige, ‘en toen moest ik huilen.’
De blonde knikt vol herkenning.

Masochisme, denk ik nog een keer.

Maar ook doorzettingsvermogen.

« terug naar blog

One response to “Toren”

  1. Sonja Buljevac

    Ik vond dit zó mooi, Marlies!

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)