Nieuwste onderwerp

Hondenparkje (1)

Hij kwam altijd zonder hond naar het hondenpark. Hij was al wat ouder, liep licht voorover gebogen, met hangende schouders, en richtte zijn blik voornamelijk op de grond. Hij koos de momenten uit waarop het druk was in het parkje: zonnige middagen in het weekend, soms een hele heldere donderdagavond. Van een afstandje wachtte hij tot de baasjes druk met elkaar in gesprek waren. Dan opende hij het hek, controleerde altijd of het daarna weer goed dicht zat, en ging op een bankje in het hoek van het veld zitten. Als één van de honden op hem afkwam, aaide hij het beest zolang het er zin in had. Nooit probeerde hij ze zelf te lokken of te roepen.

Wat de buurtbewoners vooral vreemd vonden, was dat hij nooit iets tegen hen zei. Op begroetingen reageerde hij alleen met een korte knik. Als iemand hem iets vroeg – bijvoorbeeld of hij zelf geen hond had, of waar hij ongeveer woonde – antwoordde hij zo kort mogelijk, in één of twee woorden. Zijn hele gezicht bestond uit diepe groeven, lappen huid die over elkaar lagen als een bulldog.

‘Mijn Marijke vindt het maar een vieze vent,’ zei Youssef tegen Gerda, op een dag dat de man er niet was. Youssef en Marijke waren pas net verhuisd naar één van de nieuwbouwhuizen aan de rand van de wijk. Ze waren nog niet aan hem gewend.

‘Och,’ zei Gerda. ‘Een vreemde vogel is het wel, maar hij doet niemand kwaad.’

‘Nee, dat misschien niet, maar – áf, Cleo, foei’ Hij griste een verfrommelde tissue uit de bek van een blonde labrador. ‘Ik krijg er toch een raar gevoel bij. Waarom zit hij zo naar die honden te kijken?’

‘Hij zal wel een liefhebber zijn.’

‘Ik wil niemand beschuldigen,’ zei Sylvia. Sylvia had drie kleine terriërs die zo hard blaften dat je ze op de hoek van haar straat al kon horen. ‘Maar ik heb gelezen dat er bendes bestaan die rashonden stelen en ze door verkopen. Dan spioneren ze net zo lang tot ze weten waar je woont en wanneer je weg bent en dan – pats! – breken ze in en lokken ze je hond mee met een stuk worst. Weg is Bruno.’ Ze haalde haar schouders op en viste een pakje sigaretten uit haar jaszak. ‘Maar ik wil natuurlijk niemand beschuldigen.’

‘Wat een lulkoek,’ zei Gerda. ‘Die oude meneer, een spion? Net zo min als ik model ben.’ Youssef keek naar Gerda’s middel, die ongeveer twee keer zo breed was als zijn schouders. De aandacht werd snel van de opmerking afgeleid toen één van Sylvia’s terriërs op Gerda’s Sint Bernard probeerde te springen. Er was een korte worsteling. Toen de rust teruggekeerd was, ging Youssef door: ‘Ik blijf het gek vinden. Als een vent zo in een speeltuin naar kinderen zit te staren, vinden we dat ook niet normaal!’

‘Dat is toch iets heel anders,’ zei Gerda. ‘Misschien is hij eenzaam, fleurt dit z’n dag wat op.’

‘Waarom neemt hij zelf dan geen hond?’ Youssef floot Cleo weer bij zich en maakte haar riem vast. ‘Als jullie maar weten dat Marijke zélf gezegd heeft dat ze ’s avonds niet meer in haar eentje naar het hondenpark wil. Ze krijgt de kriebels van die vent, dat zegt ze. De kriebels.’

‘Normaal stelt Marijke zich behoorlijk aan,’ zei Sylvia zacht terwijl Youssef het park uitliep. ‘Maar nu geef ik haar toch wel gelijk.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Charles Bukowski

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood