Nieuwste onderwerp

Lief

Ik ga als eerste het café binnen en bestel een cappuccino bij een vriendelijk glimlachende vrouw. Vanaf de bar staren twee amandelvormige ogen me indringend aan. Als de vrouw zich omdraait om mijn koffie te zetten, houdt vanaf haar schouder een tweede paar kattenogen mij scherp in de gaten. Ik besluit dat de kat op de bar liever kijkt en steek mijn hand uit naar de glanzende zwarte vacht. Lange haren blijven haken tussen mijn vingers. Het dier geeft geen krimp, als een standbeeld dat aan de grijpgrage handen van bedevaarders niets overhoudt behalve wat slijtplekken. Het kijkt nog steeds lief als ik met mijn kop koffie koers zet naar een tafeltje in de hoek.

Als ik zit, neem ik een slokje en brand ik direct mijn tong. Met spijt schuif ik het schoteltje rinkelend van me af naar het midden van het tafeltje. Ik haal het pas weer naar me toe als mijn drie vrienden zich bij me hebben gevoegd. Ik ben blij dat we hier zitten en laat dat ook zien maar ik krijg geen glimlach terug. De een heeft al zoveel kattencafés bezocht dat ze het inmiddels wel gezien heeft, de ander vindt het zielig voor de dieren. De derde is allergisch. Alle drie zitten op hun telefoon te wachten tot we weer weg kunnen. De koffie wil maar niet afkoelen.

Ik ga van tafel en plof neer op de matten die in het midden van de ruimte liggen. Om me heen zijn tientallen liggende, zittende en rondwandelende katten. Een paar meter verder zit een meisje dat schijnbaar in trance de kat in haar schoot aanhaalt. De witte vacht lijkt zo pluizig dat ik bijna denk dat het een knuffel is in plaats van een levende kat. Het dier ligt volledig stil op haar gevouwen benen en laat de aanrakingen over zich heen komen.

Dat wil ik ook. Maar ik mag niet zomaar een kat oppakken en in mijn schoot leggen. Hoewel de Koreaanse tekens mij niets zeggen, is het plaatje op het bord met instructies duidelijk leesbaar.  Dus ik wacht, in de kleermakerszit, met een gespreid dekentje.

Als mijn benen slapen, wenk ik de vrouw achter de bar. Ik wijs naar de zwarte kat op de bar die zo lief keek en daarna klop ik op mijn schoot. Ik lach er zelf ook lief bij, waardoor ze besluit me te helpen. Zij mag het dier wel oppakken en werpt het achteloos in mijn schoot alsof het een levenloze pop is. De kat landt op zijn pootjes en wil meteen weer van mijn benen af, maar ik druk op zijn rug zodat hij niet weg kan. De nagels prikken recht door het stof mijn benen in. Terwijl ik mijn tanden op elkaar klem, verslapt mijn greep en stuift het beest weg.

Mijn vrienden lijken niets gezien te hebben. Niet de katten maar ik ben zielig hier. Zij hebben aandacht genoeg en kijken niet naar mij om, terwijl ik zo hard mijn best doe om te ontspannen.

Het meisje met de witte kat is wakker geworden uit haar serene slaap, ziet mijn wanhoop en begint glimlachend te gebaren. Uiteindelijk heb ik door dat ze de kat van haar naar mijn schoot wil verplaatsen. Ik kijk zo dankbaar mogelijk.

Het meisje geeft de kat een klein duwtje, maar krijgt hem niet in beweging. Ook een stevigere por heeft geen effect. Dan duwt ze hem van haar benen af. Met een plof valt hij op de mat, op zijn rug, ogen half open. Voor een dode kat kijkt hij heel lief.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

J.D. Salinger, Richard Siken, Maartje Smits, Virginia Woolf

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Lorde, Oh Wonder, Stromae, Years & Years

Quote

'I dream in my dream all the dreams of the other dreamers, And I become the other dreamers." - Walt Whitman