Nieuwste onderwerp

Vajazzle

Ik heb al een paar jaar geen televisie meer. Niet omdat ik een commerciële tv hatende, film studerende hipster ben. Integendeel. Ik kan me dagenlang verliezen in programma’s over obsessieve verzamelaars. Over vrouwen in Amerikaanse gevangenissen. Over meisjes van zestien die opeens baby’s krijgen van jongens die er op een step vandoor gaan zodra het kind tevoorschijn is gekomen.

Ooit maak ik tijdens een filosofieles de fout om toe te geven dat ik graag realityprogramma’s kijk. Mijn docent kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Waarom kijkt u dat, Mevrouw Smeenge?’ vraagt meneer Raas. De beste man geeft behalve op ons gymnasium ook les op de universiteit, en laat dat graag blijken door overdreven formeel te doen.
‘Om te zien wat voor mensen er allemaal zijn,’ zeg ik, kinderlijk onschuldig.
Meneer Raas barst in een sarcastische bulderlach uit. Hijzelf doet al jarenlang antropologisch onderzoek naar een eskimo gemeenschap.
‘Wel, als Mevrouw Smeenge zich weer tot ons… wetenschappelijke niveau heeft verlaagd, kunnen we weer verder met deze les.’

Ik wil een heleboel zeggen. Over hoe alleen al het feit dat er reality-tv bestaat antropologisch interessant is. Over dat hij ontzettend de oudere generatie aan het uithangen is, die ontwikkelingen in de wereld de rug toekeert. Over dat hij uit de tijd raakt en zichzelf overbodig aan het maken is. Over dat wat hij nu doet precies de reden is dat de mensheid altijd twee stappen vooruit en dan weer één stap achteruit zet. Omdat iedere academicus vroeg of laat arrogant wordt en weigert te kijken naar de gewone mens op straat.

Maar ik ben zeventien en vrienden maken tussen alle hockeyballen is zonder ruzie met een docent al moeilijk genoeg. Dus ik hou mijn mond.

Een paar weken geleden logeer ik bij een vriendin. We hebben de hele nacht aan ons statiegeldflessen-pensioen gewerkt, en een sneeuwballengevecht gehad in de eerste sneeuw van dit jaar. Uitgeput liggen we met zijn vijven op de bank. Starend naar haar televisiescherm.

Waar het programma precies over gaat is me niet helemaal duidelijk. Iets met een paar redelijk terminaal zieke jongeren die er lekker op los experimenteren.
‘Did you really think I was gonna vajazzle you?’ zegt een kauwgomkauwend meisje tegen een puistig jongetje met mooie krullen. Zo’n jongen waarbij je denkt: jouw tijd komt nog wel als de puisten opgedroogd zijn.
‘Wat is vajazzle?’ vraag ik.
Ze kijken me alle vier verbaasd aan. ‘Weet je niet wat dat is?’
Ik maak een nondiscript geluid zoals “mhuh”, en stel verder geen vragen meer. Ik voel me hopeloos oud en niet van deze tijd.

Terwijl de rest kijkt hoe het puistige jongetje een verrassing voor het meisje voorbereidt, google ik vajazzle. Ik krijg allemaal plaatjes te zien van kaalgeschoren vagina’s met glittersteentjes er op.

‘Zeg, en wat zijn nou momenten waarop je iemand vajazzled?’ vraag ik nonchalant.
‘Gewoon,’ zegt Emma, ‘Als extra speciale verrassing. Of gewoon om eens wat anders te doen.’
Gewoon. Denk ik. Gewoon. Hoe heb ik deze trend gemist?
‘Is dat niet verschrikkelijk onpraktisch?’ zeg ik. ‘Als die glitterdingen die loslaten?’
Emma rolt met haar ogen. ‘Daar gaat het toch helemaal niet om. Het is gewoon mooi.’
‘Maar straks zit dat opeens… nou ja… in je,’ zeg ik.
‘Natuurlijk niet,’ zegt Emma, ‘Die gasten zijn echt veertien of zo. Natuurlijk hebben die geen seks.’
‘Dus je vajazzled iemand als je nog geen seks wilt of hebt maar als je ze wel wil verblinden met je vagina?’
Emma knikt, zonder haar ogen van het scherm af te halen.

‘Wat wil je voor kerst?’ vraagt mijn moeder. We bellen. Ik hoor hoe de top2000 bij haar aanstaat. Ze luistert het meer uit traditie dan dat ze het nog leuk vindt. Al die liedjes van vroeger die er in de eerste edities tussen stonden worden nu weggeconcurreerd door de Pokemon-song en Disney soundtracks van films die ze nooit gezien heeft.

‘Een tv-aansluiting,’ zeg ik.
‘Maar jij kijkt toch helemaal geen tv meer?’ zegt mijn moeder.
‘Je weet pas wat je mist als je ontdekt hoeveel je gemist hebt,’ zeg ik.
‘Was het motto niet juist ‘je weet toch niet wat je mist als je het niet kijkt’?’
‘Mam,’ zeg ik, ‘Straks ben ik zo iemand die rages afkeurt voordat ik dertig ben omdat ik geen idee heb waar ze vandaan zijn gekomen. Straks ben ik zo’n vet zuur iemand die tussen de vitrage door snuivend van minachting naar de kinderen op straat kijkt omdat ik niet begrijp dat buitenspelen in een string voortkomt uit een belangrijk onderdeel van de feministische revolutie. Om maar een mogelijke historische wending te noemen. Daar ben ik gewoon te jong voor. De geschiedenis wordt nu geschreven. Ik moet nog een heleboel stappen vooruit zetten voordat ik er weer eentje terug zet. Ik wil niet veertig jaar lang antropologisch onderzoek doen naar iets waar de maatschappij al dertig jaar niet meer op zit te wachten.’
‘Ah,’ zegt mijn moeder, ‘Is dit een verwijt naar je opvoeding?’
‘Nee,’ zeg ik, ‘Jij kunt er ook niks aan doen dat vajazzelen nu opeens een ding is geworden. Er is een grens aan je verantwoordelijkheid voor mijn algemene kennis.’
‘Vaatwasselen?’ zegt mijn moeder.
‘Leg ik je nog een keer uit,’ zeg ik, ‘Ik heb dus een tv nodig om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op vajazzle-vlak.’
‘Aha,’ zegt mijn moeder.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)