Nieuwste onderwerp

Schijnsel (1)

Als je bijkomt, drukken de klinkers van de straat kil in je rug als een stempel van regenwater. Je opent je ogen en ziet het silhouet van een hoofd, afstekend tegen een krans van licht.  Even denk je dat je met een engel te maken hebt, maar dan besef je dat engelen niet bestaan en dat je, ondanks de aureool, hoogstwaarschijnlijk met een normaal persoon te maken hebt.

‘Gaat het?’

Zie je wel, een gewone jongensstem, een beetje hoog misschien, maar toch, niets bijzonders. Je ziet zijn hand dichterbij komen en stelt je in op een aanraking, maar toch word je verrast door de vingertoppen die als ijspegels aanvoelen op je natgeregende en dus al aardig koude voorhoofd. Een warme scheut gaat door je hoofd als hij zit aan wat voelt als een open wond. Je roept au en hij trekt zijn hand terug, niet als reactie op jouw pijnkreet, maar pas een paar tellen later, alsof hij je niet gehoord heeft. Hij houdt zijn vingers in het licht en ook jij ziet de donkerrode druppels fel afsteken tegen de bleke huid.

Hij veegt zijn hand af aan zijn broek, waarna hij diezelfde hand neerlegt tussen je schouderbladen en je met de andere overeind trekt. Nu je tegenover hem staat, merk je dat hij ruim een kop groter is dan jij, hoewel je niet per se klein bent. Zijn zwarte kleding zit strak om zijn ledematen waaraan amper spier lijkt te zitten. Je bent niet bepaald zwaar, maar hoe tilde hij je net met zoveel gemak op je benen? Je zoekt zijn ogen, maar staart in het donker. Zijn gezicht wordt door een dikke lok haar afgeschermd van het licht van de lantaarnpaal waaronder jullie staan. Je hebt geen idee of hij je aankijkt terwijl hij tegen je praat.

‘Ik kan je helpen. Kom je mee naar binnen?’

Hij wenkt naar het enige huis op de bosweg. Voor iemand die zo’n sympathiek voorstel doet, klinkt er bar weinig emotie door in zijn stem. Hoe kun je zoiets zeggen zonder ook maar een greintje warmte in je toon? Maar je benen houden het echt niet lang meer vol en je begint te rillen in je natte shirt, dus je knikt. Hoor je een grinnik? Hij draait zich om.

‘Waar kan ik mijn fiets neerzetten?’

Je voelt je stembanden trillen, maar de stem klinkt niet als de jouwe. Je bent tien keer zo schor als na een nacht uitgaan, als een kluizenaar die na jaren van afzondering zijn eerste woorden spreekt. Zijn stem daarentegen is de helderste die je ooit gehoord hebt.

‘Laat je fiets maar liggen, die ligt er zo ook nog wel.’

Na een korte aarzeling loop je naar de voordeur.

‘We moeten achterom, anders zien ze ons.’

Wie zijn ze? Aan beide kanten van de deur zijn twee ramen, maar die zijn elk afgesloten met donkergroene houten luiken. Op de eerste verdieping zijn bij alle vier de ramen de luiken open en brandt er licht in de kamer. In de twee ramen links denk je de contouren van personen te herkennen, maar voor je beter kunt kijken, trekt de jongen je al mee aan je arm. Je benen volgen automatisch. Hij leidt je door een gietijzeren tuinhekje dat snerpend gilt als het achter jullie sluit.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

J.D. Salinger, Richard Siken, Maartje Smits, Virginia Woolf

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Lorde, Oh Wonder, Stromae, Years & Years

Quote

'I dream in my dream all the dreams of the other dreamers, And I become the other dreamers." - Walt Whitman