Nieuwste onderwerp

Angelika (5)

Vader Kaminski bracht haar naar de bushalte. Hij controleerde of er niemand naar ze keek en stopte haar toen een dikke envelop in. Er zat genoeg in om de behandeling contant te betalen, een buskaartje te kopen en een broodje te halen als ze honger kreeg.

De bus kwam precies op tijd. Toen Angelika in wilde stappen, greep de priester haar bij haar bovenarm en trok haar naar zich toe, zo hard dat het voelde alsof hij haar schouder uit de kom rukte. Met zijn mond vlak bij haar oor waarschuwde hij dat ze zich geen rare plannen in het hoofd moest halen. Anders kon ze haar baantje en haar toekomst wel vergeten. Spetters speeksel kaatsten tegen haar nek als speren, maar ze trok haar arm los en stapte zonder nog om te kijken de bus in.

Toen ze aankwam in Warschau verscheurde ze het papiertje waarop Kaminski de richtingsaanwijzingen naar de kliniek had geschreven en liet de snippers op de stoep vallen. Ze voelde zich er beter door. De stad lag aan haar voeten, overal waren verlichte borden waar ‘hotel’ of ‘café’ op stond. Ze leken vriendelijk naar haar te knipperen. Angelika begon ze stuk voor stuk af te gaan. Ze vroeg naar een manager of de eigenaar, stelde zich dan voor, probeerde haar situatie uit te leggen op een manier die meelijwekkend maar niet te droevig was. Ze kon schoonmaken, koken, in ieder geval hard werken, en kieskeurig was ze niet. Iedere baan die ze haar aanboden zou ze accepteren.

Maar niemand wilde haar hebben. Ze keken naar haar jas met de te korte mouwen, haar gezicht dat nog steeds grauw zag, ook al waren haar wangen de laatste tijd boller geworden. Vaak dachten ze dat ze loog over haar leeftijd. Welke negentienjarige schrikt er nou nog van een tram? Iedere keer werd ze weggestuurd. Soms met een verontschuldigende glimlach en soms werd ze zonder pardon de deur uit geduwd.

Angelika gaf de moed nog niet op. De eerste avond sliep ze in een goedkoop hostel. Maar de tweede dag verliep net zo kansloos als die daarvoor. Ze kon zich niet nog een nacht luxe veroorloven en probeerde zittend in slaap te vallen op één van de bankjes op het centraal station. Het lukte haar niet. Starend naar de lege treinrails verdween al haar optimisme. Het was zij die aan de voeten van de stad lag, grijpend naar haar enkels, smekend om mededogen. Terug naar Kaminski kon ze nooit meer, naar haar moeder ook niet. Wat zou ze met haar moeten, zo, zwanger en nutteloos? Misschien was voor de trein springen een betere optie, maar midden in de nacht reden ze bijna niet meer en bovendien kon ze dat de baby niet aandoen.

Op de derde dag vond Angelika een oplossing. Ze nam een bus naar de rand van de stad, om daar langs hotels te gaan die ze nog niet had gehad. Daar ging ze weer van bar naar café, om telkens weer afgewezen te worden. Toen ze bij een smoezelig koffietentje voor de zoveelste keer ‘nee’ te horen kreeg, en ze zich net afvroeg of ze weer een nacht op het station moest slapen, tikte iemand haar op haar schouder.

Het was een oudere dame, haar haren al grijzend maar haar ogen glinsterden felblauw en vol energie. Ze stelde zich voor als mevrouw Pokorny. Samen met haar echtgenoot runde ze een pension, daar niet ver vandaan, en toevallig was één van hun schoonmaaksters net getrouwd en had haar ontslag ingediend. Tegen een klein percentage van haar loon mocht ze een kamer bij hun huren, de rest van haar salaris was voor haar, om te doen wat ze wilde. Het werk was zwaar en lang, waarschuwde ze, maar ze zou er wel iets voor terugkijken. Het was meer dan waar Angelika op had durven hopen. Heel voorzichtig, bang dat ze hiermee alles zou vernielen, vertelde ze over het kind in haar buik. Maar Mevrouw Pokorny haalde alleen haar schouders op. Bij het pension zat een crèche waar de gasten hun kinderen konden afzetten, daar zou de baby prima vertoeven terwijl zij aan het werk was. Boven had ze zelf drie dochters en twee zoons grootgebracht, en lagen er op de zolder nog een hoop spullen die ze zelf toch niet zou gebruiken. Ze mocht gerust rondneuzen of er iets voor haar tussen lag.

Zo gezegd, zo gedaan. Angelika werkte in het pension en zette iedere maand het grootste deel van haar geld opzij. Ze sliep in een ruimte die kleiner was dan haar kamer bij Kaminski was geweest, maar aan de kleerhangers hingen rompertjes in pastelkleuren en de verwarming deed het altijd. Mevrouw Pokorny had net zo lang aangedrongen tot ze haar moeder had gebeld en verteld waar ze verbleef. Angelika’s moeder huilde en vroeg of ze alsjeblieft naar huis wilde komen, maar Angelika had te veel zelfstandigheid geproefd om die nu op te geven. Ze had niet veel, maar ze had meer dan ooit.

In december beviel Angelika van haar zoontje. Inmiddels had ze zoveel gespaard dat ze hoopte een eigen appartementje te kunnen vinden voor het kind een jaar oud was. Tot die tijd had ze mevrouw Pokorny die haar hielp, en zelfs haar moeder, die eens per maand de bus nam naar Warschau om met haar kleinzoon te knuffelen en haar dan overspoelde met cadeautjes. Het jongetje heette Iwan, vernoemd naar Angelika’s vader.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) De meester en Margarita - Boelgakov; The Word for World Is Forest - Ursula Le Guinn

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood