Nieuwste onderwerp

Duik

Overal waar ik kijk, is water. Ik kan niet ontdekken waar ik vandaan kwam toen ik hierin plonsde. Ik zie niet waar ik heen moet zwemmen om te kunnen ademen. Deze wereld lijkt in niets op het wedstrijdbad waarin ik op mijn zesde zwemles kreeg. Hierop heeft niemand me voorbereid. Zoveel water kan ik niet aan. Als computers crashen, moet je ze resetten. Op hoop van zegen sluit ik mijn ogen. Als ik ze weer open, is er niets veranderd. De paniek slaat toe. Mijn zuurstof raakt op. Ik zwem een willekeurige richting op, draai me om, schiet weer terug, kies een andere kant, en ga zo door terwijl meer en meer zwartje vlekjes op mijn netvlies verschijnen, tot er bijna niets is dan vloeibaar zwart. Ik voel mijn lippen loskomen van elkaar en het water duikt gretig naar binnen.

Het zwart verdwijnt langzaam. Ik ben aan het ademhalen. Ik proef geen zout of chloor. Lekkerder water om in te zwemmen bestaat niet, fris en zoet als een fles mineraalwater vers uit de koeling met een vleugje honing erin. Ik weet niet hoe ik het doe, maar wat is het een genot om daar mijn zuurstof uit te halen! Ik leg mijn handen op mijn kaken maar ik voel geen kieuwen. Ik strek mijn armen en spreid mijn vingers, tot mijn verbazing zonder zwemvliezen. Er is wel een andere sensatie op mijn vingertoppen: een aangename warmte. Daar wil ik meer van. Ik zweef naar voren en niet alleen de temperatuur maar ook het licht wordt iets warmer. Tevreden aanschouw ik vanaf hier mijn omgeving.

Twee wilgen wuiven me van twee kanten toe en voor het eerst heb ik oriëntatiepunten in deze onderwaterwereld. Ik zwem richting de boom aan mijn linkerhand. Hij komt steeds dichterbij. Het water wisselt tussen prettig warm en verkoelend. De lauwe waterstromen suggereren dat iemand zijn plas niet kon inhouden, maar het water is nergens gelig. Het is soms roder, soms blauwer, maar wijkt nooit van het paarsspectrum. De wilg komt helemaal niet dichterbij. Al mijn gezwem brengt me niet vooruit, net zoals je op de oneindige trappen van Escher nooit boven komt. Gedesillusioneerd keer ik om en zet koers naar de andere boom.

Ik zwem alsof ik nooit anders gedaan heb. Ik weet ook niet of ik ooit nog anders ga doen dan me bewegen in deze lijn tussen de twee wilgen. Ik kan er maar beter aan wennen. Ik zie het water al niet meer. Misschien zou ik het weer zien als het zou overgaan in lucht. Op het snijvlak van verschil word je pas bewust. Voor nu zweef ik in geborgenheid. Hoewel het gracieus zou zijn om de vlinderslag te gebruiken om van de ene naar de andere wilg te komen, houd ik het bij een beheerste schoolslag. Ik ga daar waarschijnlijk toch nooit aankomen, ik vind het hier wel prettig en bovendien zijn we niet in een wedstrijdbad.

Ik krijg een elleboogstoot tegen mijn hoofd en klap op de grond. ‘Entschuldigung, Entschuldigung,’ roept een roodverbrande man. Hij kijkt niet naar mij maar naar zijn telefoonscherm en stapt over me heen om het hele schilderij goed in het vizier te krijgen. Klik. Hij heeft het metersbrede kunstwerk, dat meebuigt met de ronde muur waaraan het hangt, mooi afgeplat.

Ik krabbel op en slof met vochtige sokken in doorweekte schoenen naar het enige bankje in de zaal. Mijn kont is nat en vocht trekt in de stoffering. Mijn hoofd bonkt van het te snelle bovenkomen. Een stroompje water kruipt uit mijn oor. Bij gebrek aan het een handdoek kijk ik naar het schilderdoek tot ik opgedroogd ben. Ik kan niet wachten om weer een duik te nemen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

J.D. Salinger, Richard Siken, Maartje Smits, Virginia Woolf

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Lorde, Oh Wonder, Stromae, Years & Years

Quote

'I dream in my dream all the dreams of the other dreamers, And I become the other dreamers." - Walt Whitman