Nieuwste onderwerp

Parfum

Het is de avond voor Kerstmis, vijf minuten voor sluitingstijd, en de Bijenkorf is grotendeels verlaten. Alleen een paar verveelde verkoopsters verplaatsen hun gewicht van voet tot voet, in een poging de pijn van acht uur hakken dragen te verlichten. Door de luidsprekers klinkt zachte kerstmuziek. In de etalage liggen cadeaudozen met rode linten op fijne laagjes nepsneeuw. Alles en iedereen is klaar om naar huis te gaan, klaar voor de feestdagen.

De deur vliegt open en een man stormt binnen. Zijn lange jas wappert achter hem aan als een zwarte mantel, zijn haren zitten door de war, op zijn schouders zijn natte vlokken samengeklonterd tot ijs. Aan zijn hand slingert een plastic tas. Hij loopt naar de parfumafdeling en leunt met beide handen op de toonbank.

‘Hulp, ik heb hulp nodig!’

Vanavond staat Anita bij de damesgeuren. Ze is een echte kerstveteraan, dit is al de dertigste december die ze bij de Bijenkorf doorbrengt. Gestreste echtgenoten die op het laatste moment een cadeautje komen zoeken zijn voor haar niets nieuws.

‘Natuurlijk, meneer, wat kan ik voor u doen?’

Hij hijgt nog als hij de plastic tas opent en er een damesblouse uit haalt. De blouse is van zachte stof, een gebloemd motief in warme tinten.

‘Deze geur. Ik zoek deze geur.’

Anita’s glimlach verzwakt nooit. ‘Welke geur bedoelt u precies, meneer?’

‘Dat ruik je toch, de geur van mijn vrouw, dít!’ Hij tilt de blouse op en duwt hem in haar gezicht. Anita snuift even. Kruidnagel en vanille, en een wat bloemige ondertoon, misschien roos. Vrij uniek, maar niet zo uniek dat ze zonder enige andere aanwijzing het parfum zou kunnen identificeren.

‘Weet u het merk?’

‘Nee, nee, ik weet het niet meer.’

Daar hebben mannen vaker last van. In het eerste jaar huwelijk weten ze alle voorkeuren van hun vrouwen nog, van make-up tot eten en films, na een jaar of vijf verwatert dat.

‘Geen zorgen, meneer, we gaan gewoon wat proberen.’

Ze kent de schappen met hun glazen flacons op haar duimpje. Op de afdeling staat ze erom bekend klanten bij binnenkomst te kunnen categoriseren: de blondines met vlotte boblijn zijn fris of citrusachtig, de tienermeisjes gaan voor een mierzoete celebritygeur en de oudere dames met grote, kleurrijke sieraden zoeken iets klassieks, iets waar je eigenlijk van moet niezen. Geur is, op zijn eigen manier, ook wetenschap.

Anita gaat naar de wand met Chanel, pakt het flesje Coco en sprayt er een beetje van op een strook papier. Ze wappert het een paar keer rond en geeft het aan de man, die met een rood aangelopen gezicht staat te wachten. Van een afstandje lijkt hij minder gehaast, eerder een beetje wanhopig, en zien zijn wangen er jongensachtig uit onder de ongeschoren baard.

‘Zou dit het kunnen zijn?’

Hij buigt zich voorover om te kunnen ruiken. De huid tussen zijn neus en zijn ogen rimpelt. Bijna onmiddellijk schudt hij zijn hoofd.

‘Dit is het niet. Nee, dit is het niet.’

‘Geen probleem meneer, we zoeken vrolijk verder!’

De toonbank vult zich met flesjes. Guerlain, Lancôme en zelfs Caron drommen samen op het glanzende oppervlak, maar telkens schudt de man zijn hoofd. Uiteindelijk verschijnt er ook op Anita’s gezicht een frons en kan ze een zucht niet meer onderdrukken.

‘Hoe zag het flesje eruit? Weet je dat dan tenminste?’

‘Nee.’

Anita zet een hand op haar heup, meer verwijtend dan ze hoort te zijn tegenover een klant, maar zo’n hopeloos geval als dit heeft ze nog nooit meegemaakt. ‘Denk nou even goed na, je ziet dat flesje toch elke dag bij haar toiletspullen staan?’

‘Het is er niet meer,’ zegt de man. Hij kijkt Anita recht aan, en opeens ziet ze dat zijn ogen rood doorlopen zijn. ‘Zij is er niet meer. Ze is bij me weggegaan en heeft alles met zich meegenomen, alles.’ Hij wijst naar het kledingstuk dat nog steeds tussen hen in ligt. ‘Alleen dat is ze vergeten. Dat is het enige wat ik nog van haar heb.’

Anita weet niet wat ze moet zeggen. Nog één keer pakt ze de blouse op en ruikt eraan. Ze probeert de lagen van de geur te ontleden, ze te benoemen zoals biologen organen identificeren. De bloem is toch geen roos maar anjer, en ergens diep weggestopt zit nog iets fris, sinaasappel of citroen, een contrast tegen de warme zoetheid van de rest.

‘Dit is het enige wat ik nog kan bedenken, meneer,’ zegt Anita, terwijl ze een flesje Opium van de wand pakt en de dop eraf trekt. ‘Als dit het niet is, kan ik u helaas niet helpen.’

Allebei kijken ze gespannen toe terwijl ze het geurstrookje heen en weer wappert. Als de alcohollucht verdampt is, houdt ze het tussen hen in. Tegelijkertijd buigen ze naar voren, hun gezichten dicht bij elkaar, en ze ademen in.

‘Ja!’ zegt Anita.

‘Misschien,’ zegt hij.

Ze pakken de blouse erbij. ‘Dit is het hoor,’ zegt Anita, haar neus bijna verborgen in de stof. ‘Dit lijkt er het meest op. Ik weet het zeker.’

De man staat erbij met hangende schouders. Hij ziet er uit als een leeggelopen ballon. ‘Bijna,’ zegt hij.

‘Hoe kan dat nou? Dit moet het zijn!’

‘Het is haar parfum,’ zegt de man, terwijl hij voorzichtig de blouse weer inpakt en de tas stevig dichtknoopt. ‘Maar het is niet haar geur.’

« terug naar blog

One response to “Parfum”

  1. Marlies Smeenge

    Wauw Sonja, wat práchtig! Ik begin nog een keer vanaf het begin.

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) A Tree Grows in Brooklyn - Betty Smith

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood